Muzikant Peter Wildeman zingt in Oostenrijk om het sfeertje

Peter Wildeman. Foto Sjaak Verboom Sjaak Verboom

Diep in zijn hart blijft Peter Wildeman organist. De meeste tijd stopt de Thoolse muzikant echter in het dirigeren van allerlei soorten koren: van klein tot groot en heel groot. „De combinatie van alles vind ik mooi.”

Het is een drukke maand voor Peter Wildeman (39). Avond aan avond repeteren met zijn zes koren, kerstuitvoering na kerstuitvoering waar hij dirigeert of begeleidt. Met als hoogtepunt een grootschalig concert in de Doelen op 27 december met onder andere Het Hollands Jongerenkoor, dat uit zo’n 450 zangers bestaat.

Aanvankelijk zou Wildeman aansluitend doorgaan naar Duitsland, voor een ”orkestreis naar het land van Johann Sebastian Bach”, georganiseerd door Beter-uit. Die reis is echter gecanceld. „Er waren maar drie aanmeldingen. Ik had er al een hard hoofd in.”

Op de rol staat echter nog een reis naar Oostenrijk met een ”zang- en skikoor”, eind januari, georganiseerd door Wildemans eigen Interclassic Tours. „Ik ben gek van skiën”, legt hij uit. „Een kennis van me, Hans van Soest, is naar Oostenrijk geëmigreerd. Hij verhuurt daar appartementen voor reformatorische mensen die graag in eigen sfeer op vakantie willen. Van Soest vroeg me een aantal jaar geleden of ik niet eens met een koor kon komen. Dat hebben we toen gedaan.”

Dat beviel zo goed, dat de formule werd herhaald. Wildeman: „Het is een prachtige combinatie: overdag in de zon op de piste, elke dag aan het eind van de middag repeteren. Op vrijdagavond in het kerkje van Maria-Alm een uitvoering met een mix van geestelijke liederen en Oostenrijkse volksmuziek. Daar zit dan misschien vijftien man van de plaatselijke bevolking. Maar dat is niet erg. Je doet het meer voor jezelf. Het sfeertje, daar gaat het om. Wat samenbindt tijdens zo’n reis, is de muziek.”

Grootse projecten

Het geeft aan hoe Wildeman te werk gaat in de muziek: mensen op de been brengen, grootse projecten opzetten, grootschalige concerten in binnen- en buitenland. Zo start hij in januari met de vierde aflevering van Het Hollands Jongerenkoor. Enkele honderden jongeren gaven zich inmiddels op. Daarnaast maakt Wildeman volgend jaar ook een begin met Het Hollands Kinderkoor.

Het concept is steeds hetzelfde: op twaalf locaties in den lande repeteren allerlei dirigenten zes keer met de zangers. Vervolgens komen alle koorleden op een centrale locatie bijeen voor de generale repetitie onder leiding van Wildeman, om daarna zes concerten te geven.

De kritiek dat de kwaliteit van het musiceren bij een dergelijke massaliteit onder druk komt te staan, herkent Wildeman niet. „Van tevoren schrijf ik voor dirigenten en koorleden uitgebreid op hoe ik het hebben wil: komma’s, hard, zacht. Mensen moeten thuis ook oefenen met een cd. Dus de basis is er. Vervolgens moet ik in heel beperkte tijd de afwerking verzorgen. Het is inderdaad best moeilijk om het geheel dan strak op de slag te krijgen. In sommige kerken waar het koor niet breed opgesteld kan worden, heb ik bij wijze van spreken een verrekijker nodig om de achterste zangers te kunnen zien. Maar als er dan zo’n grote groep voor je staat, met jonge, flexibele stemmen, dan doet dat wel wat met je. Het is heel mooi om te doen.”

Goede boterham

Met z’n muziekactiviteiten –dirigeren, het begeleiden van koren en vooral ook het uitgeven van cd’s op zijn label Interclassic Music– kan Wildeman inmiddels een goede boterham verdienen. „Ik ben erin gerold”, zegt hij. „Ik ben opgegroeid in Lisse. Altijd was ik met het orgel bezig. Jarenlang had ik les van Leen Schippers, aan wie ik veel te danken heb. Overal ging ik naar concerten van organisten als John Propitius, Klaas Jan Mulder en Vincent de Vries. Ik kocht lp’s van Feike Asma en Willem Hendrik Zwart. Op m’n achttiende werd ik kerkorganist in de gereformeerde gemeente en kreeg ik m’n eerste koor: de Lofstem.”

Vanaf z’n zestiende studeerde Wildeman bij Jan Bonefaas in Gorinchem. „Ik had al heel wat van Bach gedaan, maar het moest opnieuw, nu met metronoom. Ik deed bij Bonefaas bijvoorbeeld ook de drie Chorals van Franck, een aantal Triosonates van Bach en de concerto’s van Händel. Het instuderen vond ik nooit zo inspirerend. Maar als het erin zat, gaf het wel voldoening. Ik heb veel van Bonefaas geleerd.”

Na de mavo wilde Wildeman naar het conservatorium. Tijdens een kennismakingsgesprek in Den Haag raadde de directeur hem dat echter af. Ook Wildemans vader meende dat er geen brood te verdienen was in de muziek. Vandaar dat hij naar de meao ging, een poosje op het gemeentehuis werkte en muziek gaf op school. Door zijn trouwen verhuisde hij naar het Zeeuwse Tholen. Daar bouwde hij z’n muziekbedrijfje uit.

Intussen had hij koordirectielessen gevolgd bij Cees het Jonk en pianolessen bij Nan de Cock en deed hij de eerste fase van de muziekopleiding van de Schumann Akademie. „De theorie ken ik dus wel. Harmonieleer, solfège, contrapunt: ik heb het allemaal gehad. Voor het examen moest ik een fuga schrijven, inclusief stretto. Daarna is het er overigens nooit meer van gekomen.”

Zou hij, als hij het over kon doen, het conservatorium wél gaan doen? „Een vriend studeert momenteel bij Ben van Oosten en Bas de Vroome in Rotterdam. Stukken van Vierne, van maat tot maat. En waag het niet op les te komen als het er niet goed in zit. Dat zou ik ook wel gewild hebben, ja. Maar dat zit er niet meer in als je een gezin met vier kinderen hebt en een bedrijf en veel tijd kwijt bent aan je koren.”

Populaire stijl

Wie Wildemans orgel-cd’s beluistert, merkt dat hij vooral improviseert in populaire stijl. Critici stellen dat het voortdurend meer van hetzelfde is. Iemand vergeleek zijn spel met de kwaliteit van de McDonald’s. Anderen menen dat bij hem de commercie boven de muziek gaat. Wildeman reageert er gelaten op. „Ik vind dat lastig. Ik ben groot geworden in een bepaalde muzikale stijl. Zwart, Asma, Mulder: die mannen hebben mij gevormd. Toen ik er nog niet van hoefde te leven, deed ik dit ook al. Hoewel, als kerkorganist in Lisse speelde ik ook wel bewerkingen van Sanderman, om te voorkomen dat mensen luistermoe worden. Als men zegt dat ik om het geld populair speel, zou dat betekenen dat ik er niet echt achter sta. Dat is niet zo. Ik doe dit omdat ik het zelf mooi vind. Het is een bepaalde stijl.”

Met zijn spel wil hij de tekst uitbeelden. „Bij het ”hijgend hert” van Psalm 42 hoort mijns inziens orgelspel met 8-4-3-tremulant, waarbij je laat horen dat het hert opgejaagd wordt. Als er in Psalm 98 staat dat het huis van de Heere van vreugde moet druisen, dan stel ik me voor: vol orgel, inclusief de zogenoemde WHZ-effecten, waarbij je het orgel licht laat vibreren. Het huis moet druisen! Dat kan overigens ook zeer verzorgd worden gedaan, zonder plakvingers en slepend pedaal.”

Komt hij nog toe aan het studeren van literatuur? „Als ik de tijd had om hele dagen achter het orgel te zitten, zou ik wel weer serieus gaan studeren. Maar dat komt er vaak niet van. Ik geef trouwens niet heel veel orgelconcerten. Soms kom ik ergens waar ze graag een bepaald stuk willen horen. Zo speelde ik in Drogeham op verzoek de ”Marche funèbre” van Guilmant. Zo’n stuk moet ik dan even opnieuw instuderen. Maar het geeft wel voldoening. Ook de eerste en zesde orgelsonate van Mendelssohn speel ik graag. Die vormen voor mij hoogtepunten van de orgelmuziek.”

En een cd met orgelliteratuur? „Dat kost heel veel tijd en energie. En commercieel is het niet interessant. Ik heb trouwens voor STH Records in het verleden twee cd’s in Hasselt gemaakt met literatuur. Dat waren dan de wat populairdere werken van componisten als Driffil, Young, Lemmens, Händel en Becker. Misschien moet ik het weer eens doen.” Welk orgel zou het worden? „Ik ben een fan van de orgels in Kampen en Hasselt. Of de Bavo in Haarlem, dat is ook heel mooi. De Rolls-Royce onder de orgels.”

Shira

Met zijn label Interclassic Music brengt Wildeman jaarlijks zo’n 25 cd’s op de markt. Ook van veel van deze opnamen klinkt de kritiek dat ze meer van hetzelfde zouden bieden. Wildeman zou rijp en groen via de cd voor het voetlicht halen. Hij reageert laconiek. „Ik denk dat er een bepaalde markt is voor mijn cd’s, daar kijk je toch naar. Tegelijk vind ik het leuk om jonge mensen te stimuleren hun talenten te gebruiken. Zo won Lisanne Leeuwenkamp het Interclassic Music Concours en maakte vervolgens een paar cd’s. Juist bij zo’n concours hoor je of iemand een goede stem heeft of niet. Zij is bijvoorbeeld op zangles gegaan. Het idee van de cd kwam overigens van een dirigente, die haar wilde pushen. Ik geef trouwens ook weleens cd’s uit die commercieel minder aantrekkelijk zijn. Zo heb ik Jan Willem van Braak een kans willen geven met Duruflé-achtige improvisaties vanuit Rolduc. Daar zitten helaas veel mensen niet op te wachten, hoewel die muziek bijzonder knap in elkaar zit. Ook beroepsmusici als fluitist Kees Alers en harpiste Regina Ederveen maakten cd’s op mijn label.” Wat als symfonieorkest Sjosjanim aan zou kloppen voor een cd-uitgave met werken van Brahms en Beethoven? „Ze zijn van harte welkom! Het is een populair orkest.”

Als Wildeman vooruitkijkt, wat zijn dan uitdagingen? „Ik begin volgend jaar met het jongedameskoor Shira. Alleen vrouwen, twee- of driestemmig, geeft een heel mooie, frisse klank. Je kunt er ook sneller mee werken, zodat je een hoger niveau kunt bereiken. Ik denk bijvoorbeeld aan muziek van Händel.”

Een paar jaar geleden maakte hij in opdracht van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten de cd ”Hoor Israël”, met onder andere psalmen op onberijmde Joodse wijze gezongen. „Zo’n project vind ik heel leuk. Ik moest er nieuwe muziek voor schrijven. Dan zet je echt iets nieuws op de kaart.”

Hij zou ook nog wel eens wat met de Engelse carols willen doen. „Als ik de hele week in dezelfde klankwereld heb gezeten, draai ik zondags graag cd’s van de Engelse jongenskoren. Dat is even fris, iets heel anders. Ik heb juist een boek met alleen maar carols aangeschaft. Daar wil ik binnenkort wat mee gaan doen.”

Verder heeft hij niet zo veel dromen. „Dirigeren in het Concertgebouw of de Doelen heb ik al gedaan, spelen op de grote orgels in Parijs ook. Je zou nog andere buitenlandse reizen kunnen verzinnen. Zingen in Afrika bijvoorbeeld.”

Meer informatie: www.peterwildeman.nl