Muziekles in Moerkapelle: bagage voor het leven

Muziek in huis
Sylke van Heeringen (l.) uit Moerkapelle krijgt celloles van Gerrieke Verheij. beeld RD, Anton Dommerholt
2

Ze staan in de buurt bekend als het gezin waar iedereen een muziekinstrument bespeelt. Bij de familie Van Heeringen uit Moerkapelle hoort muziekles bij de opvoeding. „De kinderen hebben weleens een duwtje nodig om te oefenen.”

„Prachtig!” roept cellodocent Gerrieke Verheij. Sylke van Heeringen (18) speelt het stukje nog eens. Cello voor zich, ogen gericht op de muziekstandaard. De 18-jarige heeft de afgelopen weken geoefend op de vijfde positie: de plek waar de linkerhand zich bevindt op de snaren. Niet de makkelijkste opdracht. Gerrieke geeft tips als Sylke vastloopt. „Je moet je de toon eerst in je hoofd voorstellen, anders glijd je alle kanten op.” De les is gewoon in de woonkamer; moeder Brenda (43) zet vast koffie en thee.

Van zenuwen over het publiek is bij Sylke weinig te merken. Haar vingers wisselen vliegensvlug van plek. „Bachje doen?” stelt Gerrieke voor. „Van begin tot eind.” Even later klinken de bekende klanken van de prelude van Bachs cellosuite nummer 1 door de kamer. Gerrieke luistert goedkeurend, ogen soms dicht. Sylkes blik verraadt concentratie. Af en toe glipt er een foutje tussendoor. Ze speelt onverstoorbaar door.

Na afloop is Gerrieke lovend. „Een stuk beter dan de vorige keer!” Sylke blijft kritisch. „Het klinkt allemaal een beetje pieperig. Vooral die A.” Tijd voor een stukje techniek, vindt de cellodocent. Ze doet de strijkbeweging voor op haar eigen cello. De strijkstok beweegt maar een klein beetje.

De sfeer is goed, maar de puntjes moeten op de i. „De elleboog moet eerst omhoog, daarna pas je vingers”, doet Verheij voor. Sylke sputtert: „Maar dat is onnatuurlijk! Waar moet je je elleboog dan laten?”

Kinderen die muziek maken en oefenen: voor de familie Van Heeringen is het een bekend gebeuren. Alle vier de kinderen bespelen een instrument. Oudste dochter Sylke en jongste zoon Lukas (12) hebben nog steeds les; oudste zoon Rens (20) kreeg jarenlang orgel- en pianoles en dochter Imke (14) zat op dwarsfluitles. Ook de ouders zijn muzikaal: Klaas-Jan (47) begeleidt diensten in de gereformeerde gemeente in Moerkapelle –waar het gezin lid is– en speelt daarnaast in de plaatselijke hervormde gemeente. Brenda is klarinettist in het christelijke amateurensemble Filomusica – waar Sylke cello speelt. Beide ouders hebben weer muziekles.

Klaas-Jan en Brenda van Heeringen. beeld RD, Anton Dommerholt

Organisten

Muziek heeft een grote plaats in het gezin, vertelt Brenda. „We hebben aardig wat instrumenten in huis. Veel mensen uit de kerk en uit de buurt weten dat. Jullie zijn dat gezin waar iedereen een instrument speelt, zeggen ze dan.” Volgens Brenda, die in het dagelijks leven voor de klas staat in het basisonderwijs, was het nooit een vooropgezet plan om met z’n allen op les te gaan. „Dat is zo gegroeid.”

Zowel bij Brenda als bij Klaas-Jan zat de liefde voor muziek er al jong in. „Mijn moeder speelde orgel in de kerk”, vertelt Klaas-Jan, werkzaam bij een onderzoeksinstelling op het gebied van water. Aan de kant van zowel zijn vader als zijn moeder zitten er diverse organisten in de familie. Brenda’s broer en zus speelden een instrument. Haar vader waagde zich op latere leeftijd nog aan pianospelen.

Het volgen van muziekles is geen verplichting binnen het gezin, vertelt Brenda. „Maar we stimuleren het wel.” Volgens haar is les nodig om een instrument echt goed te beheersen. „En een stimulans om door te zetten”, vult Klaas-Jan aan. „Een stok achter de deur om te blijven oefenen.”

Durf

Behalve voor de muzikale techniek is muziekles goed voor het ontwikkelen van andere vaardigheden, ziet Brenda. In haar dagelijks werk heeft ze veel te maken met hoogbegaafde kinderen en hun ouders. „Bij die kinderen komt alles vaak aanwaaien, omdat ze makkelijk leren. Ik adviseer ouders om hun kind op muziekles te doen. Daar leren ze foutjes te maken en door te zetten als iets niet in één keer lukt.”

Door de muzieklessen krijgen kinderen meer durf, denken Klaas-Jan en Brenda. Ze zien dat bij Lukas. „Die speelde pas zomaar in Stadshart, het winkelcentrum van Zoetermeer”, vertelt Brenda. Lachend: „Hij verdiende 100 euro in een uur. Een voordracht doen voor een groep mensen, dat wordt ook gestimuleerd op les.” Het bespelen van de trompet heeft bij Lukas bovendien een medisch voordeel: hij heeft astma en door het spelen traint hij zijn longen.

Zowel Sylke als Lukas kan het goed vinden met de persoon van wie ze les krijgen Een klik met een docent is belangrijk, stelt Brenda. „Als een muziekleraar zijn enthousiasme niet kan overdragen, motiveert hij of zij de leerling niet. Zo werkt het in het onderwijs ook. Als ik saai lesgeef, vinden de kinderen het ook niet interessant.”

Los van het sociale aspect helpt een muziekdocent volgens Brenda om op een andere manier naar de muziek te kijken. „Het heeft voor mij meerwaarde om de interpretatie mee te krijgen van iemand die kennis van de muziek heeft.”

Het volgen van les moet geen verplicht nummer worden, vinden Klaas-Jan en Brenda. Zowel Rens als Imke stopte recent met lessen. Beiden volgden jarenlang les. Imke begon in groep 5 met dwarsfluitles en beëindigde haar lessen afgelopen zomervakantie. „Ik had niet altijd zin meer om te oefenen”, verklaart ze. Brenda: „Jammer, maar het is haar keuze.” „Geforceerd op les blijven werkt niet”, vult Klaas-Jan aan. „Ik herken het van mezelf: rond mijn 16e was ik ook niet zo gemotiveerd meer. Toen kwam de fase dat je op techniek moet focussen en moet leren studeren.”

Ook Lukas heeft weleens een duwtje nodig om te oefenen, vertelt Brenda lachend. „Hij kan zich er moeilijk toe zetten. Speelt liever zomaar wat weg.”

2020-02-07-katVR4-muziekhuisvrijdag-5-FC-V_webOnderzoek naar muziek in refokring: het huis vol gedruis

Buren

Er gaat geen dag voorbij of er wordt muziek gemaakt in huize Van Heeringen. Sylke, Lukas en hun ouders oefenen gewoon beneden, in de woonkamer. Last van elkaar hebben ze niet. „Aan het begin dacht ik: iedereen hoort me”, vertelt Sylke. „Nu boeit dat me niet zo.” Ook Klaas-Jan kruipt geregeld achter het orgel of de piano. Als hij op zondag de gemeentezang moet begeleiden, speelt hij die dag veel. Sylke houdt de cello dan even in de hoes. Het is het één of het ander: cello of orgel.

De buren hebben „gelukkig” geen moeite met de muzikale activiteiten van het gezin. „We proberen rekening met hen te houden door ’s avonds na halfnegen geen luide instrumenten meer te bespelen”, zegt Brenda. „Dus geen klarinet en trompet. We spelen vooral rond het einde van de middag en het begin van de avond.”

Binnenshuis hebben ze ook geen last van elkaars spel. „Ik kan prima een dutje doen als Sylke cello speelt”, zegt Klaas-Jan. Sylke lacht: „Beter zelfs.”

Vier kinderen op muziekles, is dat geen duur grapje? Ja, beaamt Brenda. „Maar dat is voor ons geen hindernis om het niet te doen.” Voor kinderen tot 21 jaar is les goedkoper, omdat er geen btw op wordt geheven, vertelt ze. Dat maakt het aantrekkelijk om muziekles te nemen. De kinderen zijn allemaal begonnen met een huurinstrument, vertelt Brenda. Op die manier kunnen ze verschillende instrumenten uitproberen en zien of het instrument bij hen past, voor het gezin grote kosten maakt.

Uit het onderzoek van het Reformatorisch Dagblad blijkt dat veel mensen stoppen met muziekles naarmate ze ouder worden (zie grafiek). Sylke kan zich daar wel iets bij voorstellen. Ze woont nu nog thuis en doet een studie verpleegkunde. „Als ik afgestudeerd ben en werk, kan ik me voorstellen dat het leven druk genoeg is. En als je de les zelf moet gaan betalen, wordt het al snel te duur.”

Dat vooruitzicht is voor Klaas-Jan en Brenda geen reden om minder tijd en geld in de lessen te stoppen. „Muziekles is nooit weggegooid geld”, aldus Klaas-Jan. „Ook niet als kinderen er op latere leeftijd mee stoppen. Het is bagage voor de rest van je leven.” Brenda: „Je verleert het niet. Ik heb jaren geen les gehad, maar toen ik de klarinetlessen rond mijn dertigste weer oppakte, maakte ik een enorme vlucht in techniek. In een ensemble spelen helpt ook. Dan behoud je je vaardigheden.”

Decrescendo

Sylke en Gerrieke buigen zich aan het eind van de les over het huiswerk voor de volgende keer: de Allemande, deel twee uit Bachs cellosuite. „Dat betekent ”Duitsland” in het Frans”, verduidelijkt Gerrieke. „Duits is gestructureerd, dus geen gekke dingen doen.” Ze speelt een stukje. „Vind ook even uit hoe de zinnen lopen. Zal ik verklappen wat handige posities zijn? Dat scheelt je weer wat hoofdbrekens.”

Sylke graait achter zich uit de la een potlood tevoorschijn en krabbelt snel wat aantekeningen neer. „Hoe heet dat ding wat je nu getekend hebt?” wil Gerrieke weten. „Een decrescendo, heel goed.”

Na drie kwartier zit de les erop. De cello gaat in de hoes, Bach wordt opgeborgen. De stukken voor de volgende keer staan genoteerd. „Heb je nu wel genoeg leuke dingen?” vraagt Gerrieke zich af. Sylke weet daar wel raad mee: „Als ik iets makkelijks wil, dan app ik je wel.”

Reacties enquête

In de enquête ”Muziek in huis” van het Reformatorisch Dagblad vertelden diverse mensen over de plek die muziekles inneemt in hun gezin. Van de personen in de huishoudens die een instrument bespelen, heeft een op de drie op dit moment regelmatig muziekles. De helft geeft aan vroeger wel les te hebben gehad, maar nu geen lessen meer te volgen. Bij het ouder worden neemt het les nemen zienderogen af. Een greep uit de reacties.

„Muziekles hoorde bij onze opvoeding. En iedereen speelt met veel plezier! Wel worden we soms bijna gek van elkaar...”

„Alle kinderen bij ons thuis zitten al van jongs af aan op muziekles en de ouders zitten op koor. De muziekinstrumenten worden ook gebruikt bij sing-ins van de kerk of bij geloofstoerusting en orkesten.”

„Ik speel zelf orgel en geef mijn vijf kinderen allemaal zelf orgelles. Mijn oudste twee zijn op een gegeven moment bij een andere muziekleraar gegaan, een van hen is overgegaan op cello. Ik componeer zelf orgelmuziek.”

„Muziekles (met uitzondering van blokfluitles) kan een vrij dure hobby zijn. Mogelijk is dat een reden waardoor gezinnen hier niet de mogelijkheid toe hebben.”

„Onze elf kinderen hebben allen muziekles gehad: orgel, piano, dwarsfluit, panfluit, viool en harp. Er zijn nog twee kinderen tijdens de weekwisseling thuis; dan wordt er nog gespeeld.”

Muziek in huis

Deel 2 in een serie artikelen naar aanleiding van het onderzoek ”Muziek in huis” van het Reformatorisch Dagblad. Woensdag in katern RD woensdag deel 3.