Lector Nigel Lamb: gegrepen door de sfeer van de anglicaanse liturgie

Nigel Lamb op de galerij van de evangelisch-lutherse kerk in Den Haag. Achter hem als blikvanger het Bätzorgel uit 1762. „Ik behandel het instrument als een soort kind.” beeld Sjaak Verboom

Hij kent de gereformeerde gezindte inmiddels aardig. Door zijn optredens bij Sonante Vocale, het Kampen Boys Choir, het Gorcum Boys Choir. En door amateurs die in de Haagse lutherse het beroemde Bätzorgel komen bespelen. Toch zal Nigel Lamb (62) zich nooit echt thuis kunnen voelen bij gereformeerden. De sfeer van de Anglicaanse Kerk blijft trekken.

De lutherse kerk in Den Haag is de werkplek van Nigel Lamb (62). Voor drie dagen per week. „Nou ja, op papier”, glimlacht de Engelsman. Als koster-beheerder is hij, samen met Henk Baaima, verantwoordelijk „voor alles waar een knop op zit.”

Dat geldt dus ook voor het beroemde Bätzorgel uit 1762. „Ik behandel het als een soort kind”, zegt hij. Zelf kan hij niet spelen. Maar wel stemt hij af en toe de tongwerken van het instrument, net als het klavecimbel in de kerk. Ook staat hij aan de knoppen bij titularis Sander van den Houten –„een alleseter, die durft wel wat”– of andere organisten. „Ze kunnen altijd een beroep op me doen.”

Lamb is ook, samen met Van den Houten, gastheer voor amateurs die naar Den Haag komen om voor 50 euro per uur het beroemde instrument in ‘zijn’ kerk te bespelen. „Ze krijgen koffie met gebak. Dat vind ik leuk. Vervolgens breng ik ze bij het orgel. Tien minuten voordat de tijd om is, ga ik weer naar boven. Dan zit ik een poosje te kijken. De romantische koraalmuziek van Asma en Zwart die ze vaak spelen staat me niet aan. Maar ik waardeer zó hun toewijding en gedrevenheid. Ze zitten helemaal in de muziek! Heerlijk om zulke jongens bezig te zien.”

Hebzucht

Lamb treedt in de Haagse lutherse ook op als voorganger tijdens het zogenoemde Citykwartier op woensdag. Tussen de middag is de kerk open en is er een viering van ongeveer een kwartier. Mensen van allerlei slag zoeken dan even het kerkgebouw op, voor stilte, gebed en een korte overweging.

Deze woensdag heeft Lamb gesproken over een perikoop uit het apocriefe boek Wijsheid van Jezus Sirach. Over gierigheid en hebzucht. Waarom hij zo’n tekst kiest? „Ja, niet echt vrolijk, hè? Hij gaat mij erom dat ik mensen iets meegeef wat ze direct kunnen toepassen. Zo’n thema als hebzucht: je ziet het overal om je heen gebeuren.”

Wat voor hem het belangrijkste is dat hij wil doorgeven? „Dat God er altijd voor ons is, tenminste: als je gelooft. Aan het eind van mijn overweging heb ik daarom verwezen naar het grote offer van Christus aan het kruis.”

Het voorgaan in dergelijke vieringen doet Lamb al sinds 2004. „Daarom zet ik er in januari een punt achter. Dan heb ik het vijftien jaar gedaan. Ik roep altijd dat het goed is om ook weer een keer te stoppen. Dan moet ik zelf het goede voorbeeld geven.”

Muziek

Lamb kwam in 1986 op de bonnefooi naar Nederland. Hij kende wat vrienden in Den Haag en streek daarom in de hofstad neer.

Zijn wieg stond dertig jaar eerder in Londen. Hij vertelt over de sfeer thuis en op school: veel ruzie, een vader die lijfstraffen uitdeelde, een gymnasium waar een streng regime heerste. Intussen was muziek de grote passie van Nigel. Als koorzanger op school kon hij z’n ei kwijt. Het gymnasium had een sterk ontwikkelde muziekafdeling. En aan de universiteit studeerde hij behalve sociale wetenschappen ook muziektheorie.

Toch ging hij niet de muziek in. „M’n ouders vonden dat ik bij een bank moest gaan werken. Dat deed ik dan ook. Ik gaf wel wat les in muziektheorie.” Toen hij het werk bij de bank „zat” was, ging Lamb als tv-presentator bij de plaatselijke en regionale omroep aan de slag. Later was hij actief als regisseur. Na acht jaar zette hij ook daar een punt achter.

In Engeland was toen premier Margaret Thatcher aan de macht. „Dat regime was ik helemaal zat. Het had ook met mijn homoseksuele geaardheid te maken. Er heerste op dat punt een antisfeer. Er kon niet over gesproken worden.”

Op z’n 30e maakte Lamb de oversteek naar Nederland. „Er ging hier in Den Haag een wereld voor me open. De warmte die ik ontmoette in de gezinnen van mijn vrienden: dat kende ik helemaal niet.”

Terug naar Engeland wil hij niet meer. „Ik hoorde in 2006 drie maanden na dato via via dat mijn moeder was gestorven. Vorig jaar kwam ik er op de site van de Mormonen achter dat m’n vader al een aantal jaar geleden is overleden. Met m’n broer heb ik al dertig jaar geen contact. Ik heb er niets meer te zoeken.”

Kathedraal

De jonge Nigel groeide niet met de kerk op. Z’n moeder was officieel rooms-katholiek, z’n vader areligieus. Toen hij een jaar of 16 was, overleed zijn opa van moeders kant. Nigel mocht echter van zijn ouders niet naar Liverpool voor de uitvaartsdienst. Toch voelde hij een drang om naar de kerk te gaan. Zodoende kwam hij terecht in de eeuwenoude anglicaanse parochiekerk waar hij in 1956 was gedoopt. „Dat deed heel veel met me. De sfeer, de priesters, het koor, de muziek, de structuur van de dienst, het kerkgebouw: het was alsof ik de gewone wereld achter me liet.”

Niet lang daarna deed hij de confirmatie (belijdenis) in de kathedraal van St Albans, ten noorden van Londen. „Nog steeds kan ik die sfeer oproepen. Dat je in een andere wereld terechtkomt, waar je God kunt ontmoeten. In protestantse kerken heb ik een totaal andere ervaring. Daar gaat het zakelijker toe, met weinig ruimte voor het ritueel.”

Crisis

In Nederland wilde Lamb zich niet bij een Engelstalige gemeenschap aansluiten. „Dan leer je de taal nooit.” Dus zocht hij geen anglicaanse kerk op. Lange tijd deed hij vervolgens weinig met zijn geloof. Tot hij een geloofscrisis meemaakte. „Niet leuk, maar heel nuttig. Je komt er in no-time achter hoe belangrijk het geloof voor je is.”

In Den Haag kwam hij in aanraking met de remonstranten. „Heel aardige mensen, maar qua liturgie was het niet wat ik zocht.” In 2003 belandde hij op woensdag in de evangelisch-lutherse kerk. Opnieuw heel aardige mensen. Lamb bleef komen en raakte al snel als vrijwilliger actief in de gemeente. Als hulpkoster, als voorganger tijdens het Citykwartier. Inmiddels ook als koster-beheerder.

De evangelisch-lutherse eredienst op zondag is „vrij hoogliturgisch”, zegt Lamb. Maar toch kan ook zo’n dienst hem maar moeilijk raken. „Ik denk dat ik me uiteindelijk het beste thuis voel in de Oud-Katholieke Kerk. Of misschien moet ik hier toch maar op zoek naar een anglicaanse kerk.”

Bovenkerk

De achterliggende jaren raakte Lamb betrokken bij vieringen in Engelse stijl die binnen de gereformeerde gezindte worden georganiseerd. Tijdens een Choral Evensong of een Festival of Nine Lessons and Carols verzorgt hij als lector met zijn sonore stem de Bijbellezingen en de gebeden. Zo was hij onder andere te gast bij het Kampen Boys Choir, bij Sonante Vocale uit Amersfoort en bij het Gorcum Boys Choir.

Hij is lovend over wat een dirigent als Rintje te Wies met het Kamper jongenskoor weet te bereiken. „Heel erg goed. Het lijkt als twee druppels water op wat er in Engeland in de kathedralen gebeurt. Ze komen er heel dichtbij. Tegen het hemelse aan.” Zo’n viering moet dan wel in een mooie kerk plaatsvinden: de Bovenkerk in Kampen –„een verschrikkelijke preekstoel”–, de Grote Kerk in Gorinchem, de Martinikerk in Doesburg. „In een sporthal moet je geen Choral Evensong doen. De sfeer van een kathedrale ruimte hoort erbij.”

Tragiek

Lamb geniet van dergelijke vieringen. „Ik zou er het liefst nog veel meer doen.” Wat hem erin trekt? „Ik wil de emotie van een Bijbelgedeelte overbrengen, zodat de luisteraar de tekst kan beleven. Neem Johannes 1: Christus komt op het hoogtepunt van de heilsgeschiedenis, en wat gebeurt: ze hebben Hem niet geaccepteerd. Die tragiek wil ik overbrengen. Daarom draag ik langzaam voor. Het moet aankomen. Iemand zei na afloop tegen me: „Wat droeg jij de lezingen goed voor. Ik had helemaal geen vertaling nodig.” Dat is een heel mooi compliment.”

Normaal gesproken blijft hij het liefst op de achtergrond, zegt Lamb. „Maar bij zo’n viering sta ik wel graag op de voorgrond. Niet om er een Nigel-show van te maken. Maar om het Woord van God te vertolken.”

---

Nigel P. Lamb

De Engelsman Nigel P. Lamb (62) is koster-beheerder van de evangelisch-lutherse kerk in Den Haag. Hij is secretaris van de Stichting Cultuur en Muziek in de Lutherse Kerk en assisteert indien nodig als registrant tijdens orgelconcerten. Ook treedt Lamb sinds vijftien jaar op als voorganger tijdens het zogenoemde Citykwartier op woensdagmiddag in de evangelisch-lutherse kerk.

Als lector verleent de Engelsman regelmatig zijn medewerking aan vieringen in Engelse stijl, zoals de Choral Evensong en het Festival of Nine Lessons and Carols. Later deze maand is Lamb in Den Haag betrokken bij twee uitvoeringen van een ”Festival”: op 22 december door het Haags Matrozenkoor in de Kloosterkerk, de dag erop door een scratchkoor in de lutherse kerk.

Lamb werd in 1956 in Londen geboren. Hij studeerde sociale wetenschappen en muziektheorie en werkte vervolgens bij een bank en in de omroepwereld. In 1986 kwam hij naar Nederland en vestigde zich in Den Haag.

Hij is voorzitter van het Haagse vocaal ensemble Chordiality onder leiding van Patrick Pranger.

Op Facebook introduceert hij zich als volgt: „Ik ben meer ”jij” dan ”u”. Informeel en benaderbaar van nature.”

Meer informatie: www.nplamb.eu