Kerstdagboek van musicus André van Vliet

Het kerstconcert van 2018 door Vox Jubilans in de Rotterdamse Doelen, met de première van het oratorium ”In mensen een welbehagen”. beeld Vox Jubilans
2

De decembermaand barst uit zijn voegen met kerstconcerten, kerstvieringen en kerstdiensten. Menig predikant spreekt van een veldtocht. Maar vergeet de musici niet. Pianist, organist en dirigent André van Vliet (49) is deze weken vrijwel dagelijks uitvoerend in touw, maar over drukte wil hij niet spreken. „Dat vind ik een heel naar woord.” Een week in de kersttijd van de Polsbroeker musicus.

Woensdag 19-12, 13.00 uur

„In de grote zaal van Johannus Orgelbouw in Ede bereid ik vanmiddag een besloten concert voor. Ieder jaar bedankt de directie van Johannus op deze manier haar personeel. Er komen vanavond verschillende musici; zelf bespeel ik het orgel.

De decembermaand is vol met bijna dagelijks concerten. Dat is eigenlijk al het geval zo lang ik werk als musicus, nu ruim dertig jaar. Mijn vrouw en onze vier kinderen –de oudste is 26, de jongste 17– weten eigenlijk niet beter dan dat ik weinig thuis ben tegen het einde van het jaar.

Druk wil ik het niet noemen; dat vind ik een heel naar woord. Ook in de rest van het jaar, trouwens. Wel heb ik het plannen echt moeten leren. Vroeger ging het nog weleens mis, bijvoorbeeld met het opsturen van de muziekarrangementen. Omdat ik vrij chaotisch ben, vergat ik nogal eens dat andere musici graag hun muziek drie weken van tevoren in huis krijgen om nog tijd te hebben om te studeren.

Een jaar of tien geleden heb ik hulp gekregen bij het plannen en sindsdien is er meer rust gekomen. Direct na de zomer begin ik met voorbereiden van de kerstperiode. Voor concerten waar ik begeleid, zet ik een aantal uren studietijd in de agenda.

Maar zelf muziek schrijven kost veel meer werk. Voor één minuut orkestmuziek moet ik ongeveer een uur schrijven. Dus als ik zestig minuten muziek nodig heb, moet ik ergens in het najaar zestig uur voorbereidingstijd tevoorschijn toveren.

Mijn regel is nu: vóór het eerste adventsconcert moeten alle concertprogramma’s en enveloppen met muziek de deur uit zijn.”

Vrijdag 21-12, 12.15 uur

„Wat een heerlijk concert gisterenavond! Al ruim 25 jaar begeleid ik het Rotterdamse koor Deo Cantemus tijdens de kerstconcerten in de Doelen, de laatste jaren als pianist. Gisteren viel alles op zijn plaats: de timingen waren goed, de programmering was prachtig.

Centraal in het programma stond de cantate ”Great and Mighty Wonder” van de Amerikaan Fettke. In acht delen werden alle facetten van het kerstwonder bezongen. Het programma is tekenend voor een van de belangrijkste ontwikkelingen die ik zie in dertig jaar kerstconcerten: het Amerikaanse repertoire heeft een enorme opmars gemaakt in Nederland.

Als pianist moet je op zo’n avond goed aanvoelen wanneer je je momenten pakt. Iemand noemde mijn rol een ”gatenvuller”. Ik heb als pianist een vrije rol, die per avond kan verschillen. Van tevoren bestudeer ik het harmonische schema. Tijdens de avond luister ik zorgvuldig: wanneer het orkest een stapje terugdoet, is er ruimte voor pianonoten. Doseren is daarbij belangijk. Even niets spelen als de piano niets toevoegt. Niet alle muzieknummers versieren. Je kan een huis ook zo vol slingers hangen, dat je de jarige vergeet.

Verder was de dag gisteren gevuld met studeren voor twee concerten vanavond en zaterdagavond als pianist met het Christelijk Mannenkoor Assen. Daarnaast heb ik een uurtje gearchiveerd. Ik heb mezelf als doel gesteld om alle partituren die ik gebruikt heb gelijk op te ruimen. Anders ben ik straks de halve kerstvakantie bezig om alle muziek weer op de goede stapels te krijgen.

Nu snel in de auto richting Assen.”

Zaterdag 22-12, 17.00 uur

„Opnieuw in de auto voor de twee uur durende rit naar Assen, nu voor het tweede concert. Toch even doorrijden, na het concert vanmiddag heb ik net te lang staan napraten.

Het was een thuiswedstrijd, als dirigent met het mannenensemble Cantare in mijn ‘eigen’ kerk: de dorpskerk van Polsbroek.

We moesten er hard aan trekken vanmiddag. Een aantal liederen, zoals het middeleeuwse ”Gaudete”, lag best buiten de comfortzone van de mannen. Ze hebben hard gewerkt. Als dirigent vraagt dat op zo’n moment wel extra aandacht.

Met zo’n kleine groep mannen werkt het anders dan met een groot koor. Niet dat ik dit liever doe, maar het werkt wel makkelijk met weinig mensen. Het repertoire is niet te vergelijken met dat van grote koren.

Ook de aanpak van ensemblemuziek is anders. Als mensen zeggen dat zestien zangers zingen als een koor van tachtig mensen, zie ik dat niet als een compliment.

Nu dus richting Assen – met hetzelfde programma als gisterenavond. Schakelen tussen de rol van dirigent en pianist gaat me niet moeilijk af. Als je als begeleider samenwerkt met mensen die visie hebben, vind ik het niet zo interessant om me af te vragen of dat ook mijn visie zou zijn. Dan geniet ik vooral van de samenwerking.

Twee concerten per dag komt regelmatig voor. Van zo’n volle muziekdag kan ik wel genieten. Alleen wanneer je moet haasten tussen concerten, kan het invloed hebben op je dirigeren of op je spel. Op zulke momenten ben ik blij dat er mensen zijn die zeggen: „André, relax, neem eerst even een kop koffie.”

Maandag 24-12, 21.30 uur

„Over een halfuur begint de kerstnachtdienst in Bennekom, als dirigent sta ik daarbij voor projectkoor Oriolus. We zingen vooral klassieke kerstliederen vanavond, met een programma gericht op mensen die zelden in de kerk komen.

Gisteren hielden we met het gezin rustdag in onze gemeente. Vrijwel iedere zondag zit ik hier op de orgelbank. Ook al is dit echt iets anders dan concerteren voor publiek, toch is er zelfs rond de zondagse eredienst altijd wel spanning in het spel.

Tijdens de concerten worden al volop kerstliederen gezongen, maar in de kerk probeer ik het kerkelijk jaar aan te houden. Gisterenochtend speelde ik daarom voor de dienst twee adventsliederen, waaronder een bewerking over ”Er is een roos ontloken” van Jan Bonefaas.

Morgen eerste kerstdag. In al die jaren is die dag vrijwel altijd bestemd geweest voor de kerkdiensten en voor familie. Dan even geen concerten. Alleen ’s ochtends in de eigen gemeente weer achter de klavieren.

Ook na dertig jaar kerstconcerten is de betekenis van het kerstwonder altijd weer nieuw. Dat probeer je via de muziek ook over te brengen. Onlangs zongen we met een van de koren het ”Gloria in excelcis Deo” van Charles Gounod. De muziek gaat dan in korte tijd van het uitbundige ”Laudamus te” (wij loven U) naar het ingetogen ”Miserere nobis” (ontferm U over ons). Die twee dingen liggen met Kerst heel dicht bij elkaar. Het ene moment kun je mee met de hoogte van de lofzang. Het volgende moment besef je: maar Hij vernederde Zich wel voor mij met een reden. Wij hebben ontferming nodig.”

Woensdag 26-12, 7.15 uur

„Dat was een korte nacht. De wekker ging om 6.15 uur, maar daarvoor heb ik niet veel geslapen. In mijn hoofd vond de repetitie voor het concert van vandaag al plaats; en er zaten heel wat leeuwen en beren op de weg.

Nu in de auto richting de Doelen is de spanning grotendeels weg en is er de rust waar ik ook om gebeden heb. Vanochtend sta ik op de bok voor Vox Jubilans met ons jaarlijkse kerstconcert. Om 8.00 uur start de repetitie –de enige met alle musici– en om 10.30 uur het concert.

Na de pauze staat het nieuwe oratorium ”In mensen een welbehagen” op het programma. Henriëtte Maaijen schreef de tekst, de muziek is van mijn hand.

Het gaat me nooit gemakkelijk af om muziek te schrijven. Collega’s nemen een blocnote mee op vakantie en komen thuis met tien nieuwe melodieën; dat heb ik nu nooit.

De tekst van Henriëtte is uitgangspunt in het componeren, eerst kijk ik wat die me zegt. Vervolgens ga ik achter de piano wat zitten knoeien en langzaam ontstaat de muziek. Als de eerste tien maten maar staan, dan heb ik iets om mee verder te werken.

Tijd is vanochtend onze grootste vijand. In de twee uur repetitietijd die we hebben, moet ook echt alles gebeuren. De musici kennen alleen hun eigen partij. Ze hebben nog nooit de hele partituur van het oratorium gezien. Dat is zo gevaarlijk. Het kan zomaar zijn dat ik bijvoorbeeld in de slagwerkpartij een maat met rusten vergeten heb te schrijven en we daar vanochtend pas achter komen. Gelukkig zijn de musici vakmensen; aan hen zal het niet liggen. Maar spannend wordt het wel.”

Woensdag 26-12, 14.30 uur

„Het is allemaal goed gekomen vanochtend. Je weet tijdens het componeren nooit precies hoe zo’n oratorium klinken zal. Maar dit was wat ik ongeveer voor ogen had. Gelukkig bleek de vrees voor onjuiste partijen onterecht. Alleen aan de partij van de hoornist klopte iets niet, maar hij loste dat heel vakkundig op.

De repetitie gaf vertrouwen. Tijdens het concert draait in mijn hoofd als het ware de film van de repetitie af, waardoor ik weet op welke momenten het koor of orkest even extra hulp nodig heeft.

In de muziek heb ik geprobeerd de tekst muzikaal te vertolken. Zo wordt het moment van de zondeval gemarkeerd door een interval die vroeger lange tijd verboden was en de ”duivelskwint” wordt genoemd.

Hoogtepunt was voor mij vanochtend het achtste deel. Tekstueel is dat zo mooi geschreven. Daarin wordt de stilte in de hemel beschreven die volgt als de Vader zegt dat de volheid van de tijd is gekomen; de stilte die volgt op het antwoord van de Zoon, Die zegt dat Hij zal gaan. Daar houdt de hemel de adem in. Als we daarover zingen, speelt alleen het orgel nog mee. Het orkest zwijgt om die stilte te vertolken. Die boodschap kwam tijdens de uitvoering echt over.

Het volgende concert is pas over anderhalve week. De muziek kan nu dus echt even opzij; de volle kersttijd ligt weer achter de rug. Toch beleef ik die nooit met tegenzin. Ieder jaar zijn ”Stille nacht” en ”Komt allen tezamen” toch weer mooi. Ook als er nog vijf kerstdagen kwamen, zou ik weer met liefde musiceren. Maar nu is het toch lekker om eerst gewoon een paar dagen vakantie te hebben.”