Jubileum KVNM: 150 jaar inzet voor Nederlandse muziektraditie

2

De Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis (KVNM) viert haar 150e verjaardag. Een tentoonstelling in de Universiteitsbibliotheek Utrecht markeert het jubileum van ’s werelds oudste musicologische vereniging.

”Van Sweelinck tot Diepenbrock”, heet de kleine expositie met archiefstukken, foto’s, rekeningen, publicaties en een mooie documentaire die 150 jaar KVNM in beeld brengen. Musicoloog dr. Petra van Langen, secretaris van de KVNM, heeft de tentoonstelling samengesteld. Ze wijst naar een portret van Jan Pieter Heije. „Met hem is het destijds begonnen.” Deze arts was de eerste jaren na 1868 de drijvende kracht achter wat toen nog de VNM was. Heije wist in korte tijd bijna 900 leden en donateurs aan de vereniging te binden. Dat was ook direct een hoogtepunt. Momenteel telt de KVNM rond de 250 leden.

Een van de speerpunten van de KVNM –sinds 1994 heeft ze het predikaat ”koninklijk”– is altijd het uitgeven van oude Nederlandse muziek geweest, zodat die uitgevoerd kan worden. De componist naar wie de eerste decennia de meeste aandacht uitging, was Sweelinck. „Na de onafhankelijkheid van België in 1830, raakte Nederland een aantal van zijn componisten kwijt; Vlaanderen behoorde niet langer tot ons land”, zegt Van Langen. „Sweelinck werd onze echte, Noord-Nederlandse componist.” Tussen 1894 en 1901 gaf de vereniging het complete oeuvre van deze ”Orpheus van Amsterdam” uit. In de jaren 60 verzorgde de KVNM een nieuwe kritische editie van het werk van Sweelinck.

Ook Vlaamse componisten kregen echter de aandacht. Zo verzorgde de vereniging de uitgave van de vocale muziek van Jacob Obrecht en Johannes Ockeghem. Een groot project betrof het oeuvre van de renaissancecomponist Josquin des Prez. Albert Smijers, de eerste Nederlandse hoogleraar muziek-wetenschap, begon er in 1922 aan. Hij reisde door heel Europa om duizenden foto’s te maken van de muziek die overal lag. Thuis werkte hij aan de uitgave van de partituren. Na zijn dood in 1957 gingen anderen met het project verder. Het werd in 1969 afgerond. De ontwikkelingen in de muziekwetenschap vroegen echter ook voor dit oeuvre om een nieuwe, kritische editie. Deze reeks werd in 2017 afgerond.

De KVNM heeft geen eigen kantoor en het werk van het bestuur en de redactie van het verenigingstijdschrift gebeurt allemaal door vrijwilligers, zegt Van Langen. Haar imago wil de KVNM graag wat oppoetsen. Het is bijvoorbeeld een frustratie van het bestuur dat studenten muziekwetenschap niet per definitie lid worden van de vereniging. Maar Van Langen heeft „goede hoop” dat er iets aan het veranderen is. Dit jubileumjaar, met onder andere in november een ”feestweek”, staat de vereniging in ieder geval in de schijnwerpers.

De tentoonstelling is nog tot 24 november te zien in de Universiteitsbibliotheek Binnenstad (Drift 27) in Utrecht.

Meer informatie: www.jubileum.kvnm.nl