Jos Kessels’ hoogst persoonlijke zoektocht naar de essentie van muziek

Titelpagina van de autograaf van Bachs ”Wohltemperierte Klavier”. beeld Wikimedia
2

Met zijn ”Wohltemperierte Klavier” zorgde Bach voor het in de muziekgeschiedenis nooit eerder vertoonde fenomeen om voor alle 24 toonsoorten (van C-groot tot b-klein) een preludium en fuga te schrijven. Dit magistrale werk (deel I) staat centraal in het boek van filosoof Jos Kessels.

Kessels sluit aan bij de ruim een eeuw oude traditie om iedere toonsoort te voorzien van gevoelsmatig getint commentaar. Bij hem staat bijvoorbeeld C-groot voor blijdschap, es-klein voor droefenis en troost en Bes-groot voor het ongeregelde en het boertige. Naar Bach luisteren of zijn muziek zelf spelen geeft volgens Kessels de unieke ervaring van het doorlopen van het volledige spectrum aan gevoelens en stemmingen dat de mens kenmerkt. In dit opzicht is Kessels’ aanpak niet nieuw of vernieuwend.

Het koppelen van de complete cyclus preludia en fuga’s van Bachs meesterwerk aan momenten uit het leven van de auteur (Kessels dus) is dat wel. Het lezen van ”Het welgetemperde gemoed” is derhalve een grondige kennismaking met Kessels’ levensgeschiedenis. Het is nog net geen autobiografie (daar is het boek te anekdotisch voor), maar de auteur is nadrukkelijk aanwezig. Kessels, geboren in 1948, laat in ieder hoofdstuk (de opbouw van Bachs ”Wohltemperierte Klavier” is hier leidend) een moment uit zijn eigen leven de revue passeren, vanaf een onbekommerde kindertijd via ingrijpende periodes daarna tot het rijpe inzicht dat Bachs muziek, in tegenstelling tot de wetenschap, een onweerstaanbaar beroep doet op de verbeeldingskracht.

Deze hoogst persoonlijke zoektocht naar de essentie van muziek eindigt, wat Kessels betreft, in de ontdekking dat Bach met zijn muziek het bestaan van God heeft willen bewijzen. Volgens de auteur is Bach daarin geslaagd, want in zijn muziek kan een mens God ontmoeten, een glimp van het transcendente ontwaren, een ervaring ondergaan van het uitstijgen boven de waarneembare werkelijkheid.

Kessels beschrijft dit alles uiterst boeiend, diepzinnig en stijlvol. Fascinerend is bijvoorbeeld zijn verslag van wat hij ervoer tijdens het luisteren naar ”Spem in alium” van Tallis en het ”Magnificat” van Bach in de Parijse Notre-Dame (bij A-groot) en wat daarna plaatsvond (bij a-klein).

Toch blijven enkele vragen in de lucht hangen. Bedoelde Bach met ”wohltemperiert” inderdaad méér dan ”goedgestemd”? Of betekent het gewoon dat volgens de componist voor het uitvoeren van alle delen van de cyclus het klavecimbel qua stemming van de snaren helemaal in orde moest zijn? En dan de notie dat God Zich laat ontmoeten middels Bachs muziek. Kan dat buiten Christus om? Over Hem zwijgt Kessels in alle toonaarden.

Het welgetemperde gemoed, Jos Kessels; uitg. Boom; 256 blz.; € 25,-