John Propitius: afscheid van een fenomeen

John Propitius: „Als m’n leven anders was gelopen, was ik waarschijnlijk bij de laat-Franse orgelmuziek uitgekomen.” Foto RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt

In een afgeladen Bovenkerk hebben vrienden en bewonderaars vrijdagavond afscheid genomen van concertorganist John Propitius. Een ernstige dwangstoornis verhindert hem om nog langer op concertniveau te blijven spelen. Op dezelfde avond vierde Propitius zijn 40-jarig jubileum als kerkorganist.

Zijn bekende toccata over Psalm 56, gespeeld door één van zijn leerlingen, gevolgd door samenzang, zet de toon. „Gij zijt voor mij een schild in alle nood, Gij hebt mijn smart verdreven.” Wat nog volgt, is een programmatisch overvolle avond met veel dierbare koorbewerkingen die de harten weten te beroeren: ”Thanks be to God”, Psalm 121, ”Zie ik de bergen”, ”Geprezen zij de Heer’” en ”Blijf met mij, Heer’”. Er zijn vier organisten (Bert Kruis, Kees Matze, Marco den Toom en Arjan Veen), een alt (Joke de Vin), een hoboïst (Han Kapaan), een pianist (Johan Bredewout), en drie verenigde koren uit Amerongen, Soest en Hilversum, samen goed voor een samengesteld koor van ver over de honderd leden.

Ook emotioneel is het een zwaarbeladen avond. Hoogtepunt zijn de vier verzen van Psalm 42 in de ontroerend mooi getoonzette koorbewerking van Propitius. Hij dirigeert met grote slagen, met zijn hele lichaam en met veel gevoelige bevlogenheid, alsof hij een bijbeltekst exegetiseert, van woord tot woord, van zin tot zin. Alle punten en komma’s, spaties en sela’s komen langs. Binnen één zin groeit de koorklank van ppp tot fff, en weer vice versa.

Bij het koorwerk over ”Vader, wij eren U” bestaat de dirigent het om in het derde en laatste couplet de 1300 aanwezigen te laten opstaan om mee te zingen. In de slotregel zwelt alles wat adem heeft aan tot een oceaan van klank die langs de gewijde gewelven stuwt en die er heel even voor zorgt dat de pannen bijna van het dak gaan. Als de galm is weggeëbt zegt Propitius: „Beste mensen, bedankt, want dit moesten we toch echt even allemaal meezingen: „Juicht dan heel de aarde, juicht Zijn naam ter eer, roemt Zijn grote Naam, keer op keer”.

Het orgel van Albertus Anthoni Hinsz is tot grote dingen in staat, het heeft zelfs wel voor nóg hetere vuren gestaan. Het orgel schudt, hijgt en steunt, maar de oude Hinsz houdt zich kranig, de hele avond lang. Het heeft van tijd tot tijd echter wel buitengewoon veel te verduren. Soms schijnen vier klavieren en bijna zestig stemmen nog niet toereikend.

Ds. Joz. A. de Koeijer, hervormd predikant te Ermelo, spreekt de scheidende musicus toe. Hij mediteert over de 40-jarige zwerfttocht door de woestijn. Ook voor Propitius was het, net als voor het volk Israël, een tocht langs hoogten en diepten. „Maar dieper dan de dieptste diepen was Hij, om je te dragen vanonder eeuwige armen. In de Boven-ste beste kerk, de orgelkerk van Nederland, in de Bovenkerk van Kampen, neem je nu afscheid van een leven vol Kyrie’s en Gloria’s.”

Om half elf volgen er drie toespraken. John Propitius wordt uitvoerig bedankt voor ”veertig jaar notenschrift en veertig jaar de Schrift op noten”. Hij krijgt nog tweemaal een lied toegezongen: ”Wat de toekomst brengen moge” en ”Dat ’s Heeren zegen op u daal’”.

Tegen elf uur breekt het ogenblik aan waarnaar velen hebben uitgezien: Propitius klimt zelf naar boven om de grote Hinsz te bespelen. Vooraf legt hij uit dat hij twee weken lang geaarzeld heeft: Kan ik het wel, of kan ik het niet? Tot halverwege de avond heeft hij getwijfeld. Maar John kan het nog best, zo blijkt in een improvisatie over ”Op U mijn Heiland blijf ik hopen”.

Rond half twaalf zwermen de honderden vrienden van Propitius door Kampen. Ze hebben afscheid genomen van een periode, voor hen was het een tijdperk, het tijdperk John Propitius.

Veel respect, John Propitius!

Bestel hier voor € 11,95 de dvd ”John Propitius improviseert”.