In memoriam: Herman van Vliet en zijn reiken naar de horizon

Herman van Vliet in 2009. beeld RD, Anton Dommerholt

De vrijdag 25 mei overleden organist Herman van Vliet is in de Nederlandse orgelwereld zijn eigen weg gegaan. Hij speelde een breed repertoire, zocht onophoudelijk naar nieuwe wegen en was een aardig mens.

Zaterdag 26 mei zou Van Vliet deelnemen aan een orgelmiddag van de Vereniging van Organisten van de Gereformeerde Gemeenten (VOGG). Vrijdag overleed hij echter in het ziekenhuis. Hij werd 77 jaar.

Orgelspelen op niveau geeft levenslang onrust, zei Van Vliet in 2011 in een interview met het Reformatorisch Dagblad. Tevreden over zijn spel was hij zelden. Hij verwees naar de schrijver Herman de Man, die vaak achter in zijn boeken schreef: „Nog niet.”

Herman van Vliet werd op 17 januari 1941 geboren in Driebruggen. Hij kreeg les van Wim van der Panne, aan het Utrechts Conservatorium bij Stoffel van Viegen en Cor Kee, daarna bij Feike Asma en Jean Guillou. Hij was organist in Bodegraven, Oudewater, Woerden en (tot 2011) in de Sint-Joriskerk te Amersfoort. Tweemaal voerde Van Vliet alle orgelsymfonieën van Widor uit, en tweemaal werd hij onderscheiden door de Franse Société Académique Arts, Sciences, Lettres in Parijs vanwege zijn verdienste voor de Franse orgelcultuur. In 2001 werd hij benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

In de Nederlandse orgelwereld behoorde Van Vliet tot het romantische kamp, bij de wereld van Jan Zwart en Feike Asma. Maar Van Vliet was ook een vrije vogel, deed wat hij mooi vond, kon in de Oude Kerk in Amsterdam onstuimig in de toetsen grijpen (op zo’n orgel moest je niet al te preuts gaan zitten doen, vond hij), maar op het zwelwerk in de lutherse kerk in Den Haag kon hij ook ontroerend tot zichzelf inkeren met een mysterieus en diepzinnig fluisteren.

Op het laatst van zijn leven werd het wat stil rond Van Vliet. Nog een enkele keer gaf hij een concert. Hij wist dat het leven eindig was. Hoezeer hij ook gegrepen was door het mysterie achter de noten, hij wist ook van de betrekkelijkheid van alle dingen. In een interview met P. J. Vergunst zei hij: „Een mens tobt veel af onder de zon en jaagt wind na.” En: „Kunst en cultuur zijn gaven van God. Doch in hoeverre mag iemand ten koste van alles de top bereiken? Kan een klavierleeuw zich voor God verantwoorden?” (”Op de orgelbank”, 1992).

De musicus Van Vliet was een onrustig mens. Hij streefde altijd naar iets wat kennelijk nooit binnen zijn bereik kwam, vertelde hij in genoemd interview uit 2011. „Hoe meer ik naar de horizon reik, des te verder lijkt die van mij verwijderd te zijn. Dat is een soort romantisch verlangen naar iets wat kennelijk niet binnen handbereik wil komen. Daarnaast is er ook een uitzien naar een hoger doel, van het mystieke van Gustav Mahler, van dat muzikaal peinzen over het eeuwige.”

---

Lees ook:

Herman van Vliet viert 75e verjaardag in Domkerk (RD.nl, 17-09-2016)

Stadspenning Amersfoort voor Herman van Vliet (RD.nl, 11-10-2014)

Messiaen op Hemelvaartsdag - Herman van Vliet: Ik speel graag sfeervolle muziek voor de dienst (Reformatorisch Dagblad, 17-08-2009)

Gevoelsmens op de orgelbank - Herman van Vliet: Ik geniet van Psalm 84 van Jan Zwart én verlies me in Bachs edele muziek (Reformatorisch Dagblad, 26-02-2001)