Het mysterie van Maarschalkerweerd

Het Maarschalkerweerdorgel uit 1896 in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Zwolle. beeld Piet Bron
3

De 4-cd ”Verborgen parels van Michaël Maarschalkerweerd” biedt een volledig terechte herwaardering van de Nederlandse ‘romantiek’ in orgelbouw en -compositie.

In een tijd waarin vele opiniemakers er prat op gaan het bestaan van een Nederlands-christelijke identiteit te ontkennen, is het een genoegen kennis te nemen van culturele uitingen die de geldigheid van deze trend overtuigend loochenen.

Fête-Dieu per organo (Hendrik Andriessen)

Gerrit Christiaan de Gier, Martinusorgel R.K. Kerk H. Jeroen Noordwijk

De Utrechtse orgelbouwer Pieter Maarschalkerweerd (1812-1882), voormalig werknemer van de firma Bätz, start in 1840 met Bätz-collega Cornelis Stulting een orgelmakerij en opereert vanaf 1848 onder eigen naam. Zoon Michaël (1838-1915) treedt in 1865 toe tot de leiding van het bedrijf. Hij brengt het ”Maarschalkerweerd-type” tot grote bloei, zodanig dat de firma van 1890 tot 1915 de toon aangeeft in de Nederlandse orgelmakerij, met grote instrumenten in Amsterdam, Utrecht, Delft en Zwolle, maar ook met tal van kleine tot middelgrote orgels in protestantse en vooral rooms-katholieke kerken.

Partita over Psalm 66 (Bernard Bartelink)

Gerrit Christiaan de Gier, orgel Dorps- of Odulphuskerk Wijk aan Zee

Als uitvloeisel van het herdenkingsjaar 2015 verscheen dit jaar een box met vier cd’s waarop Gerrit Christiaan de Gier, Eric Koevoets, Arjen Leistra en Gerben Mourik twaalf „verborgen parels” van Michaël Maarschalkerweerd belichten.

Herzlich tut mich verlangen, uit: Elf Choralvorspiele opus posth. 122 (Johannes Brahms)

Eric Koevoets, orgel R.K. Kerk H. Pancratius, 's-Heerenberg

Als je na vijf uur (wat heet „waar voor je geld”, een luttele 19,95 euro!) bent uitgeluisterd, kun je linea recta „da capo”, want wát is deze productie een onuitputtelijke schatkamer aan interessante composities, vertolkingen en bovenal orgelklanken.

Meesterlijk

De titel van het in het Catharijneconvent in Utrecht gehouden symposium, ”Maître, Meister of gewoon Meesterlijk”, duidt in een notendop de identiteit van deze orgelbouwer. Aanvankelijk was er vooral de klassiekere Duitse invloed via de oorsprong van Bätz, later de grote bewondering voor Cavaillé-Coll met z’n kenmerkende strijkers, overblazende fluiten, scherpe tongwerken en milde intonatie van labialen. Maarschalkerweerd absorbeerde beide culturen, maar wist zelfbewust een eigen orgeltype te creëren. Van het kleinste eenmanualige orgel met vijf stemmen in Joppe tot het grootste tweemanualige met 29 registers in de Havenkerk in Schiedam – deze instrumenten, ontstaan tussen 1875 (Schiedam) en 1912 (Delft, Nicolaas Pieck en Gezellen), bieden harmonie en allure in klankschoonheid en uitstraling, hun beperkte dispositie ver overstijgend.

Petit Interlude improvisé sur Rorate caeli (Eric Koevoets)

Eric Koevoets, orgel voormalige Paters- of Augustijnenkerk H. Hart van Jezus Eindhoven

Gerrit de Gier speelt met het eerste stuk op het Martinusorgel in Noordwijk direct z’n grootste troef uit. Gedragen door de royale akoestiek – die alle rooms-katholieke kerken op deze box hebben – davert het oorlogsgeweld van Andriessens Fête-Dieu door de ruimte. Vooral het hymnisch-klagende slot, parallelle akkoorden boven kanongebulder in dubbelpedaal met de Bazuin, roert diep, ook dankzij fenomenaal spel. Jammer dat zijn programma niet nog een stuk van deze symfonische grandeur biedt. Het Andante van Cor Kint laat met de strijkers in de crescendokast belijnde poëtische klaarheid horen, evenals Benedictus van Rowley op het Michaëlorgel in dezelfde Heilige Jeroen.

Choralbearbeitung über "Jesu nun sei gepreiset", opus 16 nummer 6 (Jan Barend Litzau)

Arjen Leistra, orgel evangelisch-lutherse Maartenskerk Zaandam

Psalm 123 van Albert de Klerk is in Wijk aan Zee, een hervormde kerk met nauwelijks nagalm, is een intiem juweeltje van kleur, klank en harmonie. De neobarokke partita over Psalm 66 van Bartelink, hier te dof, had ik graag ingeruild gezien voor een kloek stuk van Rijp, Zwart (geheel ontbrekend!) of Guilmant.

Kleurrijk

Eric Koevoets weet de ziel van de instrumenten in Eindhoven, Wijhe en ’s-Heerenberg bloot te leggen, met een behoedzame, geconcentreerde aanpak en merkbaar spelgenoegen. Zijn mooi gecomponeerde cd, inclusief twee knappe improvisaties, biedt meerdere hoogtepunten. Dankzij een scala aan achtvoeten en een royaal gebruik van de crescendotrede komen Praeludium und Fuge in F uit Regers opus 85 genuanceerd en kleurrijk tot klinken, in de tere klanken van de Vox Celestis vanaf het gewelf neerdalend.

Grand Choeur alla Handel (Alexandre Guilmant)

Arjen Leistra, orgel Havenkerk Schiedam

Met drie koraalvoorspelen uit opus 122 levert Koevoets in ’s-Heerenberg een Brahms-portret in sepiatinten. Spijtig dat niet alle elf voorspelen op de cd’s zijn geprogrammeerd. Hoe kwijnend klinkt het koor van grond- en fluitstemmen in het opvallend fraai gespeelde ”Herzlich tut mich verlangen”, tegelijkertijd aanraakbaar dichtbij én onbereikbaar veraf. De ragfijne Basson Hobo van Eindhoven soleert in Viernes Pastorale en in Andriessens Sonata da Chiesa, die hier weldadig veel ademtijd krijgt.

De Koning bezingen

Met drie werken van Liszt laat Arjen Leistra in de Heilige Nicolaas in Delft bijzonder overtuigend horen dat een Maarschalkerweerd van slechts achttien stemmen kan klinken als een compleet orkest, doorzichtig maar niet dun, warm maar niet zwoel. Wat een goede keuze, ook al ontbreekt hier de crescendokast.

Choral II (Jan Bonefaas)

Gerben Mourik, orgel R.K. Kerk H. Franciscus van Assisië Oudewater

Het blokje in Zaandam is vanwege het ontbreken van akoestiek een beetje uitzitten, ondanks de op zich prima passende stukken van Litzau en de fijne strijkers in Viernes Communion en Stèle pour un enfant défunt, een echo van Debussy. In de Havenkerk in Schiedam, met z’n 29 stemmen het grootste orgel op deze compilatie, brengt Leistra onder andere de onvergelijkelijke poëzie van Francks Prière en, als feestelijk slot, het Grand Choeur alla Handel van Guilmant, energiek én zeer verzorgd gebracht.

Carillon (Gustave Tritant)

Gerben Mourik, orgel R.K. Kerk Onze Lieve VrouwTenhemelopneming Joppe

Met z’n improvisaties in Oudewater (een Carillon à la Vierne) en Joppe (Chaconne, een grillig-speelse benadering van een regeriaans thema) verbluft Gerben Mourik, die Jan Bonefaas eert met diens Choral II, een zwaarmoedig ‘in memoriam’, en die in Nieuwegein-Jutphaas Karg-Elert, Tournemire en deeltjes uit Regers opus 129 biedt, de laatste op dit kleine instrument terugbrengend tot huiskamerorganist. Het delicate instrumentje van Joppe steelt de show in harmoniummuziek van Boëllmann en Tritant waarin elke toon lééft.

Verheffing

Na decennialange miskenning van Maarschalkerweerd en tijdgenoten biedt onze eeuw volledig terechte herwaardering van Nederlandse ‘romantiek’ in orgelbouw en -compositie. Geheel in lijn met de door de Stichting Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 geuite doelstelling bekoort deze productie het oor, beroert ze het hart en inspireert ze de geest, „tot eer van God, tot verheffing van de kunst en tot verbreiding van de magie en het mysterie rond de orgels van Michaël Maarschalkerweerd”, die zelf zijn oeuvre typeerde in één zin: „Mijn werken bezingen de Koning.”

Verborgen parels van Michaël Maarschalkerweerd; Stichting Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 (MMH2015/17-1); 4-cd; € 19,95; meer informatie: www.maarschalkerweerd.info