Hanna Rijken: geraakt door de anglicaanse liturgie

Hanna Rijken. beeld RD, Henk Visscher
2

Zo’n vijftien jaar geleden viel voor Hanna Rijken het kwartje. Het was in Engeland, in een kathedraal, tijdens een Choral Evensong. „Twee werelden kwamen samen: mijn liefde voor theologie én mijn liefde voor koorzang op het hoogste niveau.” Dinsdag 12 december promoveert de Utrechtse theologe en musicienne op een proefschrift waarin ze beschrijft hoe de anglicaanse vesperviering in Nederland voet aan de grond kreeg.

De Choral Evensong is niet meer weg te denken uit Nederland. Het Kampen Boys Choir, het Gorcum Boys Choir, het Roder Jongenskoor, de Roden Girl Choristers: ze verzorgen allemaal met enige regelmaat de vesperviering naar anglicaans model.

De muziek, de lezingen, de taal, de gewaden: het wordt door deze koren allemaal overgenomen uit de traditie van de Engelse kathedralen. Met dit verschil: in Engeland vindt de evensong elke dag plaats, in Nederland echter maar een paar keer per jaar. Of hooguit, zoals sinds kort in de Utrechtse binnenstad, iedere week op donderdagavond.

Hanna Rijken (37), de initiator en het gezicht van het project in Utrecht, onderzocht hoe de traditie van de Choral Evensong in ons land is gaan bloeien. Haar persoonlijke muzikale ontwikkeling is nauw verweven met het onderwerp dat ze onderzocht, vertelt ze in een café in Utrecht.

In wat voor muzikaal klimaat groeide u op?

„Muziek is me met de paplepel ingegoten. Bij ons thuis werd veel gezongen en gemusiceerd. Ik had al vroeg muziekles: dwarsfluit, viool, piano. Op de lagere school hield ik in een schriftje bij welke psalmen en gezangen ik had geleerd. Aan een volgende meester of juf kon ik laten zien welke liederen we al kenden. Zondags zaten we in een hervormde gemeente in Veenendaal. Ik ken dus de psalmberijming van 1773 van binnenuit; die is me nog altijd dierbaar. Ik kwam als kind ook in de cantatediensten van de gereformeerde kerk in Veenendaal of van de lutherse kerk in Arnhem, waar ik meespeelde op fluit of viool. Mijn ouders waren daarnaast betrokken bij een gemeentecontact met een kerk in Oost-Duitsland, achter Dresden. Daardoor kende ik ook de Duitse lutherse liturgie.”

U ging theologie én muziek studeren.

„Tijdens de middelbare school zat ik in de Jong Talentklas van het conservatorium. Hoofdvak fluit, bijvak viool. Toen ik na m’n eindexamen aan het Ichthus College in Veenendaal theologie ging studeren in Utrecht, startte ik daarnaast met mijn fluitstudie in Amsterdam. Vanaf het tweede jaar deed ik ook koordirectie en kerkmuziek. Tijdens m’n studie, ik was een jaar of 22, liep ik stage bij de Sweelinck Cantorij in Amsterdam en maakten we een koorreis naar Engeland. Voor het eerst woonde ik in de Engelse kathedralen de evensong bij.”

En toen viel het kwartje.

„Het was zo’n bijzonder mooie ervaring. Als je toch zo God de lof toe kunt zingen, op het hoogste niveau... Wat wij alleen van het Concertgebouw en van cd’s kennen, gebeurt daar in de kerk. Dat was hemels. En dan de hymnen, waarbij niet alleen het koor maar iedereen meezingt. Heel indrukwekkend. Dat heeft dus niet alleen op zondag plaats, maar iedere dag, op een vast moment, aan het eind van de middag. Er vielen voor mij twee werelden samen: mijn liefde voor theologie én mijn liefde voor koorzang op het hoogste niveau.”

Toen dacht u: dat wil ik in Nederland ook.

„Ik wilde me er vanaf dat moment heel graag voor inzetten dat ook in Nederland de verbinding zou worden gelegd tussen conservatorium en theologie. Dat de scholing op muzikaal gebied ten goede komt aan de liturgie. In ons land kun je meemaken dat liturgische stukken tijdens concerten klinken. Bijvoorbeeld drie Magnificats achter elkaar. Maar voer je zo’n compositie uit in de context van de liturgie, dan krijgt ze zo veel meer zeggingskracht. Na mijn ervaringen in Engeland heb ik ook het Vocaal Theologen Ensemble opgericht. Om theologen met elkaar te laten zingen. Want mijn ervaring is dat als je samen zingt, er een eenheid ontstaat, dwars door dogmatische verschillen heen. Zingend verkondig je samen, geef je de lof Gods stem.”

U verdiepte zich in de Choral Evensong. Hoe oud is die traditie in Engeland?

„De evensong komt voort uit de Engelse Reformatie. In de 16e eeuw worden de kloosters gesloten en verplaatst het dagelijkse getijdengebed zich naar de kathedraal. Daarbij voegt de anglicaanse aartsbisschop Thomas Cranmer de traditionele gebedsmomenten samen tot een ochtend- en een avondgebed. In het avondgebed, de evensong, worden de vespers en de completen gecombineerd. Vandaar dat zowel de Lofzang van Maria als de Lofzang van Simeon in de evensong klinkt: de eerste uit de vespers, de tweede uit de completen. Kloppend hart van het getijdengebed vormen echter de psalmen. Die worden elke viering gezongen, onberijmd, helemaal, vierstemmig gereciteerd, de zogenoemde ”chanting”. Daarbij heeft het koor van de kathedraal een grote rol: dat houdt, net als de monniken in de kloosters, de lofzang gaande. Of er nu mensen aanschuiven of niet, de lofprijzing gaat door.”

En de muziek is van hoog niveau.

„Door de eeuwen heen schrijven componisten als Tallis, Stanford en Howells toonzettingen voor bijvoorbeeld het Magnificat, de Lofzang van Maria. Hoogstaande muziek, die wordt uitgevoerd door het koor van de kathedraal, dat dagelijks oefent. In de 19e eeuw krijg je binnen de Anglicaanse Kerk de zogenoemde Oxford Movement. Dan ontwikkelt zich de manier van vieren zoals we die nu kennen vanuit de kathedralen en colleges in bijvoorbeeld Canterbury en Cambridge. Het koor zingt voortaan in de kloosteropstelling: in rijen tegenover elkaar, als onderdeel van de vierende gemeente. De zangers trekken ook gewaden aan. Er vindt een bepaalde ritualisering plaats.”

En die traditie waait over naar Nederland?

„In Engeland heb je soms ook evensongs in parochiekerken. Daar is de muziek vaak van een lager niveau. Wat in Nederland wordt gekopieerd, zijn echter de kathedrale hoogtepunten van bijvoorbeeld Westminster Abbey of St Paul’s Cathedral.”

Vanaf wanneer gebeurt dat?

„In Nederland zijn we voor het kerklied heel lang op Duitsland georiënteerd. Maar al vanaf de 19e eeuw zie je dat mensen proberen het Engelse liedrepertoire hier te introduceren. Dan gaat het vaak om hymns, zoals het gezang ”Abide with me”. Na de Tweede Wereldoorlog groeit de belangstelling voor de complete evensong-liturgie. Mensen raken besmet met, zoals ze zelf zeggen, het „Engelse virus.” Dichter Willem Barnard bijvoorbeeld vertaalt verschillende hymns en schrijft over zijn ervaringen in Engeland. Rond 1970 komt er in Nederland aandacht voor het vieren van vespers. Ook worden de lp’s waarop het koor van King’s College psalmen en anthems zingt, razend populair. Vanaf 1980 gaan onder andere de Schola Davidica Utrecht en het Roder Jongenskoor van Bouwe Dijkstra de Choral Evensong in Engelse stijl uitvoeren.”

Kan dat eigenlijk wel: zo’n Engelse viering overplanten?

„De evensongs in Nederland zijn vaak een mengvorm. Soms wordt een evensong als concert aangeboden, maar volgt men strikt de liturgie van het Book of Common Prayer. Op andere momenten is de anglicaanse muziek onderdeel van een klassiek-gereformeerde liturgie, waarin het koor enkele onderdelen zingt. Ook als het gaat om de taal, treedt er een verandering op. In Engeland wordt de evensong in de volkstaal uitgevoerd. In Nederland gebeurt het vaak grotendeels in het Engels, dus niet in de volkstaal.”

En onze kerkgebouwen, zijn die op een evensong berekend?

„Vaak niet. In een Engelse kathedraal is alles op het Oosten gericht. In Nederlandse protestantse kerken is het koor, de oostelijke kant, sinds de Reformatie vaak niet meer in gebruik. Het is soms zelfs dichtgetimmerd. De preekstoel staat centraal. De zangers staan bij een evensong dan vaak vóór de preekstoel, waarbij ze tegenover de gemeente staan. Of het koor stelt zich onder het orgel op, aan de westzijde. Kortom, de praktijk verandert.”

De Choral Evensong spreekt in Nederland een breed publiek aan.

„Uit mijn onderzoek blijkt dat mensen een contrast ervaren tussen de evensong en de doorsnee zondagmorgendienst, bijvoorbeeld als het gaat om de muziek, maar ook wat betreft de gewijde, archaïsche taal. Die waardeert men juist in de evensong. Misschien vergelijkbaar met de liefde voor de tale Kanaäns in de gereformeerde gezindte. Mensen ervaren in rituele taal een stuk heiligheid, mysterie. Een contrast met het alledaagse. En juist daardoor worden ze opgeheven.”

Ook onkerkelijken, concludeert u.

„Inderdaad, ook mensen die op zondagmorgen niet meer naar de kerk gaan, laven zich aan een evensong. Dat zie je ook in Engeland. Mensen worden geraakt door de woorden en de muziek. Er ontstaat in de evensong verbinding. Tussen de orthodoxe en de vrijzinnige, de ex-gelovige en de oudkatholieke.”

Critici zullen zeggen: de waarheid heeft plaatsgemaakt voor de schoonheid, de leer voor sfeer.

„Het is waarheid én schoonheid. De evensong bestaat grotendeels uit pure Bijbelteksten. Sola Scriptura, vrijwel van a tot z. Schriftgetrouwer kan bijna niet. Alleen wordt er meer gezongen, minder uitgelegd. Het is een eeuwenoude liturgie die zeggingskracht heeft in de huidige tijd. Vandaar dat ik in Utrecht gestart ben met de Choral Evensong als pioniersplek. Als een nieuwe vorm van kerk-zijn. En dan zie je dat er weer belangstelling komt voor bijvoorbeeld de psalmen, voor de Bijbelteksten, voor de doop. Wat is er mooier dan dat mensen geraakt worden juist door een liturgie waarin Gods lof verkondigd wordt?”

---

Hanna Rijken

Hanna Rijken (1980) groeide op in Veenendaal. Tijdens haar periode op het Ichthus College zat ze als fluitleerling in de Jong Talentklas van het conservatorium. Na de middelbare school studeerde ze theologie aan de Universiteit Utrecht, de Universiteit van Tilburg en de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in Amsterdam. Tegelijkertijd deed ze aan het Conservatorium van Amsterdam de studies fluit, koordirectie en kerkmuziek.

In 2007 richtte Rijken het Vocaal Theologen Ensemble (VTE) op. In 2013 stond ze aan de wieg van de Buitenschoolse Koorschool Utrecht (BKU). Als redactielid was ze betrokken bij de totstandkoming van het ”Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk” uit 2013. Momenteel maakt ze deel uit van de redactie van het tijdschrift voor liturgie en kerkmuziek Laetare.

Aan het Theologisch Seminarium Hydepark van de PThU verzorgt ze cursussen kerkmuziek voor (aanstaande) predikanten van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Sinds 2016 is ze als docent liturgiek verbonden aan het Rotterdams Conservatorium.

Per 1 juli dit jaar is Rijken predikant in algemene dienst van de PKN, ten dienste van de protestantse gemeente Utrecht, met een bijzondere opdracht voor het project interkerkelijke Choral Evensong & Pub op donderdagavond in Utrechtse binnenstadskerken.

Rijken woont in Utrecht, is getrouwd met organist Sebastiaan ’t Hart en heeft een dochter.

---

Symposium en promotie

Hanna Rijken verdedigt op dinsdag 12 december (15.45 uur) aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in Amsterdam haar proefschrift ”My Soul Doth Magnify”. In haar studie beschrijft ze de „toe-eigening” van de anglicaanse Choral Evensong in Nederland. Promotoren zijn prof. dr. Marcel Barnard (PThU) en dr. Martin Hoondert (Tilburg University).

Voorafgaand aan de promotieplechtigheid vindt er aan de PThU van 10.00 tot 14.30 uur een (Engelstalig) symposium plaats: ”Sacro-Soundscapes. Transforming church music in a post-secular age”. Behalve Rijken en prof. Barnard voeren prof. dr. Lizette Larson-Miller (London), Tido Visser (Nederlands Kamerkoor) en dr. Mirella Klomp (PThU) het woord.

Naar aanleiding van de promotie van Rijken vindt er op donderdag 14 december in de Utrechtse Domkerk een feestelijke Advent Choral Evensong plaats. De viering begint om 20.00 uur.

Volgend voorjaar verschijnt er een Nederlandstalige publiekseditie van het proefschrift van Rijken, waarin ze achtergronden en praktijk van de Choral Evensong beschrijft. Ook komt er een theologisch boek over pionieren met de Choral Evensong, naar aanleiding van haar ervaringen met de pioniersplek van de Protestantse Kerk in Nederland in Utrecht.

Meer informatie: www.pthu.nl