Gezellig concert in de middle of nowhere van Lemelerveld

Kleine concertzalen
Sander van Marion (orgel) en Evelyn Heuvelmans (hobo) verzorgden op zaterdag 13 augustus een concert in de Willem Hendrik Zwart Hal. beeld Frank Uijlenbroek
2

Tussen weilanden en maïsvelden verwacht je geen concertzaal. Dat er in de middle of nowhere tussen Raalte en Ommen toch een heuse orgelhal te vinden is, is te danken aan de inspanningen van de voormalige boer Ad Huetink (76). Hoe het verder moet als hij te oud wordt of wegvalt? „Dan is het gebeurd.”

Niets wijst in de buurt van het Overijsselse Lemelerveld op een concertzaal. Alleen wie het adres aan de Grensweg is genaderd, ziet het bordje: ”Willem Hendrik Zwart Hal”.

Zijn bekendheid heeft de muziekzaal dan ook te danken aan mond-tot-mondreclame en aan de mails die Huetink vóór iedere bespeling naar een groot adressenbestand stuurt. Helaas werd het mailaccount van Huetink recent gehackt. De organisator vreest daarom van tevoren dat het bezoekersaantal deze zaterdagavond in augustus te wensen over zal laten.

Dat blijkt mee te vallen. Zo’n negentig bezoekers komen af op het concert dat de Haagse organist Sander van Marion en hoboïste Evelyn Heuvelmans uit Leusden verzorgen.

Gemoedelijk

De sfeer is gemoedelijk. Koffie en koek vooraf, een persoonlijke groet door Huetink en zijn vrouw Truida, gezellig gepraat met de concertgevers. De meeste bezoekers komen hier vaker en kennen elkaar, dat is duidelijk. De gemiddelde leeftijd van het publiek ligt boven de 60. Kinderen en jongeren zijn er niet.

Van Marion (1938) geeft hier al ruim tien jaar bespelingen op het vierklaviers Monarkeorgel dat Huetink door Johannus Orgelbouw liet vervaardigen. „Het mooie is dat hier mensen komen die je bij gewone orgelconcerten niet ziet. Het is hier gezellig en laagdrempelig”, zegt de organist. Dat hij het vanavond met een elektronisch orgel moet doen, deert hem niet. „Collega’s doen daar weleens denigrerend over. Maar ik heb daar geen moeite mee. Ik zat ooit in de Verenigde Staten twee uur lang op een orgel te spelen voordat ik erachter kwam dat het een elektronisch instrument was. Als de speakers maar goed zijn, dan hoor je vaak het verschil niet.”

Een bezoeker bevestigt dat gezelligheid en laagdrempeligheid een belangrijke factor vormen voor mensen om hier een bespeling bij te wonen. „Ik krijg mijn vrouw niet vaak mee naar een concert. Hier wil ze wel heen.” Ook het soort muziek dat vertolkt wordt speelt een rol, zegt hij. „Ik ben hier weleens bij Martin Mans geweest. Die speelt heel virtuoos. Dat vinden de mensen in deze streek mooi.”

Kalverenstal

In de zaal –een verbouwde kalverenstal– is duidelijk te zien naar welke muziekstijl de voorkeur van Huetink uitgaat. Bij binnenkomst valt het oog direct op een uitsnede van het portret van Willem Hendrik Zwart, de in 1997 overleden Kamper musicus naar wie de hal is vernoemd. Verderop hangt een reproductie van een van de schilderijen van Feike Asma.

Van Marion –in zijn karakteristieke rode jasje– roept deze musici in herinnering als hij in zijn toelichting zegt dankbaar te zijn voor het feit dat hij al zestig jaar in het vak zit. „Willem Hendrik Zwart, Feike Asma, Piet van Egmond, Simon C. Jansen: ze hebben dit allemaal niet mogen beleven.”

In de bespeling ligt het accent op toegankelijke en vaak lichtvoetige muziek. Dat begint al met Van Marions eigen ”Fantaisie de Valère”: een klankschildering over de basiliek van de burcht Valère in het Zwitserse Sion. Van Marion laat de wandelaar die de basiliek wil bereiken klimmen en dansen. Intussen zijn er vogels te horen en klinkt het lied ”Grote God, wij loven U”. Het hupse, soms stoterige spel van de organist is in de afgelopen zes decennia zijn handelsmerk geworden.

Hoboïste Heuvelmans, die aan het conservatorium in Enschede studeerde, doet mee in muziek van Loeillet, Rheinberger, Saint-Saëns, Händel en Van Marion. Ze heeft een mooie toon en als ze in het stuk van Van Marion een gedeelte solo heeft gespeeld, krijgt ze een warm applaus. Nadeel bij haar solospel is dat direct duidelijk wordt dat de hal weinig akoestiek heeft. Aan de elektronische nagalm waarover het Monarkeorgel beschikt, heeft de hoboïste niets.

Dubois

Van Marion komt nog een paar keer van de orgelbank om een stuk toe te lichten. Bijvoorbeeld de Cantilena van Rheinberger. „Op het conservatorium mocht ik geen muziek van Rheinberger spelen. Dat was toen de mode. Maar Asma deed het wel, waardoor de Cantilena heel beroemd werd.”

Bij de Toccata van Dubois toont de organist weer zijn eigenzinnigheid: niet, zoals gebruikelijk, met het volle werk beginnen, maar slechts met enkele fluiten. Langzaam voert hij de sterkte op. Dat er nogal wat nootjes onder de orgelbank verdwijnen, lijkt niemand te deren. Ook eigenzinnig is de manier waarop Van Marion in zijn improvisatie de liederen ”De dag door Uw gunst ontvangen” en ”Dankt, dankt nu allen God” door elkaar weeft.

Na een aantal delen uit de ”Watermusic” van Händel bedankt het publiek de musici met een daverend applaus. De Huetinks komen met bloemen aanlopen. Maar het duo blijkt nog een toegift in petto te hebben: ”The Entertainer” van de Amerikaanse componist Scott Joplin. Hier en daar deinen mensen mee op het vrolijke deuntje.

Entertainment

Inmiddels runt Huetink al bijna zestien jaar de muziekhal. Ooit wilde hij professioneel organist worden, maar dat mocht niet van zijn vader. Toen werd hij boer. Maar de liefde tot het orgel bleef. Een van zijn leermeesters was Willem Hendrik Zwart. Toen Huetink jaren geleden stopte met zijn kalverbedrijf, kwam de stal vrij. Op die plek kon hij eindelijk zijn droom verwezenlijken: een eigen concertzaal.

De hal kwam er en het orgel ook: gebouwd naar het idee van het Hinszorgel in de Bovenkerk in Kampen. Dagelijks speelt Huetink in zijn hal. Ook ontvangt hij per jaar vijftig à zestig groepen, waarbij hij steevast het orgel demonstreert. En dan de concertserie: één à twee per maand, naast samenzangavonden waarbij Huetink zelf het orgel bespeelt.

In zijn uitnodigingsbeleid wil Huetink breed zijn. Maar menig wat klassiekere organist bedankt voor de eer, zegt hij. De organisten die de concerten wel willen verzorgen, horen vrijwel allemaal tot de romantische en/of populaire richting. Deze zomer prijken namen als Wim en Wilbert Magré, Gerwin van der Plaats, Everhard Zwart, Marco den Toom, Harm Hoeve en Dub de Vries op het programma.

Als Martin Mans komt, is het „altijd bingo”, zegt Huetink. „Je snapt het niet. Entertainment spreekt mensen blijkbaar aan.” Mans is in november weer te gast. „De 180 zitplaatsen zijn allemaal al gereserveerd”, aldus de organisator.

Afscheid

De hele hal draait op Huetink en zijn vrouw. Zij zijn niet meer de jongsten. Hoe ziet Huetink de toekomst van de concertzaal? Resoluut: „Als ik ermee moet stoppen, is het gebeurd. Over en uit.” Drie zoons en een dochter helpen weleens, maar die gaan de hal niet runnen, weet Huetink. „Maar ik ben gewend aan grote veranderingen. Ook in mijn bedrijf heb ik grote manoeuvres gemaakt. Ik zal hier een keer afscheid van moeten nemen. Maar daar lig ik niet wakker van.”

Lees meer: www.rd.nl/kleineconcertzaal

----

zomerserie Kleine concertzaal

Dit is de laatste aflevering in een vierdelige serie over kleine concertzalen in Nederland.

----

Lees ook in Digibron

Bach en bollen op één bedrijf - interview met Ad Huetink (Terdege, 19-04-2006)

De organist op zijn vingers kijken : In de Willem Hendrik Zwart Hal kunnen concertgangers met musici napraten (Reformatorisch Dagblad, 23-06-2003)