Gerben Schenk wil mensen bereiken met zijn mondharmonica

Schenk speelt atlijd uit zijn hoofd. beeld Sjaak Verboom
4

Een mondharmonica – is dat wel een serieus instrument? Sommige kinderen hebben er eentje, en vroeger speelden opa’s erop. Gerben Schenk uit Urk gaat er serieuzer mee aan de slag: hij is de eerste student mondharmonica op het ArtEZ Conservatorium in Zwolle.

Gerben Schenk (20) meldde zich aan bij het Zwolse conservatorium voor een opleiding die er nog niet was: mondharmonica. „We hebben een speciale mix gemaakt”, zegt trompetdocent Jan Wessels. „Van mij krijgt Gerben improvisatie. De vorm en expressie van mondharmonica en trompet zijn hetzelfde: Hoe maak je een climax in een solo? Hoe leg je contact met je publiek? Dat gaat heel goed samen tussen ons. Gerben is een muzikale jongen en de mondharmonica heeft een mooie sound. Specifiek voor het instrument gaat hij naar Tollak Ollestad in Groningen, die mondharmonicales geeft.”

Schenk mondharmonica

Op achtjarige leeftijd begon Gerben met mondharmonica spelen, vertelt hij. „Ik was met mijn moeder op vakantie op Vlieland. Zij kocht een mondharmonicaatje voor me, zo’n klein ding uit een speelgoedwinkel. Ik begon daarop te riedelen: ”Altijd is Kortjakje ziek”. Het mechanisme van blazen-zuigen maakt de mondharmonica anders dan andere instrumenten. Je blaast niet alleen, je zuigt ook. Je hoeft dus weinig bij te ademen.”

Algauw leert Schenk meer liedjes. Zijn eerste optreden volgt als achtjarige jongen tijdens een concert van Beter Uit Reizen in Dordrecht. „Mijn vader Jacob Schenk is dirigent en organist, hij trad daar op tijdens zo’n afsluitingsconcert van een reis. Ik ging regelmatig mee met mijn vader, omdat ik dat leuk vond. Deze keer had mijn moeder stiekem de mondharmonica in haar tas gedaan. Daar wist ik niks van. Tijdens het concert zei ze tegen de reisleider die het concert presenteerde: Mijn zoontje speelt mondharmonica, kan hij straks een stukje spelen? O, dat is leuk, zei hij. Zo werd ik voor het blok gezet. Ik speelde het lied ”Hij kent mijn naam” op een mondharmonica van mijn opa. En ik kreeg een mega-applaus. Sindsdien volgden meer optredens.”

Als kind volgt Schenk niet voortdurend muzieklessen. „Een aantal keer ben ik naar de mondharmonicaspeler Jan Verweij geweest”, zegt hij. „Daar heb ik geleerd hoe je de mondharmonica goed vasthoudt. Ook leerde ik toonladders en hoe je het schuifje heen en weer moet bewegen.”

Zo’n schuifje zit alleen op een chromatische mondharmonica, legt Schenk uit, terwijl hij zijn instrument erbij pakt. „Je hebt verschil tussen de diatonische mondharmonica en de chromatische mondharmonica. Op de diatonische mondharmonica kun je alleen de witte toetsen van de piano spelen. Zelf speel ik op een chromatische mondharmonica, waarmee je alle tonen van de piano kunt spelen. Om dat te doen, moet je het schuifje heen en weer bewegen. En dan heb je nog de bluesharp, die kleiner is, waarmee je de twee veelvoorkomende akkoorden kunt spelen.”

Op het podium

Een aantal keer per jaar geeft Schenk een concert met zijn vader. „Hij heeft vijf koren, waaronder mannenkoor de Urker Zangers. We treden op in het hele land. Vaak zet ik een muzikaal intermezzo neer. Ik speel altijd uit m’n hoofd. Het contact met het publiek is heel belangrijk voor mij en dat heb je minder als er muziek voor je neus staat. Ook heb je zonder bladmuziek meer connectie met de muziek zelf en met je creativiteit.”

Op dit moment is Schenk vooral actief voor z’n studie. Op het conservatorium komen alle muziekstijlen langs: pop, jazz, latin, fusion. „Ik krijg veel improvisatie, daar ligt de nadruk op en dat vind ik ook belangrijk. Mijn droom is om straks op het podium te staan, eigen liedjes te maken en uit te voeren. Ik wil me kunnen verkopen als een artiest met een band om me heen.”

Hoe ziet hij de relatie tussen christelijk geloof en muziek? Schenk: „De christelijke traditie heeft veel mooie muziek opgeleverd. Geestelijke liederen inspireren me en die voer ik ook graag uit.” Grenzen aan bepaalde muziekstijlen zijn er voor Schenk niet echt, geeft hij aan. „Ik moet zeggen dat ik behoorlijk open ben naar allerlei muziek. Ik vind niet alles mooi natuurlijk, maar vind wel dat je met open blik naar iets moet kijken. Stijlen als rap en hedendaagse popmuziek spreken me niet aan. Ik houd veel meer van muziek die vroeger is gemaakt, in de jaren zestig, zeventig, tachtig. Er was toen meer creativiteit, er werden complexere melodieën gemaakt, die tegelijk wel lekker in het gehoor liggen. De Amerikaanse band Toto uit de jaren tachtig vind ik bijvoorbeeld fantastisch. Daar zit geen mondharmonica bij trouwens; ik luister heel breed.”

Als favoriete mondharmonicaspeler noemt Schenk de Amerikaan Stevie Wonder. „Die kan echt zingen met z’n mondharmonica. Hij gaat met z’n instrument verder waar hij stopt met zijn stem. Wonder is echt een voorbeeld voor mij. En Toots Thielemans natuurlijk; jammer dat hij is overleden. Ik speel veel stukken die hij ook speelde. Thielemans speelde met heel veel gevoel.”