Recensie: Roberto Marini speelt Flor Peeters

Vanwaar alhier de geringe populariteit der grote Belgen, Peeters, Verschraegen, Van Hulse? De Italiaanse specialist laatromantiek Roberto Marini bewijst op een onwaarschijnlijk laaggeprijsde dubbel-cd dat Flor Peeters (1903-1986) vakman en artiest van wereldklasse was.

Als rondreizend virtuoos met andermans én eigen vers gecomponeerd werk –wát een glanzende loopbaan!– hoort hij in de categorie Reger, Guilmant, Dupré. De laatste was groot inspirator, en Peeters steekt hem naar de kroon. Luister naar de Variaties en Finale over een oud-Vlaams lied opus 20 uit 1926: geen margegepriegel, wel indrukwekkende vindingrijkheid, dramatische verbeeldingskracht en ongekende symfonische allure. Peeters schept in een karakteristiek, stevig gekruid idioom ingetogen modale sferen (Drei Preludien und Fugen), weet eindeloos klanken en motieven te boetseren in tal van nuances (Sinfonia per Organo), bouwt wijdlopig maar altijd met goede smaak architectonische bogen (Elégie) en schrijft fenomenale fuga’s. Bijzonder origineel is de Lied-Symphony opus 66, een grootschalige evocatie van vier natuurverschijnselen, geïnspireerd door een Amerikaanse tournee.

Marini bespeelt het Klaisorgel (1930) in de Kristus-Koningkerk in Antwerpen, ingespeeld door Peeters. Geen uitgesproken karakter –de registers blinken niet uit in verfijning– en niet in opperbeste staat – door de ontstemmingen heen luisteren– maar Peeters verdraagt een universeel orgeltype prima, en Marini is met uitstekend spel een warm pleitbezorger.

Hopelijk volgt er meer, vanuit Mechelen of de Onze-Lieve-Vrouwe in Antwerpen, waarbij dan ook aandacht voor kleinere juweeltjes als de Tien Koralen.

Flor Peeters – Organ Music – Roberto Marini; Brilliant Classics (95637); 2-cd; € 11,99; bestellen: www.brilliantclassics.com

Vlaamse Rhapsodie, opus 37

Toccata, uit: Suite Modale, opus 43

Elégie, opus 38