Recensie: Piet van der Steen speelt Franck

Er zíjn organisten die na de Franck-integrale van Ben van Oosten geen andere meer believen. Wat missen zij aan de nieuwe van Piet van der Steen (1943)?

Allereerst de nagenoeg authentieke Cavaillé-Coll in de Notre-Dame in Épernay (1868, 34 stemmen). Stammend uit de middenperiode van de bouwer heeft dit instrument een ongelooflijk kruidige, mediterrane frisheid. Nadeel is de zwakkere bezetting van het Positif, waardoor het in de bescheidener werken moeite heeft tegenwicht te bieden aan het presentere Récit. Maar wát een karakter en reliëf in de volle breedte van het stemmenpalet, en wat zíjn de uitzonderlijke tongwerken perfect op stemming.

Dan het spel van Van der Steen. Deze zeventiger, noeste werker, erudiet speler en bovenal gevoelig mens, weet de ziel van de muziek diep te treffen, en daarmee het gemoed van de luisteraar. Het duo van de célestes in het Grande Pièce is wonderschoon, evenals het slot van de Pastorale. Van der Steen heeft minder de onaanraakbare soevereiniteit van anderen –jammer dat enkele evidente speel-/leesfouten zijn gebleven– maar wát een voorbeeldige frasering en temposchakering, in een genuanceerd legato, met soepel welvende melodieën, ernstig maar niet somber, doordacht maar altijd ademend in een natuurlijke puls. Hier is Franck niet alleen de artiest op leeftijd, maar een temperamentvolle kunstenaar die heel dichtbij komt.

Een eervolle vermelding voor de toegiften, waaronder die vertolkt op een Debain-harmonium dat naadloos aansluit bij de Cavaillé-Coll.

César Franck, de twaalf orgelwerken, en meer..., Piet van der Steen, Cavaillé-Coll-orgel Notre-Dame, Épernay (F); Excellent Recordings (ER 137519); 3-cd; € 35,-; bestellen: www.bestelmuziek.nu

Fantaisie (C) opus 16

Grande pièce symphonique (fis) opus 17

Choral III (a)

Magnificat (D,d) (alternatim)

Suite IV – Sept pièces en mi(b) majeur et mi(b) mineur