Recensie: Petra Veenswijk bespeelt Maarschalkerweerdorgel Delft

Petra Veenswijk maakte alweer de derde cd op ‘haar’ Maarschalkerweerdorgel in de Maria van Jessekerk in Delft. Begrijpelijk: met zo’n instrument onder je vingers ben je niet snel uitgekeken op het romantische repertoire.

Het Delftse orgel is (met Oudewater en Sneek) een van de weinige instrumenten van deze bouwer waarin Franse elementen toonaangevend zijn. Francks Prélude, fugue et variation is zo’n werk waar je als organist mee bezig blijft. Veenswijk laat een fraaie balans tussen een vloeiend tempo en rubato horen, gecombineerd met subtiel zwelkastgebruik. De Toccata van Bélier is een lekker tussendoortje naar Symfonie I van Widor. Duidelijk wordt dat de nieuwe mechaniek in de snelle delen zeer accuraat reageert! Het lastige bij Widor is dat je als speler in meditatieve momenten binnen één deel kunt blijven zwijmelen, met de kans dat de samenhang wordt verstoord. Ook kun je niet bij elk mooi element (een belangrijke harmonie, de hoogste noot van een melodie) blijven hangen. Veenswijk geeft met deze symfonie een indrukwekkend visitekaartje af. En wat een heerlijke grondstemmen heeft dit orgel!

Een paar hoogtepunten: als het Allegretto zo wordt gespeeld, hoor je eigenlijk een meditatieve improvisatie, met een magische ”flûte harmonique”-solo aan het slot. Het Intermezzo (eigenlijk een toccata) spettert heerlijk, terwijl de Marche Pontificale het beeld van een processie oproept.

Als ‘toegift’ horen we de onbekende Cinq Invocations van Henri Dallier. Mooi dat deze onbekende muziek voor het voetlicht wordt gebracht. De opname is prima, de toelichting geeft waardevolle informatie.

Op naar deel 4 met Nederlandse romantiek?

Signature d’excellence III – Petra Veenswijk – Maria van Jessekerk Delft, Maarschalkerweerd (1893); ANGES (1893103); € 17,50; bestellen: www.veenswijkorgel.nl

Prélude, Fugue et Variation, opus 18 (César Franck)

Toccata en ré mineur (Gaston Bélier)

Intermezzo, uit: Symphonie 1, opus 13 (Charles-Marie Widor)