Recensie: Jamie de Goei bespeelt orgels Mattheus de Crane

De drie nog resterende orgels van de Nederlandse selfmade orgelbouwer Mattheus de Crane (1735-1770) staan in Waspik, Est en Batenburg. Het vierde instrument, dat in Zoelen stond, is verloren gegaan.

Het orgel in Est, de eerste van De Crane, uit 1764, is tevens de kleinste, met slechts zeven registers. De grootste, twintig stemmen, dateert van 1767 en staat in Waspik. De derde, uit 1770, een kleintje met negen registers, is te vinden in Batenburg.

De drie Betuwse kleinoden worden bespeeld door Jamie de Goei, organist van de Grote Kerk in ’s-Hertogenbosch. Het zijn stuk voor stuk instrumenten met een gouden randje. De Goei vertolkt op de orgels werken uit de bouwtijd ervan, variërend van Sweelinck tot Bach. Het is een feest om te luisteren naar het kleurenpalet dat De Goei met veel speelplezier uit deze instrumenten tovert. De gebruikte registraties staan in het booklet vermeld.

Het koor Capella Brabant completeert de cd met koorliteratuur uit de ontstaanstijd van de orgels. Slechts 8 dames van het 28 leden tellende koor laten een wat magere samenzang horen van Psalm 116 en Psalm 24, op teksten van Revius. De laatste psalm gaat wel in sneltreinvaart.

Het is een beetje merkwaardig dat het booklet meldt dat deze orgels nooit zijn gebouwd voor concertant gebruik, maar vooral bedoeld waren als begeleidingsinstrument. Daarom had ik graag wat meer en steviger samenzang gehoord.

Mattheus de Crane – Orgels in Waspik, Est & Batenburg – Jamie de Goei – Capella Brabant o.l.v. Marc Versteeg; VDGRAM Records (20181116); € 15,-; bestellen: www.jdegoei.nl

Orgel Waspik: Psalm 116 (Hendrik Speuy)

Kleinkoor: Ick heb den Heer lief

Orgel Est: Partita ”Ach wie nichtig, ach wie flüchtig” (Georg Böhm)

Orgel Batenburg: Fantasia e Fuga a-moll, BWV 561 (Johann Sebastian Bach)