François Couperin: hofcomponist van de Zonnekoning

François Couperin (1668-1733). beeld Wikimedia
3

In Parijs werd 350 jaar geleden de Franse barokcomponist François Couperin geboren. Over zijn leven weten we weinig. Maar ”Le Grand”, hofcomponist van Lodewijk XIV, heeft een indrukwekkend oeuvre voor met name klavecimbel nagelaten.

Waarom gaan veel mensen graag naar Frankrijk op vakantie? Behalve van het mooie weer in de zomer, genieten velen van de sfeer in de oude steden en dorpjes. Het blijkt niet zelden dat afgebrokkelde muren, scheve gevels met afbladderende verf en de verwilderde tuinen deel uitmaken van die sfeer.

Er zijn ook mensen die juist graag naar Duitsland op vakantie gaan. Daar tref je eveneens prachtige landschappen aan, maar het valt op dat huizen, gebouwen en tuinen vaak perfect onderhouden zijn. Zelfs stokoude kerken zien er door „eine gründliche Totalsanierung” soms als nieuw uit.

Het aardige is dat deze eigenschappen, die ik nu ernstig gegeneraliseerd heb, terug te vinden zijn in de muziek. Door de eeuwen heen zie je in Duitsland een hang naar structuur, terwijl Franse componisten op sfeer lijken te focussen. Vorm en contrapunt versus theater en mystiek.

Het behoeft geen betoog dat beide culturen prachtige muziek hebben voortgebracht en elkaar wederzijds natuurlijk ook beïnvloed hebben. Maar iedereen voelt aan waar ingeburgerde kreten als ”met de Franse slag” en ”Duitse degelijkheid” vandaan komen.

Context

Waarom deze uitgebreide inleiding om uiteindelijk bij de Franse barokcomponist François Couperin (1668-1733) uit te komen? Het antwoord is dat je muziek veel beter begrijpt als er een context is.

Iedereen die weleens een dienst in de Parijse Notre Dame heeft meegemaakt, weet dat het grote orgel in deze kathedraal manifest aanwezig is om sfeer te creëren. Het kan theatraal brullen, maar soms ook een geheimzinnige, mystieke wereld oproepen. Het is uiterst effectief binnen het ‘liturgisch theater’ zoals dat zich afspeelt in een Franse kathedraal.

Koninklijk privilege

De kerk waar de 350 jaar geleden geboren componist François Couperin werkte, was de Église Saint-Gervais in de Franse hoofdstad. Zijn oom, de beroemde Louis Couperin, en zijn vader Charles, waren er ook organist geweest. François erfde deze belangrijke organistenpost al als tienjarige, door het vroegtijdig overlijden van zijn vader.

Geholpen door de interim-organist, Michel-Richard Delalande, kreeg François al spoedig een klinkende reputatie, die hem uiteindelijk de bijnaam Le Grand opleverde. Ook kreeg hij op voorspraak van Delalande al in 1690 uit handen van Lodewijk XIV –de Zonnekoning– het koninklijk privilege om muziek te publiceren.

Zijn twee beroemde orgelmissen publiceerde Couperin daarom al in datzelfde jaar, toen hij nog maar 21 jaar oud was. Drie jaar later werd hij ook ”organiste du roi” en na 1700 werd zijn rol aan het hof steeds groter. Vanaf 1717 mocht François officieel de titel van hofklavecinist voeren. Inmiddels was de Zonnekoning toen al opgevolgd door Lodewijk XV.

Taterende tongwerken

De twee orgelmissen van Couperin zijn bedoeld om in de liturgie uit te voeren: alternerend –afwisselend– met (gregoriaanse) zang komen de diverse misdelen aan bod.

Normaal gesproken werd er in zo’n dienst geïmproviseerd, maar wellicht wilde de jonge Couperin zijn naam vestigen door meteen twee uitgewerkte missen te publiceren: één voor parochies en één voor kloosters.

Het is voor wat betreft orgelmuziek dan ook alleen bij deze beide werken gebleven, die overigens wel tot de top van dit genre behoren. De sfeer van Frans-barokke orgelmuziek wordt in sterke mate bepaald door de typische klankkleuren: luid taterende tongwerken en felle cornetten, maar ook melancholieke prestanten en poëtische fluiten.

Kenmerkend voor deze muziek is dat de klankkleur al in de titel van het stuk is aangegeven: ”Tierce en taille”, ”Basse de Trompette” en ”Récit de Cornet” zijn enkele voorbeelden daarvan. De sfeer wordt verder bepaald door de vele versieringen en het vrije omgaan met de notentekst.

Internationale reputatie

Vanuit Couperins concert- en lespraktijk aan het hof van Versailles ontstond een indrukwekkend oeuvre voor klavecimbel. Bovendien verscheen in 1716 ”l’Art de toucher le clavecin”, een gezaghebbend theoretisch werk dat een belangrijke rol speelde tijdens het ontstaan van de historische uitvoeringspraktijk.

Als componist aan het Parijse hof was Couperin niet alleen verantwoordelijk voor kamermuziek, maar ook voor muziek voor de ”Chapelle royale”, de hofkapel.

Al tijdens zijn leven verwierf François Couperin een internationale reputatie. Tijdgenoten droegen werken aan hem op en Bach kende zijn composities.

Ondanks zijn grote faam, weten we van de persoon zelf weinig af: er zijn nauwelijks persoonlijke documenten die een inkijkje in het leven van ”Le Grand” kunnen geven. Wel kennen we een uitspraak van hem: „Ik geef de voorkeur aan wat me ontroert boven wat me verrast.”