Een eeuw lang Festivals of Lessons and Carols vanuit Cambridge

Het koor van King’s College in Cambridge. beeld King’s College
2

Met de Grote Oorlog nog vers in het geheugen was het eerste Festival of Lessons and Carols in Cambridge heel ingetogen. Honderd jaar later is de kerstzangdienst populairder dan ooit, maar in de kern hetzelfde gebleven.

Een heldere jongensstem doorsnijdt de stilte: „Once in Royal David’s City.” Vanuit het duister van King’s College Chapel schrijdt een groep koorknapen in witte gewaden naar voren. Aanwezigen in de kapel houden hun adem in. Pas als de laatste woorden hebben geklonken, klinkt er weer wat gekuch en geschuifel.

Op maandag 24 december is het precies honderd jaar geleden dat in Cambridge, amper zes weken na het einde van de Eerste Wereldoorlog, het eerste zogenoemde ”Festival of Lessons and Carols” werd uitgevoerd. „Dit jaar zijn we ons nog meer bewust van de omstandigheden waaronder dat eerste festival plaatsvond”, vertelt Stephen Cherry, Dean of Chapel (deken) van het koor van King’s College uit Cambridge, desgevraagd. „Alle aanwezigen in de kapel dachten aan vrienden en geliefden die tijdens die vreselijke oorlog waren gedood of verminkt.”

Cherry benadrukt dat de festivals van King’s College niet de eerste in hun soort waren. „Het idee ontstond al in de 19e eeuw in Truro, in het zuidwesten van Engeland. De dienst van King’s was dan ook een soort herziening.” Bedenker van deze herziening was Eric Milner-White, die na zijn tijd als aalmoezenier in het Britse leger in 1918 tot deken bij King’s werd benoemd. Milner-White mocht zelf invulling geven aan de diensten en besloot een kerstzangdienst cadeau te doen aan de burgers van de stad Cambridge. Als model koos hij de liturgie die de eerste bisschop van Truro op de kerstavond van 1880 gebruikte: het eerste Festival of Lessons and Carols in Cambridge was een feit.

Sinds het eerste festival in Cambridge veranderde er weinig aan de liturgie. Traditioneel klinkt in negen Bijbellezingen (lessons) en een aantal kerstliederen (carols) de hele heilsgeschiedenis: van de zondeval, via de adventsbeloften naar de geboorte van Jezus.

Hoewel de liturgie van de lessons en carols op veel plaatsen wordt toegepast, heeft het festival van King’s College een uniek element: de Bidding Prayer. „Dit gebed was een nieuw element in 1918 en heel specifiek voor King’s en Cambridge”, vertelt Cherry. „Het paste naadloos bij het gevoel van verlies van de mensen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog.”

Wat er sindsdien ook veranderde, de Bidding Prayer bleef. De dienst was in 1918 wel soberder dan anno 2018, weet de deken: „Er is nu meer muziek en de dienst duurt langer. Bovendien is heel wat muziek in de achterliggende eeuw geschreven.” Hij doelt daarmee op de ”commissioned carol”, het kerstlied dat sinds 1983 in opdracht door een bekende musicus wordt gecomponeerd en tijdens het festival voor het eerst wordt uitgevoerd. Wat bleef, was de kernboodschap. Cherry: „Met Kerst vieren we de geboorte van Christus, Die naar de aarde komt om onze Vriend, Metgezel en Zaligmaker te zijn.”

De dienst in de wereldberoemde kapel van Cambridge is dan ook „absoluut een spirituele en religieuze gelegenheid”, aldus Cherry. „Bovendien is hij van een hoog niveau, zodat niet-christenen ook van de muziekkwaliteit kunnen genieten.”

Schoonheid en expressie

In de honderd jaar sinds het eerste festival in Cambridge kreeg het idee wereldwijd navolging. Sinds de jaren 80 nam ook in Nederland de belangstelling toe, weet musicus en theoloog Hanna Rijken, die vorig jaar promoveerde op de ontwikkeling van de evensong in Nederland. „In veel gevallen werden bestaande volkskerstzangavonden omgevormd tot festivals. Engeland fungeert daarbij heel sterk als model, wat betreft muziek en kleding; vaak worden ook de togen en het koorhemd overgenomen.” Wel verschilt de invulling van de liturgie, vertelt Rijken: „Er zijn plaatsen waar alles wordt overgenomen, maar op andere plaatsen zijn de lezingen in het Nederlands en de carols in het Engels. Soms zijn de festivals helemaal in het Nederlands.” Lachend: „Eigenlijk is dat het meest reformatorisch. Tijdens de Reformatie moest alles in de volkstaal.”

Dat bezoekers nu graag voor een Engelse uitvoering kiezen, heeft volgens haar te maken met de beleving. „Ze vinden dat gewijder en ervaren meer het geheimenis. Het accent ligt niet zozeer op begrijpelijkheid; meer op de artistieke kant, de schoonheid en expressie. Je hart wordt geraakt.”

Een wezenlijk verschil met de Engelse festivals is volgens Rijken dat de Nederlandse evenknie vaak als concert worden uitgevoerd: „Hier moet je entreekaartjes kopen; in Engeland is het een viering en is iedereen welkom.”

Kloof slechten

„Het belangrijkste sociale doel van het festival in Cambridge is de kloof tussen stadsbestuur en burgers te slechten”, legt Cherry uit. „Het is dus belangrijk dat de kapel niet vol zit met stadsbestuurders en hun familie en vrienden.” Lachend: „Ik ben in december heel druk om de tickets veilig te stellen voor burgers.” Naast het kerstverhaal moet volgens Cherry daarom ook een maatschappelijke boodschap klinken: „We zijn allemaal mensen. Wat ons verenigt, is belangrijker dan wat ons verdeelt.”

Dat beleid kon niet voorkomen dat de samenstelling van het publiek in de loop der jaren veranderde. Cherry: „Er zijn altijd zo’n 1100 bezoekers, maar ik heb me laten vertellen dat er in de jaren 60 en 70 vooral jongeren uit de stad zelf waren. Vandaag de dag lijken vooral veel ouderen te komen. Ik denk dat er minder inwoners uit Cambridge zijn. Dat is jammer.”

Liefde

Welke veranderingen er nog meer zullen komen, durft de deken niet te voorspellen. „Ik ben er wel van overtuigd dat festivals zullen blijven veranderen en ontwikkelen, maar ik verwacht dat het allemaal niet zo’n vaart loopt. Het doel blijft hetzelfde: op de mooiste en krachtigste manier Gods liefde voor ons allemaal vieren en ons aanmoedigen om de liefde leidend te laten zijn in ons leven.”

---

„Prachtige invulling voor kerstavond”

Jeroen Bal, artistiek leider van het Gorcum Boys Choir, organiseerde zo’n twintig jaar geleden als een van de eerste musici een Festival of Lessons and Carols in Nederland. Sindsdien voerde hij verschillende festivals uit, waarin hij zoekt naar een verantwoorde combinatie van Bijbellezingen en liederen. „Ik vind een festival een prachtige invulling voor een kerstavond, vooral ook voor een kerkelijke gemeente”, vertelt Bal enthousiast.

Bal, docent aan de Gomarus Scholengemeenschap, wil in de liturgie een lijn trekken van advent naar Kerst. „Ik vind het mooi om elk jaar weer nieuwe lessons en carols bij elkaar te zoeken.” Om herhaling te voorkomen, wordt elk jaar ongeveer een derde van de lessons en carols vernieuwd.

„Soms passen we onze uitvoering aan de omstandigheden aan”, vertelt Bal. „We laten dan bijvoorbeeld wat minder Bijbelgedeelten lezen en voegen een meditatie toe.” De dirigent vindt het belangrijk om de lessons te behouden en aan te vullen met mooie carols: „Er vallen best wat carols af vanwege onze identiteit, maar er is ook ontzettend veel moois dat je wel kunt doen, zoals ”All Bells in Paradise” van Rutter en ”Still, still, still”. Dat er steeds meer festivals komen, zie ik als een mooie ontwikkeling. Het kan alle kanten op gaan, maar ik hoop dat de traditionele vorm behouden blijft.”

---

Dubbel-cd met nieuwe opnamen en oude carols

Het koor van King’s College laat het 100-jarig bestaan van het Festival of Lessons and Carols niet ongemerkt voorbijgaan. Ter gelegenheid van het eeuwfeest verscheen een dubbel-cd met nieuwe opnamen én carols die sinds de oorspronkelijke uitzendingen door de BBC nooit meer werden gehoord. De eerst cd bevat de klassieke opnamen, op cd 2 zijn opnamen van recenter datum te horen. Naast de bekende kerstliederen, zoals ”Once in Royal David’s City”, is er ook ruimschoots aandacht voor de zogenoemde ”commissioned carols”, waaronder ”Illuminare Jerusalem” (1985) van Judith Weir en ”Bogoróditse Djévo” van Arvo Pärt. Daarmee schetst de dubbel-cd een tijdsbeeld dat in grote sprongen kennis laat maken met een aantal uitvoeringen vanaf 1958.

Luisteraars van de cd vormen zich zo een beeld van de koorkwaliteit sinds halverwege de vorige eeuw: die is, ondanks het vele verloop binnen het koor, opvallend constant en van hoge kwaliteit. Interessant zijn de bespiegelingen van Stephen Cleobury, de huidige dirigent van het koor, die per mei 2019 het stokje overdraagt aan Daniel Hyde. „De kalmte en schoonheid uit de beginjaren maken plaats voor meer ruimte voor stemming en expressie. Het gedrag van de bezoekers is ook verbeterd: opnamen worden nu minder ‘vervuild’ door gehoest en gesputter.” Een analyse die de ontwikkeling van bevinding naar belevenis raak typeert.