Dr. Arie Eikelboom: Het klassieke kerklied verbindt met alle eeuwen

Dr. Arie Eikelboom bij zijn huispijporgel. beeld Erald van der Aa
2

Acht jaar lang was dr. Arie Eikelboom (71) intensief bezig met het kerklied. Het resultaat: een lange rij boeken onder de titel ”Hymnologie”. Met „eigentijdse liedjes” heeft de musicus niet zoveel. Met het klassieke kerklied des te meer. Én met de psalmen.

Na jaren in Den Haag gewoond te hebben, zijn dr. Arie Eikelboom en zijn vrouw Aline Verhoog zes jaar geleden neergestreken in Rijsbergen, bij Breda. Waarom daar? „Het enige wat telde was dat het huis groot genoeg moest zijn voor jouw boeken”, zegt Verhoog met een glimlach tegen haar man.

Deze laat even later zijn werkvertrekken zien. Zijn boekenbezit, cd-verzameling, partiturencollectie en instrumenten vullen inderdaad meerdere ruimtes op de begane vloer. Aan minderen is de bebaarde hymnoloog nog niet toe. „Ik wil er nog niet aan denken”, zegt hij met zijn karakteristieke hese stem.

Trots wijst hij op de plank gevuld met eigen werk: een lange rij boeken in de serie ”Hymnologie”, waarin hij de geschiedenis van de zang in de kerk van het Westen beschrijft. Toen de eerste twee delen in 2011 uitkwamen, was er sprake van dat de serie zo’n acht afleveringen zou gaan tellen. Het werden zestien delen, in negentien banden. Voor de kerkzang in de Nederlanden tussen 1600 en 1800 (deel XI) had Eikelboom vier boeken nodig.

Reden van die omvang is onder andere dat de auteur van een liedbundel vaak het complete voorwoord afdrukt, gezangen helemaal weergeeft en Bijbelgedeelten waarop een lied teruggaat integraal opneemt.

Een recensent vroeg zich, bij alle waardering, af of het niet met wat minder pagina’s had gekund...

„Ik heb het bewust zo uitgebreid gedaan. In die voorwoorden staat vaak belangrijke informatie, maar ze zijn voor veel mensen niet bereikbaar. En wat betreft die Bijbelgedeelten: lang niet iedereen neemt de moeite om die er zelf bij te zoeken.”

Wat was uw motivatie bij het schrijven van deze serie?

„Ik heb jarenlang lesgegeven aan diverse kerkmuziekopleidingen. Studenten vroegen vaak: Waar kunnen we vinden wat u allemaal vertelt? In mijn boekenkast, zei ik dan. Er is in Nederland heel weinig over hymnologie. Daarom wilde ik het allemaal graag opschrijven. Toen ik begon, had ik niet kunnen bevroeden dat het zo omvangrijk zou worden.”

Is er vraag naar zulke boeken?

„Er is geen markt voor hymnologie. Als ik van een deel vijftig exemplaren verkoop, mag ik blij zijn. Uitgevers waren niet geïnteresseerd, dus ik heb de reeks in eigen beheer uitgegeven. Hymnologie is in Nederland een ondergeschoven kindje. Moet je in Duitsland komen: daar moet iedere predikant tijdens zijn opleiding twee jaar lang actief zingen. Hier in Nederland mocht ik op Hydepark weleens iets zeggen tegen de hervormde predikanten in opleiding. Welgeteld twee uurtjes tijdens de hele studie. Vreselijk! Aan sommigen moest ik dan nog het verschil tussen een psalm en een gezang uitleggen.”

Harmonium

Gevraagd naar zijn kerkmuzikale roots, vertelt Eikelboom in geuren en kleuren over zijn jeugd in Rotterdam. Over zijn moeder, die op zondagavond bij het harmonium geestelijke liederen van Hasper zong. „Een enkele keer Johannes de Heer, niet vaak.”

Hoe hij orgelles kreeg van Jet Dubbeldam en op z’n 14e de samenzang begeleidde in de gereformeerde kerk vrijgemaakt van Rotterdam-Delfshaven. Dat hij bij André Verwoerd terechtkwam en al tijdens het gymnasium vervroegd toelatingsexamen voor het conservatorium deed bij George Stam. Hoe hij onder de indruk was van de kerkmuzieklessen van Adriaan C. Schuurman.

Dat hij weleens speelde in de hervormde Pauluskerk, en later in de Opstandingskerk in Schiedam zijn eigen orgel kreeg. Wat hem kwam te staan op een vermaning van de kerkenraad van zijn eigen gemeente. „De vrijgemaakten zagen zichzelf nog als de enige ware kerk.” Het resulteerde erin dat Eikelboom op z’n 21e werd uitgeschreven. „Ik was kerkloos.”

Hij werd cantor in de kerk van ds. Wim Verhoef in Vlaardingen. Daar leerde hij naar eigen zeggen pas echt de liturgie van Schrift en tafel vieren. Later kwam Eikelboom in de Pauluskerk in Amstelveen terecht. Na een jaar of vijf kreeg hij de vraag of hij Adriaan C. Schuurman wilde opvolgen als cantor-organist van de Maranathakerk in Den Haag. Zo gebeurde. Eikelboom begon er in 1983 en zou er tot zijn (gedwongen) pensionering in 2013 blijven.

Melodieën

In de Maranathakerk werkte hij nauw samen met ds. Wim van der Zee (1930-1995). „Een bevlogen liturgist en kerkliedzanger. Daar heb ik met de liturgie leren omgaan.” Van der Zee schreef zelf ook liedteksten. „En dan wilde hij dat ik daarvoor de melodie schreef.” Eikelboom gaat zingen: „„O God die uit het water, in het begin...” Een gebed bij de geschiedenis van Noach. Het staat in het nieuwste Liedboek.”

Hij zingt nog een lied: „„Wat vraagt de Heer nog meer van ons...” Staat ook in het Liedboek. Overigens hebben de samenstellers van het Liedboek ook teksten van Van der Zee van een andere melodie voorzien, zoals ”Wij kiezen voor de vrijheid”, bij de Tien Geboden. Dat is niet in de geest van Van der Zee. „Arie”, zei hij altijd, „ik wil niet dat mijn teksten zonder jouw melodieën worden gebruikt.””

U beschreef 2000 jaar kerkzang. Wat zijn voor u de hoogtepunten?

„Als eerste de Reformatietijd. Luther die de gemeente weer actief liet meezingen. En Calvijn die alle psalmen liet berijmen. Het tweede hoogtepunt is het Liedboek voor de kerken uit 1973. Heel bewust is toen gekozen om daarin het lied van alle tijden en plaatsen op te nemen. Om zo de verbondenheid uit te drukken met Ambrosius, Luther, Philipp Nicolai, Paul Gerhardt, de 19e-eeuwse dichters. Dat is wat ik tegen het evangelische repertoire heb. Dat zijn allemaal eigentijdse liedjes waarin Jezus centraal staat. Het klassieke kerklied dwingt mij om met Ambrosius te zingen over Christus Die de Zon is, met Gerhardt vanuit het Hooglied over de liefde tussen Christus en de kerk, met Jan Scharp over Gods vrije gunst. Iedere eeuw had z’n eigen godsbeeld. Het geloofsleven van mijn grootvader was heel anders dan het mijne. Maar dat van hem was niet dommer. In de liturgie zing je in verbondenheid met al degenen die ons zijn voorgegaan. En neem de psalmen: die zingen we namens de hele wereld. Als we zelf de boosheid in sommige psalmen niet herkennen, zingen we die namens degene in Nairobi die geen kant uit kan. Zingen is vaak niet zozeer het uitzingen van je eigen overtuiging, maar meer het inzingen van de woorden van alle eeuwen. Daarom schreef ik mijn boeken: om de achtergronden van liederen te laten zien, zodat meer mensen die verbondenheid met de kerk van alle eeuwen zullen ervaren.”

---

Symposium bij afsluiting serie ”Hymnologie”

Nadat dr. Arie Eikelboom in 2007 zijn dissertatie had verdedigd en aansluitend een boek publiceerde over vier cantates van Bach (2008) startte hij met de serie ”Hymnologie. Een geschiedenis van de strofische zang in de westerse christelijke kerk”. Het eerste deel verscheen in 2011. Vervolgens publiceerde Eikelboom –alles in eigen beheer– in hoog tempo de volgende afleveringen: zestien delen in negentien banden. Daarin beschrijft hij onder andere de kerkzang bij Luther en Calvijn, de kerkmuzikale ontwikkelingen in Duitsland, de kerkzang in de Nederlanden en de ontwikkelingen in de 20e eeuw. Het laatste deel, dat onlangs uitkwam, behandelt de ontwikkelingen in Nederland na het Liedboek voor de kerken (1973).

Ter gelegenheid van het feit dat dr. Eikelboom zijn serie heeft afgerond organiseert een comité op vrijdagmiddag 25 oktober (15.00-17.00 uur, toegang vrij) in de Maranathakerk in Den Haag het symposium ”2000 jaar Arie”. Sprekers zijn onder anderen dr. Hanna Rijken en ds. Erika van Gemerden. Daarnaast worden composities van onder anderen Bach, Adriaan C. Schuurman en Eikelboom uitgevoerd.

---

Dr. Arie Eikelboom

Arie Eikelboom (1948, Rotterdam) studeerde schoolmuziek, kerkmuziek, orgel, klavecimbel, muziektheorie en muziekwetenschappen. Hij was als cantor en organist actief in onder andere Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Amstelveen. In 1983 volgde hij Adriaan C. Schuurman op als cantor-organist van de Maranathakerk in Den Haag. Deze functie vervulde hij tot 2013.

Als dirigent gaf Eikelboom leiding aan het kamerkoor Magister Cantat en aan de Vlaardingse Bachcantatediensten. Als docent gaf hij onder andere les aan het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) en aan de cursus kerkmuziek van de Nederlandse Hervormde Kerk (later Protestantse Kerk in Nederland).

In 2007 promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit Groningen op een studie naar Bachs motet ”Jesu, meine Freude” (BWV 227).

Eikelboom is getrouwd met Aline Verhoog. Samen wonen ze in Rijsbergen (Noord-Brabant).

Meer informatie: www.arieeikelboom.nl