Dirigent Otto Tausk repeteert het liefst met een lege maag

Otto Tausk, chef-dirigent van Phion. beeld Valerie Spanjers

Als kapitein op het schip zet hij de koers uit. Daarin krijgt de inbreng van de musici een belangrijke plek, vertelt Otto Tausk, de kersverse chef-dirigent van Phion. „Samenwerken in een orkest lijkt op een gesprek. Als dit goed verloopt, ontstaat er iets moois.”

Geconcentreerd, vriendelijk, blij. Zo oogt de Nederlandse dirigent Otto Tausk (49) als hij op de bok staat. Lachend: „Het zit in mijn natuur om de dingen positief te benaderen. Dirigeren doe je samen. Ik haal veel inspiratie uit wat orkestleden mij aanreiken.”

Phion1Otto Tausk begint als chef-dirigent bij Phion

Afgelopen maand stond Tausk voor het eerst als chef-dirigent op de bok bij Phion, de voortzetting van Het Gelders Orkest en het Orkest van het Oosten. Daarnaast is hij chef-dirigent van het Canadese Vancouver Symphony Orchestra en artistiek adviseur van de Vancouver Symphony Orchestra School of Music. De dirigent heeft veel zin in de samenwerking met de musici van het fusieorkest Phion. „Ik stap op een trein die net het station heeft verlaten en kan meedenken over de route. Met respect voor de tradities van beide orkesten.”

Hoe krijgt u alle neuzen dezelfde kant op?

„Ik dirigeerde eerder een fusieorkest, Holland Symfonia. Nog altijd weet ik niet bij welk gezelschap de musici oorspronkelijk speelden. Ik vond dit belangrijk om mijn onbevangenheid niet te verliezen. Bij Phion is dit anders, want beide kernen Enschede en Arnhem opereren ook zelfstandig. Als we grotere projecten samen doen, benader ik Phion als een nieuwe ensemble. Natuurlijk moeten orkestleden op elkaar ingespeeld raken. Mijn ervaring is dat muziek verbindt en dat dit proces snel kan gaan. Het enige is dat mensen bereid zijn naar elkaar te luisteren en met elkaar samen willen spelen. Mijn taak is ervoor te zorgen dat ieder orkestlid zich vrij voelt om dit te doen. Ik geloof in de flexibiliteit van mensen en in de kracht van muziek.”

Waar komt uw liefde voor muziek vandaan?

„Als kind vond ik bij mijn oma een viool op zolder. Ik begon erop te spelen en ben daar niet meer mee opgehouden. Na mijn conservatoriumstudie viool viel ik jarenlang in bij onder andere het Radio Kamerorkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest. Halverwege mijn twintigste was ik concertmeester bij een orkest dat Bachs Matthäus Passion instudeerde. Toen de dirigent vanwege ziekte een repetitie moest laten schieten, vroeg men wie er op de bok durfde staan. Ik besloot de stap te wagen. Hoewel die repetitie in mijn herinnering dramatisch verliep, had ik enorm van het dirigeren genoten. Het leidde ertoe dat ik mijn viool verkocht en orkestdirectie ging studeren. Daarna kon ik bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest aan de slag als assistent van chef-dirigent Valerie Gergiev.”

Moet iedere dirigent een instrument leren bespelen?

„Het scheelt in elk geval enorm. Wie jarenlang een strijkinstrument bespeelt, kent dat vanbinnen en vanbuiten en kan strijkers beter van advies dienen. Om beter te begrijpen waar blazers tegenaan lopen en hoe ze hun rol in een orkest ervaren, heb ik fagotles genomen. Violen verzorgen de melodie in een stuk, terwijl een fagot mede het fundament vormt.”

Had u identificatiefiguren?

„Niet direct. Ik heb van veel dirigenten iets opgestoken, met name van Gergiev. Uiteindelijk leerde ik vooral van mijzelf uit te gaan. Dat is nodig om tot een eigen interpretatie te komen. Ik verzorg gastdirecties over de hele wereld en vind dat heerlijk. Toch heeft dit iets vluchtigs. Als chef-dirigent werk je daarentegen jarenlang met dezelfde musici en kun je veel meer de diepte in gaan. Het dirigentschap is een eenzaam bestaan. Niet alleen thuis tijdens de vele uren waarin je partituren bestudeert, maar ook als je voor een orkest staat. Collega’s ontmoet je vooral op het vliegveld.”

U hebt behoefte aan meer contact met collega’s?

„Soms wel. Af en toe klop ik bij een collega aan voor advies. Hoe lost hij een technisch probleem op en hoe hij een bepaalde passage? De meeste dirigenten waarderen dergelijk contact. Bij enkelen stootte ik mijn neus, omdat zij mijn vragen als een teken van zwakte zagen. Ooit moest ik een pittig werk van de in 2016 overleden componist en dirigent Pierre Boulez dirigeren. Ik had geen idee hoe ik die complexe partituur moest aanpakken. Boulez stond op een voetstuk, waardoor velen hem nauwelijks durfden te benaderen. Toch ben ik met mijn vragen op hem afgestapt. Zijn antwoord was ontwapenend: „Ik weet dat ook niet goed.” We hadden een inspirerend gesprek. Ik denk dat Boulez het mooi vond iets van zijn kennis en ervaring te delen.”

Hoe probeert u een componist recht te doen?

„Ik moet de gedachte áchter de noten naar boven zien te halen. Daarvoor proberen ik mij breed te oriënteren. Niet alleen in de muziek, maar ook in de ontstaanstijd ervan. Zo’n zoektocht is fascineert mij. Mozarts symfonieën zijn ogenschijnlijk vooral rustgevende werken. Maar als je bijvoorbeeld diens opera’s bestudeert, ontdek je diverse overeenkomsten tussen toonsoort en tempoaanduiding in opera’s en symfonieën. Dat geeft een extra aanwijzing over de sfeer die Mozart in laatstgenoemde werken in gedachten had. Over wat de in 1975 overleden Rus Sjostakovitsj met zijn symfonieën wilde zeggen, bestaan diverse meningen. Waren de noten bedoeld als ode aan het communistische regime of eerder als bedekte kritiek? Feit is dat de componist altijd een gevulde koffer onder zijn bed had klaarliggen, omdat hij elke nacht door de Russische geheime dienst van zijn bed gelicht kon worden. Dat geeft zijn muziek kleur.”

De in 1944 overleden dirigent Sir Henry Wood stelt in zijn boekje over dirigeren dat een dirigent fysiek sterk moet zijn, een goed humeur moet bezitten en gevoel voor discipline dient te hebben. Herkenbaar?

„Zeker. Dirigeren vraagt veel van je lijf. Daarom probeer ik mijn conditie op peil te houden door onder andere te zwemmen en te wandelen. Gelukkig ben ik optimistisch van aard en denk ik vooral in mogelijkheden. Hoeveel tijd ik wekelijks aan het doornemen van partituren besteed, kan ik niet aangeven. In feite ben ik vrijwel altijd met muziek bezig.”

Waar wordt u zenuwachtig van?

„Als ik mij niet goed kan voorbereiden voor een repetitie. Als dit het geval is, val je binnen een minuut door de mand. Sowieso eet ik nooit voorafgaand aan een repetitie. Wanneer ik zo hongerig als een leeuw ben, gaat een repetitie goed.”

Hoe vaak bivakkeert u in het buitenland?

„Ik schat twee derde van het jaar. Dat lukt mede dankzij mijn vrouw, die zich volledig inzet voor onze zoons van 11 en 13.”

Voelt u zich weleens schuldig over uw afwezigheid thuis?

„Vanaf half maart tot een maand geleden heb ik vooral thuisgezeten dankzij de coronamaatregelen. Voor mij persoonlijk was het een mooie tijd, waarin ik meer dan gewoonlijk van onze kinderen meemaakte en mij tegelijkertijd realiseerde wat ik de afgelopen jaren heb gemist. Dat ik zoveel buitenshuis ben, moet niet nog jarenlang doorgaan. Ook omdat ik merk dat onze jongens mij nodig hebben. Overigens probeer ik nooit langer dan twee weken van huis te zijn en heb ik via social media dagelijks contact met mijn vrouw en de kinderen.”

Het chef-dirigentschap bij Phion is een uitkomst?

„Ik vind het fantastisch om vaker in Nederland te kunnen werken. Met name om onze jongens te kunnen laten zien wat ik doe.”

Bij Phion stonden vorige maand Beethoven en de eigentijdse componist Joep Franssens op de lessenaar. Tausk in een notendop?

„Het programma lag al vast, maar tekent mij wel. Ik vind Beethoven een van de grootste componisten, mede vanwege de energie in zijn muziek. Daarnaast voer ik regelmatig modern werk uit. Uit overtuiging, want eigentijdse componisten moeten een kans krijgen. Het publiek en de tijd maken wel uit of een stuk een blijvertje wordt. Ik specialiseer mij bewust niet in een bepaalde muziekperiode, want er valt zoveel moois te ontdekken. Dat avontuur ga ik graag met de musici van Phion aan.”

---

Dirigent Otto Tausk

De wieg van Otto Tausk (49) staat in Utrecht. Hij studeert aan het conservatorium viool bij Viktor Liberman en István Párkányi, en orkestdirectie bij Jurjen Hempel en Kenneth Montgomery. Vervolgens gaat hij in Litouwen bij dirigent en pedagoog Jonas Aleksa in de leer.

Vier jaar is Tausk assistent-dirigent van Valeri Gergiev bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Van 2001 tot 2007 is hij vaste dirigent van het Ensemble MAE. Van 2007 tot 2012 staat hij op de bok bij Holland Symfonia. Een jaar later treedt hij aan als chef-dirigent van het orkest en de opera van het Zwitserse Sankt Gallen. In 2018 wordt hij chef-dirigent van het Vancouver Symphony Orchestra. Sinds september is hij ook chef van het fusieorkest Phion. Tausk wordt ook bekend als juryvoorzitter van het tv-programma ”Maestro”, waarin mensen zich het dirigeren proberen eigen te maken. Hij vervult gastdirecties over de hele wereld.