Dirigent Jan Quintus Zwart: Je kunt beter zingen dan zwemmen

Dirigent Jan Quintus Zwart. beeld RD

Als kleinzoon van Jan Zwart houdt dirigent Jan Quintus Zwart diens credo in ere: muziek maken naar het hart van Jeruzalem. „Je probeert je luisteraars te raken.”

Hij is koordirigent, muziekproducer en Bovenkerkmanager. Als het over koorzingen gaat, wordt de Kampense musicus heel enthousiast. Er vallen termen als „topsport” en „heel gezond.”

Als kind kreeg Jan Quintus Zwart weleens bijles van prof. C. Veenhof, die naast hen in de straat woonde. De lijvige biografie over Veenhof, geschreven door Ab van Langevelde, heeft Zwart met smaak gelezen. „Prof. Veenhof kwam uit het onderwijs”, herinnert hij zich. „Hij zei altijd tegen ons: je moet hárdop je teksten overschrijven, want dan gebruik je alle zintuigen: ogen, oren en spraakorgaan. En dat is met koorzingen ook zo: je gebruikt je stem, je oren en ogen.”

De telg van de bekende familie Zwart kwam al jong in aanraking met koor- en orgelmuziek. Als jongen zat hij bij zijn vader Willem Hendrik Zwart op de orgelbank van de Kampense Bovenkerk.

1. Een kleinzoon van Jan Zwart heeft een naam hoog te houden.

„Ja, en dat doe ik met liefde. Mijn vader sprak altijd heel waarderend over zijn vader. Jan Zwart was 59 jaar oud toen hij overleed. Mijn vader was toen twaalf jaar oud. Je hoort weleens de opmerking: wat kan een twaalfjarige zich nou herinneren van zijn vader? Mijn oudste zoon Rik was ook twaalf toen mijn vader –zijn grootvader– overleed. Hij is veel mee geweest met wandelconcerten, zat tijdens kerkdiensten boven. Als ik zie wat hij nog weet van z’n opa, vind ik dat toch verbazingwekkend.

Over de manier waarop je stukken moest spelen, zei Jan Zwart: zo mooi mogelijk. Dat was een soort credo van hem. Uitgangspunt was: ik heb een orgel, dat staat in een bepaalde ruimte, en ik vind een bepaald stuk mooi. Hoe kan ik nu dát stuk zo mooi mogelijk spelen op dat orgel in die ruimte?

Een ander credo van mijn grootvader was: spelen en zingen naar het hart van Jeruzalem. Je probeert zo de harten van je luisteraars te raken. Muziek is uiting van een boodschap, een gemoedstoestand of een geloofsbelijdenis. En dat vind ik ook belangrijk. Vooral bij religieuze muziek geldt: je speelt voor het aangezicht van God.”

2. Het is treurig dat de Bovenkerk niet meer voor de eredienst wordt gebruikt.

„Inderdaad, ik vind dat echt treurig. Hoe heeft het kunnen gebeuren? Het begint er gewoon mee dat er te weinig mensen naar de kerk gaan, punt. Je kunt over financiën praten, maar als er elke zondag genoeg mensen naar de kerk zouden gaan, zou er geen financieel probleem zijn. Alleen zitten we in een proces van secularisatie. En we moeten vaststellen dat Kampen niet genoeg kerkgangers heeft om twee grote stadskerken –de Broederkerk en de Bovenkerk– te vullen.

Ik ben hervormd, heb ook in de Bovenkerk belijdenis gedaan en er jaren gekerkt. In die zin ben ik echt een Bovenkerker, al ben ik qua liturgie nu meer confessioneel georiënteerd. Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik wat meer kan shoppen tegenwoordig.

De Bovenkerk is een uniek gebouw: qua orgel, ruimte, akoestiek, vlakke vloer. Veel mensen in Nederland komen er graag. Als manager van de Bovenkerk weet ik dat je de gewone exploitatie met de huuropbrengsten sluitend kunt krijgen. Alleen dek je daarmee niet de circa 85.000 euro die jaarlijks nodig is voor groot onderhoud. Dat is nu de uitdaging, waarvoor we naar oplossingen kijken.”

3. Muziek is mijn zuurstof.

„Geloof is meer mijn zuurstof, en dat kan ik uiten door de muziek. Ik vind het te plat om alleen muziek te noemen. Muziek is een onderdeel van wat ons door God in de schepping is gegeven. Het ruisen van de bomen en het rollen van de golven is ook muziek.

Ik kan ’s zomers tijdens een orgelconcert een uur lang in zo’n mooie kathedraal zitten. Voor mij is dat een vorm van stille tijd: ruimte voor reflectie, of om contact te zoeken met God.”

4. Het dirigeren van koren is het mooiste wat er is.

„Ik zou zeggen: zingende mensen zijn het mooiste wat er is. Wat ik altijd bijzonder vind: als je aan iemand vraagt om te bidden of een stukje te lezen, dan slaat men vaak dicht. Maar zeg je: laten we samen een mooi lied zingen, bijvoorbeeld ”Beveel gerust uw wegen”, dan doen mensen dat! Zingen is een manier om te laten horen wat je bezighoudt. Daarom vind ik het belangrijk dat koorleden aangeven welke liederen ze mooi vinden. En daarom probeer ik aan koorleden uit te leggen wat er precies in de tekst staat.

Daarbij is zingen ook heel gezond, zowel voor het brein als voor het lichaam. Je kunt beter zingen dan zwemmen. Wie gaat zwemmen, neemt in het zwembad het werk gewoon mee in z’n hoofd. Maar als je gaat zingen en je komt na twee uur thuis, is je hoofd helemaal leeg. Zingen is goed voor je ademhaling, je longen, je middenrif. Zie het als topsport.”

5. Een kamerkoor dat muziek van Schütz zingt, is aan mij niet besteed.

„Ik ben geen specialist in vroegbarokke muziek, dus zal ik Schütz niet uitvoeren. Maar luisteren doe ik het zeker. Zo heb ik alle cd’s met psalmen van Sweelinck, uitgevoerd door het Gesualdo Consort, in de kast staan.

En als cd-producent heb ik twee jaar geleden in het Zwitserse Biel een dubbel-cd gemaakt van een prachtig zwaluworgel in middentoonstemming. Dat vind ik heel mooi, het past ook bij de Romaanse kerk daar. Ik heb altijd een brede belangstelling gehad. Zo houd ik ook van moderne muziek of van geïmproviseerde jazz.”

6. Sinds de digitalisering is er veel veranderd met mijn bedrijf JQZ Muziekproducties.

„Ik heb pas historische opnames van Feike Asma zitten beluisteren. Om zo’n productie te maken, kreeg je destijds vier banden mee, met in totaal twee uur muziek. Daar moest je het mee doen. En als het niet goed was, ging de band terug en deden we de opname over. De opslagcapaciteit was toen beperkt. Maar tegenwoordig kost opslag geen geld meer. We kunnen alles bewaren. En we kunnen thuis op de computer eindeloos het materiaal bewerken om maar die ene maat goed te krijgen. Foute noten monteren we er gewoon uit. Het proces is totaal veranderd.”

7. Israël neemt in mijn concertpraktijk een speciale plaats in.

„Ja. Door het Holland Koor ben ik betrokken geraakt bij het werk van Christenen voor Israël. In oktober hoop ik weer een werkreis naar Israël te maken met een groep van ruim 200 mensen. We gaan, en dat is uniek, ook in de Knesset zingen. Ik zie wat er nu in Israël gebeurt als tekenen dat God Zijn beloften met Zijn volk waarmaakt. Ik zeg tegen mijn koorleden en tegen mijn kinderen: als we deze tekenen niet zien en begrijpen, zijn we horende doof en ziende blind. In de kerk wordt te weinig aandacht besteed aan Israël en het Joodse volk.”

8. Muziek op de basisschool en het voortgezet onderwijs is helaas nog ondergewaardeerd.

„Dat geldt niet alleen voor muziek, het hele kunstonderwijs is wegbezuinigd in Nederland. En dat is natuurlijk heel slecht. We richten in Nederland alles op sport. Maar als Nederland met Marokko moet voetballen, staan er meer mensen tegenover elkaar dan naast elkaar. Als een Marokkaanse muzikant met Nederlandse muzikanten muziek gaat maken, gebeurt er iets heel anders: juist kunst verbindt mensen en kan tegenstellingen overbruggen.”

9. Nederland mag blij zijn met zo veel goede amateurorganisten die de zondagse diensten begeleiden.

„Zijn er zo veel goede amateurorganisten? Ik mag hopen dat het zo is. Maar ik mag ook hopen dat kerkenraden en predikanten het belang van goed orgelspel zien. Daar valt nog wel een kritische noot bij te plaatsen. Is er budget om te studeren en goede koraalboeken te kopen? Ik vind dat kerken moeten stimuleren dat de talenten goed worden besteed. Want zijn er straks nog genoeg organisten? En kunnen ze meer dan alleen psalmen begeleiden? De opleiding kerkmuziek in Duitsland is voor de helft gevuld met moderne muziek. Je leert er akkoordenschema’s en jazzimprovisaties. Als kerkmusicus moet je op de nieuwe tijd ingespeeld zijn.”

10. Ook buiten de muziek kan ik me goed vermaken.

„Op vakantie neem ik een stapel boeken mee en ga dan lekker onder een parasol zitten. Ik lees graag biografieën, over Van Agt, Den Uil, Kuyper. Soms lees ik een roman of een dichtbundel. Maar ik ben vooral in geschiedenis geïnteresseerd: een boek moet wel ergens over gaan.”

Levensloop Jan Quintus Zwart

Jan Quintus Zwart (Emmen, 1957) kreeg zijn eerste opleiding bij de Kamper pianopedagoge Corrie Nijkamp. Daarna volgde hij op de muziekschool orgel- en pianoles bij Henk Sleurink en Henk Bos. Directie- en theorielessen (HaFaBra) volgde hij aan de Muziek Pedagogische Academie Leeuwarden.

In 1984 werd Zwart dirigent van de chr. gem. zangvereniging ”Looft den Heer” te Notter, waar hij nog steeds leiding aan geeft. Korte tijd later volgden benoemingen bij andere koren. Veel radio- en tv-opnamen voor de EO volgden, onder andere voor programma’s als Samen Zingen met Arie Pronk, Nederland Zingt en Laat ons de Rustdag wijden. Ruim 25 jaar was Zwart de vaste dirigent van de EO.

In 1993 werd Zwart dirigent van het Holland Koor, waarmee hij diverse opnames maakte in Israël. Ook reisde hij met zijn koren in Europa, Canada, de VS en Zuid-Afrika. Zwart trad op voor de Nederlandse koninklijke familie, voor Sovjetpresident Michail Gorbatsjov en de Israëlische presidenten Ehud Olmert en Benjamin Netanyahu.

In 2009 vierde Zwart zijn 25-jarig jubileum als dirigent en werd hij benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Zwart is manager van de Bovenkerk in Kampen. De Kampense musicus is gehuwd en heeft drie kinderen in de leeftijd van 26 tot 34 jaar.