Deelnemers orgelconcours SGO mogen niet met kater naar huis

Albert en Hilda Rodenboog kijken uit naar het dertigste SGO-concours, volgende week zaterdag in Appingedam. Ze delen de liefde voor orgels. Albert luistert, Hilda speelt. Onder andere op het Hinszorgel in de Petruskerk in Leens (foto). beeld Sjaak Verboom
3

Hilda Rodenboog regelt het jaarlijkse orgelconcours van de Stichting Groningen Orgelland al twee decennia en doet dit nog altijd graag. Volgende week vindt de dertigste editie plaats. Ook haar man Albert geniet volop. „Niet alleen van oude muziek. Vorig jaar klonk in Farmsum de ”Sombere muziek over Psalm 103 vers 8” van Jan Zwart en dat maakte veel indruk.”

De goede sfeer tijdens het concours is mede te danken aan zijn vrouw, zegt Albert Rodenboog. „Hilda is een moederkloek. Ze bouwt een band met de deelnemers op door hen af en toe te mailen en zo nodig te bellen.”

De dertigste editie van het concours van de Stichting Groningen Orgelland (SGO) heeft volgende week zaterdag plaats op het Hinszorgel (1744) in de Nicolaïkerk in Appingedam. De juryleden Theo Jellema, Jan Hage en Vincent Hensen zullen dan de verrichtingen van de achttien deelnemers beoordelen.

Het echtpaar Rodenboog, dat in het Groningse Leens woont, zal ook van de partij zijn. Albert (62) in zijn hoedanigheid als SGO-bestuurslid. Hilda (61) omdat ze alles in goede banen mag leiden.

De liefde voor orgels vormt een extra schakel tussen de twee Groningers. Hilda is organist van de Petruskerk in Leens en van de vrijgemaakt gereformeerde kerk in haar woonplaats. Naar eigen zeggen is Albert getrouwd met de Groningse orgels. „Die moet ik elke week kunnen zien en horen. Het is een van de redenen waarom ik in deze provincie ben blijven wonen en niet voor mijn werk bij PostNL in Den Haag naar het westen ben verhuisd.”

Tijdens het gesprek over het SGO-concours bladeren de twee regelmatig in hun plakboek vol foto’s van en knipsels over de wedstrijden in de afgelopen jaren. Albert: „Kijk, tijdens het concours in Eenrum in 2006 hield een vrouw in het publiek ineens een spandoek omhoog met de tekst ”Hup Dirk-Jan. Je kan er wat van!””

Het eerste SGO-concours voor amateurs vond in 1982 plaats. Aanvankelijk werd dit afgewisseld met een wedstrijd voor vakstudenten. Omdat de animo daarvoor niet groot bleek, staat het concours sinds 1992 jaarlijks alleen open voor amateurs. Overigens mogen er dit jaar voor het eerst weer vakstudenten meedoen.

Albert: „Het leuke van ons concours is dat er in vergelijking met andere orgelwedstrijden veel publiek op afkomt, verspreid over de dag vaak meer dan honderd mensen. Aardig is ook dat sommige grote namen van nu, zoals Hayo Boerema en Sietze de Vries, vroeger hebben meegedaan, maar nooit een prijs op het SGO-concours wonnen.”

Wat kenmerkt de deelnemers?

Hilda: „Gemiddeld doen er twintig mensen mee. Er is plek voor maximaal 22 deelnemers. Wanneer het concours op een toporgel zoals dat in de Der Aa-kerk of de Martinikerk in Groningen plaatsvindt, moeten we mensen teleurstellen. Daarbij ontzien we de jongeren.”

Albert: „Er is een harde kern van zo’n acht spelers. Elk jaar zitten er enkele organisten bij die jonger dan twintig zijn. De grootste groep is ouder dan twintig en jonger dan dertig. Daar zijn we blij mee. We willen met dit concours niet alleen de Groningse orgels op de kaart zetten, maar ook jongeren motiveren om op een hoog niveau orgel te leren spelen. De oudste deelnemer was zeventig, de jongste tien. Grappig genoeg verwachtte dit jongetje dat hij direct een prijs zou winnen.” Hilda: „De spelers komen uit allerlei provincies, voornamelijk uit gebieden waar het orgel op zondag een grote plek in de eredienst inneemt.” Albert: „Gemiddeld doen er twee vrouwen mee.” Hilda: „Het wordt hoog tijd dat een vrouw de eerste prijs wint.”

Wat beweegt mensen om mee te doen?

Albert: „Sommigen jagen op een prijs. Een grote groep vindt het waardevol om feedback van een jury te krijgen of bespeelt graag een mooi historisch orgel. Organisten die hebben meegedaan, komen weer terug om nog eens de toetsen van onze prachtige Groningse instrumenten te beroeren.”

Hoe is de sfeer?

Hilda: „Gemoedelijk. Deelnemers registreren bij elkaar en gunnen elkaar de winst. Velen genieten van de onderlinge ontmoeting.” Albert: „Naarmate bekend gaat worden wie er in de finale zitten, wordt het wel steeds stiller. De drie finalisten spelen in de finale de werken die ze eerder die dag al lieten horen. Daarna wordt bepaald wie de eerste, tweede en derde prijs mee naar huis mag nemen. Vrijwel alle organisten die de finale niet haalden, blijven luisteren naar de verrichtingen van de finalisten.” Hilda: „Ik verheug mij elk jaar weer op het concours. Er heerst een familiegevoel.” Albert: „Het is dus de vraag of Groningers werkelijk zo stug zijn als vaak wordt beweerd.”

Welke eisen stelt u aan juryleden?

Albert: „De deelnemers krijgen van elk jurylid een rapport met plus- en minpunten. Wij hechten eraan dat juryleden na afloop álle tijd nemen om deelnemers te vertellen wat ze mooi deden en wat er beter kan. Geen speler mag naar huis gaan met een kater.” Hilda: „Deelnemers waarderen die toelichting enorm. Soms duurt het wel twee uur voordat de laatste vertrokken is.”

Kan een jury in tien minuten een goed beeld van iemands kunnen krijgen?

Hilda: „Dat denk ik wel. Sommigen deelnemers kiezen voor één werk, anderen spelen in die tijd drie stukken. Ik merk dat veel juryleden het fijn vinden als iemand ook een kleine koraalbewerking laat horen. De interpretatie daarvan geeft soms de doorslag.”

---

Gemoedelijke sfeer

Matthijs Visscher (34) uit Barneveld sleepte vorig jaar de eerste prijs en de publieksprijs in de wacht tijdens het SGO-concours. In totaal won de leerling van Jan Raas tien prijzen op de vijftien orgelconcoursen waaraan hij deelnam. „Meedoen daagt mij uit om de puntjes op de i te zetten. En het blijft leuk om kennis met allerlei orgels te maken en het repertoire daarop af te stemmen.”

Visscher werkt bij een bureau dat ict’ers werft en selecteert. Daarnaast is hij organist van de Dorpskerk in Scherpenzeel en van de hervormde gemeente in Garderen. Hij zit in zijn vrije tijd graag op de orgelbank. „Gemiddeld studeer ik wekelijks een uur of vier. Orgel spelen is ontspannend. Door de jaren heen kom je steeds verder qua interpretatie.”

De muziekliefhebber deed enkele keren mee aan het SGO-concours. „Er heerst altijd een gemoedelijke sfeer, er zijn veel deelnemers en er komen in vergelijking met andere orgelwedstrijden veel mensen luisteren. Het leuke van Groningen is dat ook het publiek zijn mening mag geven en er een publieksprijs wordt uitgereikt.”

Veel last van stress heeft Visscher niet tijdens een concours. „De zenuwen spelen vooral op kort voordat ik aan de bak moet. Als ik ga spelen, kriebelt het alleen tijdens de eerste paar maten, maar dit ebt gelukkig snel weg. Vervolgens zit ik meestal heerlijk te spelen.”

---

Fantastische orgels

Adrie van Manen (43) uit Rhenen won de afgelopen twee jaar de tweede prijs op het SGO-concours. Volgende week meldt hij zich voor de derde keer in het Groningse land. „Er staan daar fantastische orgels en dit concours heeft een uitdagend niveau.”

In het dagelijks leven staat Van Manen voor groep 8 van de Eben-Haëzerschool te Rhenen. Hij is geen organist in zijn eigen kerk, de gereformeerde gemeente in Nederland in zijn woonplaats, maar wel speelt hij af en toe een dienst in de christelijke gereformeerde kerk te Oosterbeek. Van Manen kreeg jarenlang les van Bert Wisgerhof en lest sinds 2012 bij Gerben Mourik.

Hij speelt orgel sinds zijn zesde en doet dat nog altijd met veel plezier. „Gemiddeld studeer ik zo’n drie uur per week. Orgel spelen is ontspannend en het houdt me fit. Ik vind het heerlijk om nieuwe werelden te ontdekken. Volgende week speel ik in Groningen Van Noordt en Lübeck, maar ik studeer ook eigentijdse werken van Keijzer en Matter.”

Van Manen schat dat hij aan zo’n vijftien orgelconcoursen heeft meegedaan. Hij won regelmatig een prijs. „Ik vind het waardevol om feedback van de jury te krijgen en leuk om andere organisten te spreken.”

De zenuwen kunnen de concourstijger danig parten spelen als hij aan de beurt is. „Soms zit ik met knikkende knieën. Ik wil van die stress af. Meedoen aan concoursen helpt daarbij.”