De échte Adriaan C. Schuurman

De organisten Jan J. van den Berg (l.) en Gerben Mourik leggen het complete orgeloeuvre van Adriaan C. Schuurman vast op cd. Foto Sjaak Verboom Sjaak Verboom

Adriaan C. Schuurman leeft tien jaar na zijn overlijden nog steeds voort. In de herinnering van zijn leerling Jan J. van den Berg. Maar ook bij Gerben Mourik, die Schuurman nooit gekend heeft. Om de erfenis van Schuurman te bewaren, leggen beide organisten diens orgeloeuvre vast op de schijf.

In de werkkamer van Jan J. van den Berg aan het Sint Agathaplein in Delft blijkt Adriaan C. Schuurman (1904-1998) nog volop aanwezig. Meerdere portretten aan de muur herinneren aan de „geestelijke vader” van Van den Berg (1929). Als de muziekkast opengaat, komen oude NRCV-opnamen uit 1950 tevoorschijn waarop te horen is hoe Schuurman een zangdienst in Amersfoort dirigeert. En als Van den Berg begint te praten, buitelen de anekdotes en herinneringen over elkaar heen.

”Jan J.” is duidelijk nog niet klaar met Schuurman. „Misschien ga ik wel een boek over hem schrijven. En héél graag zou ik nog eens die zangdienst uit 1950 herhalen. Ik heb al die composities van Schuurman hier liggen. Dat moet toch mogelijk zijn!” zegt de 79-jarige geestdriftig.

Vóór het realiseren van een zangdienst of een boek stapte Van den Berg echter in een ander project: het opnemen van het complete orgeloeuvre van zijn leermeester. De Delftse organist verzamelde alles wat Schuurman ooit opgeschreven of uitgegeven heeft. En wat onaf was, vulde hij aan door het in stijl te voltooien.

Samen met Gerben Mourik, organist in Oudewater, speelt Van den Berg vier cd’s vol met orgelcomposities, meest koraalbewerkingen, van Schuurman. Ze kozen daarbij voor de orgels in de Grote Kerk van Gorinchem, de St.-Michaëlskerk van Oudewater en de Martinikerk van Bolsward.

Waarom Van den Berg het project niet alleen doet? „Ik vind het fantastisch om dit samen met een jonge organist te doen. Het is een geweldige combinatie. We spelen ieder op onze eigen manier, maar waarderen elkaars spel.”

Gerben (1981) kende Schuurman eigenlijk niet. Door de contacten met Van den Berg -Gerben registreerde vaak tijdens concerten- is Schuurman voor hem gaan leven. „Door de verhalen die je hoort, maar ook door kennis te maken met Schuurmans muziek. Zijn composities laten zien dat hij een expert was in canons en contrapunt. Schuurman is een voorbeeld voor me geworden. Hij behoorde met Hendrik Andriessen en Arie J. Keijzer tot de grootste Nederlandse componisten van de 20e eeuw.”

Van den Berg trok jarenlang op met Schuurman, kreeg in diens Amersfoortse periode les van hem, registreerde bij talloze concerten. Hij weet dus hoe Schuurman speelde. Waarop baseert Gerben zich als hij Schuurman vertolkt? „Het is niet zo dat ik Van den Berg imiteer. Ik kies voor een eigen aanpak, en dat hoor je ook. Veel van Schuurmans bewerkingen moet je vanuit de tekst benaderen; registratieaanwijzingen gaf hij bijvoorbeeld hoegenaamd niet.”

Hoe Van den Berg vindt dat Gerben Schuurman speelt? Zijn duim gaat de lucht in: „Zo! Noten kraken kan iedereen wel. Maar Schuurmans muziek vraagt om een bepaalde antenne. En die heeft Gerben duidelijk.”

Improvisator
Het gaat Van den Berg naar eigen zeggen om de héle Schuurman en om de échte Schuurman. De héle: „Schuurman wordt vaak genoemd als de nestor van de kerkmuziek. Dan doelt men op zijn werk aan het Liedboek, op zijn vocale composities, op zijn werk als docent kerkmuziek. Maar dan heb je maar de halve Schuurman. Zijn orgelwerken zijn mijns inziens van wezenlijk belang, misschien wel het belangrijkste deel van zijn werk.”

En dan de échte Schuurman. Duidelijk is dat Van den Berg de tijd dat Schuurman in de St.-Joriskerk in Amersfoort organist was, van 1942 tot 1950, als de bloeitijd van zijn leermeester ziet. Niet alleen beleefde Van den Berg zelf als leerling toen „gouden jaren”, ook Schuurman verkeerde in een „glorietijd.”

Als improvisator bijvoorbeeld. Van den Berg herinnert zich als de dag van gisteren een kerstnachtdienst eind jaren 40. „Na afloop waren we blijven hangen. Opeens sloeg de klok van de Joris 00.00 uur. „Nu is het Kerstmis”, zei Schuurman, „daar moeten we wat aan doen.” Hij trok de Vox Celeste, de Gamba en de Roerfluitxx open en begon te spelen: ”Stille nacht”. Werkelijk fenomenaal! Iedereen was uitgepraat.”

Later, toen Schuurman als cantor-organist verbonden was aan de Haagse Maranathakerk, is zijn improvisatielust wat uitgeblust, zegt Van den Berg. „In zijn functie daar stond het orgelspelen op de tweede plaats.”

Ook muzikaal gezien sloeg Schuurman in zijn latere leven wel eens andere wegen in. Gerben tegen Van den Berg: „Er is een orgelwerk van hem dat u niet wilt spelen. De partita over Psalm 130.”

Van den Berg: „Inderdaad, dat spreekt me niet aan, het inspireert me niet.”

Gerben: „Ik vind het juist heel interessant. Het doet me denken aan moderne Fransen als Messiaen.”

Van den Berg: „Schuurman probeerde wel eens wat met andere klankwerelden. En dat deed hij dan ook professioneel. In zijn oratorium ”Markus” bijvoorbeeld klinken invloeden door van Andriessen, Messiaen en Van der Horst. Maar ik zeg toch: de échte Schuurman is voor mij de Amersfoortse, met bewerkingen als ”Voor alle heiligen” en ”Amen, Jezus Christus, amen!”.”

Ontoegankelijk
De composities van Schuurman worden wel eens als moeilijk en ontoegankelijk ervaren. Gerben: „Dat hangt ervan af hoe je ze speelt. Als je erboven staat en de muziek met visie speelt, zijn deze orgelwerken niet ontoegankelijk. Schuurman is nooit een modernist geweest.”

Van den Berg: „Hij wordt wel eens elitair genoemd. Misschien omdat hij uit een voorname familie stamde. Maar zijn muziek is door en door klassiek, warm van klank, pure romantiek. Schuurman deed bijvoorbeeld niets met mannen als Distler, Micheelsen of Pepping. Hij noemde Franck en Reger zijn geestelijke vaders. En natuurlijk Cornelis de Wolff. Met andere leerlingen van De Wolff, zoals Simon C. Jansen, George Stam en Adriaan Engels, voelde hij zich zeer verwant.”

Dat Schuurman in Nederland te weinig gewaardeerd wordt, heeft volgens Van den Berg te maken met „de kaalslag van niveau binnen de Nederlandse orgelcultuur. Vanaf Jan Zwart, die overigens zelf een goede smaak had, is er een bepaald soort koraalbewerking ontstaan die vooral een zekere sfeer moet oproepen, maar waarvan het niveau bedenkelijk is.” Gerben: „Schuurman is bijvoorbeeld niet te vergelijken met Feike Asma. Schuurman had veel meer in zijn mars qua contrapunt.” Van den Berg: „Inderdaad. Maar waarin ze wél overeenkomen, is de intentie, de bezieling waarmee ze speelden.”

Die gedrevenheid van Schuurman kwam volgens Van den Berg voort uit zijn levensovertuiging. „Hij was een diepgelovig mens. Vlak voordat de opnamen van de zangdienst in Amersfoort begonnen, legde hij de boel stil en ging hij voor in gebed. Zo was hij. En dat is ook in zijn composities te horen. Tijdens een concert in de Rotterdamse Laurenskerk schoot hij eens helemaal uit z’n slof bij een improvisatie over Psalm 149. Na afloop kwam er iemand naar hem toe en zei: „U hebt een ware preek gegeven zojuist.” Dat was heel goed getypeerd. Inderdaad, preken vanaf de orgelbank, dat deed hij.”


Cd-presentatie
Vrijdagavond 4 juli geven Jan J. van den Berg en Gerben Mourik in de Grote Kerk van Gorinchem een concert waar de eerste 2-cd-box met orgelwerken van Schuurman wordt gepresenteerd. Aanvang 20.00 uur.

Op zaterdagavond 23 augustus geven beide organisten opnieuw samen een concert, dan in de Grote of St.-Janskerk te Schiedam. Tijdens het concert (aanvang 20.00 uur), dat de afsluiting vormt van het Schuurmanorgelconcours dat die dag in Schiedam plaatsheeft, wordt de tweede 2-cd-box met Schuurmans orgelwerken gepresenteerd.

De opnamen zijn een uitgave van D. E. Versluis Klassieke Muziekproductie.

Meer informatie: www.deversluis.nl.