Contact predikant en organist Hersteld Hervormde Kerk kan beter

De Sint-Maartenskerk van Sint-Maartensdijk (Tholen), in gebruik bij de plaatselijke hersteld hervormde gemeente. Het witte orgel werd in 1882 door Pieter Flaes gebouwd. beeld Sjaak Verboom
2

Predikant en organist: binnen de Hersteld Hervormde Kerk kan het contact tussen die twee beter. Naast wederzijdse waardering is er ergernis: lange voorspelen en laat aangeleverde psalmbriefjes.

Dat blijkt uit een enquête die de werkgroep eredienst & organist van de Hersteld Hervormde Kerk (HHK) recent onder predikanten en organisten hield. Zaterdag staat de samenwerking tussen voorganger en speelman centraal tijdens de jaarlijkse organistendag in Putten.

Van de 97 HHK-predikanten die de enquête kregen, reageerden er 34. Van de organisten die in de 118 gemeenten en evangelisaties binnen de HHK spelen, kwam er van 65 antwoord.

Gedeeld kader

Predikanten en organisten blijken hetzelfde te denken over de rol van muziek in de eredienst. Muziek staat in dienst van het Woord: als voorbereiding of reactie op de preek. Daarnaast heeft het zingen een zelfstandige functie in het loven van God. „Zo’n gedeeld kader is een mooi uitgangspunt voor het gesprek”, aldus Henri Pool uit Moerkapelle, woordvoerder van de werkgroep.

Een van de vragen was wat voorgangers en muzikanten in elkaar waarderen. Predikanten noemen het vaakst dat ze het mooi vinden als de organist zich richt op de inhoud van de psalmen en aansluit bij de preek. Wat organisten het meest waarderen, is een predikant die het psalmbriefje tijdig aanlevert.

Daar zit tegelijk ook de grootste hobbel. Bijna twee derde van de organisten noemt als grootste ergernis het te laat ontvangen van de liturgie. Bijna driekwart geeft aan het psalmbriefje graag al op vrijdag of uiterlijk zaterdagmorgen vroeg te krijgen. In de praktijk komt de liturgie in veel gevallen tussen zaterdagochtend en -avond.

„De organist denkt dus een slag van twaalf uur eerder”, zegt Pool. „Daar moeten we iets mee. Dit raakt de kern van het functioneren van de organist. Als je niet gemakkelijk improviseert, wordt het behelpen als je weinig tijd hebt op zaterdag.”

Pool is zelf organist in Moerkapelle. Daar kreeg hij voorheen het psalmbriefje meestal in de loop van de zaterdag. „We hebben gevraagd of de liturgie al op vrijdagavond gestuurd kon worden. Dat gebeurt nu negen van de tien keer. Het helpt dus als je het aankaart.”

Gevraagd naar hún ergernis noemen predikanten het vaakst de lange voor-, tussen- of naspelen. Pool: „Dat begrijp ik. Als organist vind je het algauw mooi wat je doet. Maar als luisteraar heb ik ook nogal eens de ervaring dat het voorspel een stuk korter had gekund. Probleem is vaak dat organisten vastzitten aan het papier en een voorspel niet gemakkelijk inkorten.”

Meedenken

Uiteindelijk gaat het om contact en communicatie. „In Moerkapelle hadden we in het verleden weleens om 9.00 uur dienst, zodat de predikant om 11.00 ergens anders kon zijn. Als hij dan op het psalmbriefje vroeg of we daar met onze voorspelen rekening mee wilden houden, was dat geen enkel probleem. Het is heel anders als de predikant de psalm aankondigt met de mededeling: „Zonder voor- of naspel.” Of als de koster je tien minuten voor de dienst op de schouder tikt en fluistert dat het allemaal kort moet. Dit raakt de omgang met de organist.”

Organisten zouden daarnaast graag betrokken worden bij de inhoud van de dienst, blijkt uit de enquête. In veel gevallen wordt het psalmbriefje ‘gedropt’ en moet de organist raden wat het thema is. Pool: „Op het psalmbriefje stond eens Habakuk 3: Geen rund meer in de stal. Ik was ervan uitgegaan dat het zou gaan over Gods trouw te midden van de moeilijkheden. De psalm na de preek had ik geïnterpreteerd als loflied, met een feestelijk voorspel. De preek eindigde echter in de verootmoediging. Ik heb m’n boek dichtgeslagen en een zachte registratie uitgekozen. Wat ik had voorbereid, was niet passend.”

Dit is te voorkomen als een predikant deelt waar de preek over gaat. Pool: „Er zijn gelukkig predikanten die dat doen. Onze vorige predikant, ds. W. J. C. van Blijderveen, liet ons zelfs weleens meedenken: Ik preek daar en daar over. Hebben jullie suggesties voor de psalmen? Dat is echt mooi. Dan word je als organist geroepen om je over het Woord te buigen. Als je zo communiceert, is er veel te bereiken.”

Om de tafel

Positief aan de uitkomsten van de enquête is, zegt Pool, dat zowel predikanten als organisten als verbeterpunt noemen dat het goed zou zijn als beide partijen met enige regelmaat om de tafel gaan. Tijdens de organistendag zaterdag krijgt dat contact al vorm: ds. D. Heemskerk (Ouderkerk aan den IJssel) en ds. J. A. Kloosterman (Lunteren) gaan in gesprek met de organisten Marco van der Graaf (Oldebroek) en Aalt Leusink (Nieuwleusen). Pool: „We hopen dat zo’n inhoudelijk gesprek een vervolg gaat krijgen in de gemeenten.”