Column: Navolging in de zangpraktijk

Gemeentezang in Tholen. beeld RD, Anton Dommerholt

Navolging: een belangrijk begrip in de theologie. In veel reformatorische kerken is het achterna komen ook een fenomeen in de liturgie, zij het een erg merkwaardig fenomeen.

Stel: op een dag bezoekt iemand die dat niet gewend is een kerkdienst in een kerk uit de achterban van het Reformatorisch Dagblad. Veel dingen vallen haar op, waaronder het zingen. Op grote borden staan psalmnummers en veel kerkgangers hebben de te zingen psalm al in hun boekje opgezocht. Toch kondigt de voorganger uitgebreid aan wat er gezongen gaat worden, alsof de kerkdienst een vergadering is en men nu naar het volgende agendapunt overgaat. De organist speelt een intro van een minuut, zet vervolgens het koraal in, maar de gemeente volgt ongeveer een seconde later. Alsof het de kerkgangers compleet verrast dat ze nu moeten gaan zingen. Nog verbazingwekkender: het ritueel herhaalt zich bij elke liedregel.

Wat mij betreft is de fictieve bezoeker terecht verbaasd: dit aspect van de refozangpraktijk is bijzonder onmuzikaal. Hoe is het eigenlijk zo gekomen? In vroeger eeuwen werd in de Nederlandse kerken extreem langzaam (ja, nog langzamer dan menigeen gewend is) en soms chaotisch gezongen. Zo langzaam dat elke vorm van ritme ontbrak. Zo is elke liedregel als een stoomtrein die langzaam op gang komt en aan het eind weer helemaal stilstaat. In een dergelijke situatie is het natuurlijk onmogelijk om als gemeente en organist tegelijk in te zetten. Als gemeenten langzamerhand ‘normaler’ gaan zingen, blijft de reflex om te wachten op de organist in stand. Dat is begrijpelijk: ik ben ook liever lui dan moe, en we doen toch allemaal graag met de rest van de groep mee?

De organist is een flexibele diersoort en heeft zich hier gewoon op aangepast. Veel organisten zetten nu te vroeg in, terwijl de gemeente te laat komt, met als gevolg dat ze beide niet meer op het juiste, natuurlijke moment inzetten. Zo ontstaat een vicieuze cirkel, die zowel door de organist als door kerkgangers lastig te doorbreken is. Behalve als de organist zich helemaal terugtrekt. Het blijkt vanzelfsprekend om met een grote groep mensen op natuurlijke wijze zonder begeleiding samen zo’n lied te zingen. Iedereen haalt dan vanzelf tegelijk adem en zet tegelijk weer in. Dat moet dan toch ook kunnen als er begeleiding is?

Navolging: in het Evangelie blijkt het de bedoeling om alleen Jezus na te volgen. Organisten zijn niet navolgenswaardig: zij begeleiden slechts. Probeer eens om in de kerk samen met de organist in te zetten. Misschien kan dat bij uw organist niet en krijgt u ademnood. Maar als alle lezers van deze krant mijn advies navolgen, zal psalmzingen opeens een stuk mooier blijken.