Column: Liturgische diversiteit en eenheid

beeld RD, Anton Dommerholt

De dieren in het bos kwamen elke week bij elkaar om hun eredienst te houden. Omdat de open plek bij het huis van de mier te krap was, verdeelden ze zich steeds in twee groepen. De tweede groep kwam samen op de heuvel waaronder het konijn woonde.

Het konijn zelf ging steeds naar de andere kant van het bos, om de dienst op het mierenveld bij te wonen: zijn voorouders waren daar immers ook altijd al naartoe gegaan. De familie mier daarentegen ging elke week helemaal naar de konijnenheuvel, omdat de zon daar niet zo fel scheen. De meeste dieren maakte het niet zo veel uit. De vlinder liet zijn keuze afhangen van de windrichting. De olifant ging meestal naar de konijnenheuvel, behalve als het stokstaartje daar preekte.

Natuurlijk waren er meer alternatieven. De schildpad vond beide plekken te ver en hield zelf diensten, samen met de krekel, die niet meer bij de groep wilde horen vanwege ruzie met de mier, en de vos, die vond dat het stokstaartje dwaalleer verkondigde. De wolf sliep liever uit en bleef altijd thuis. Toch bleven de meeste dieren min of meer één groep vormen.

Op een dag vroeg de reiger zich af waarom het zingen altijd begeleid moest worden door de nachtegaal. De haas kwam regelmatig in een ander bos en ontdekte daar veel leukere liedjes. Het luipaard vond dat de diensten veel te lang duurden en dat het tempo omhoog moest, zeker nu de schildpad toch niet meer kwam. Deze ideeën stuitten op weerstand bij de geit, die het liefste alles bij het oude hield, en de eekhoorn, die op zich niet tegen verandering was, maar de ideeën van de meeste dieren verslechteringen vond.

Toen de dieren met z’n allen bij elkaar gingen zitten, stelde de eend het compromis voor om op de twee plekken waar ze samenkwamen verschillende liturgieën in te voeren. Zo konden alle dieren op zondag naar de plek gaan waar ze zich het prettigst voelden. De meeste dieren vonden dit een goed idee, maar de praktijk bleek anders. De dieren vielen steeds meer uit elkaar in twee groepen, die elkaar niet meer zagen. Bovendien keerde de vrede niet terug, want nu de dieren geleerd hadden dat er telkens weer een liturgie denkbaar was die nog beter aansloot bij hun eigen beleving, wilde elk dier steeds weer wat anders.

De moraal van het verhaal? Veel protestanten vinden dat er best variatie in liturgie mag zijn, zolang de boodschap maar hetzelfde blijft. Liturgische verscheidenheid is immers sowieso een feit. Toch lijkt liturgische eenheid (in ieder geval binnen een gemeente) mij iets wat het waard is om na te streven. Diversiteit in liturgie moedigt namelijk aan dat iedereen opzoekt wat bij zijn of haar beleving past en bedreigt zo de eenheid.