Column: Leren leven met het lied

beeld RD

Schitterend hoe de 83-jarige Jaap van Heijst vorige maand in RD Magazine vertelde over zijn jeugd.

Hoe hij tijdens de oorlog in Vlaardingen vaak bij zijn grootouders logeerde. Hoe hij van oma een exemplaar van de gloednieuwe hervormde zangbundel kreeg. Hoe hij op de bewaarschool aan de hand van dat liedboek mocht leren lezen en tellen. En hoe het niet bij lezen en tellen bleef: iedere avond na de maaltijd zongen opa en oma steevast een uur. De bejaarde Van Heijst spreekt er met warme woorden over. De liederen werden zijn „geestelijk eigendom” en de zanguren werden „van eeuwige waarde.”

2020-05-09-rdMAG6-vanheijst5-6-FC_webJaap van Heijst: synodelid van beroep en motiekampioen

Wat een prachtig voorbeeld van hoe dat een kleine tachtig jaar geleden ging. Ik zie het voor me: een jochie, apetrots, met het geschenk van oma op schoot. Bladerend door het bijzondere boekje – zwarte kaft, rood op snee. Eerst alle 150 psalmen in de oude berijming (Psalm 146 vers 3 heeft daarin een bijzonder plekje omdat opa Jakob dat altijd opgeeft). Dan de twaalf ”Eenige Gezangen”. En vervolgens een keur aan liederen uit de schat van de kerk der eeuwen. Al tellend en lezend komt de jongen ze tegen: ”Hoe zal ik U ontvangen” (nummer 1), ”Jezus, leven van mijn leven” (49), ”Dankt, dankt nu allen God” (135), ”Beveel gerust uw wegen” (180), ”Nooit kan ’t geloof te veel verwachten” (244), ”’k Wil U, o God, mijn dank betalen” (280). En aan het eind een bedelied van Rhijnvis Feith: ”Zie ons ootmoedig tot U naad’ren” (306).

Gaandeweg blijven de nummers en woorden haken in het hoofd van de kleine Jaap. „Nummer 174”, roept hij, als hij ’s avonds aan de beurt is om de volgende op te geven. En ze zingen het lied van Toplady: ”Vaste rots van mijn behoud”. De woorden die zich vastzetten in zijn hoofd dalen af naar zijn hart; woorden worden werkelijkheden. Als Japie het moeilijk heeft vanwege de oorlogsdreiging, welt de tekst van gezang 179 zomaar omhoog: ”Rust mijn ziel, uw God is Koning”. En als hij ’s avonds in bed niet kan slapen vanwege de bommenwerpers, schiet lied 282 vers 4 hem plotseling te binnen: ”Geen vijand vrees ik, als Gij bij mij zijt”. Ze bieden het jochie troost en houvast.

Romantisch beeld uit vervlogen tijden? Ondenkbaar in een tijd van digibord, beamer en smartphone? Volgens mij kan het nog steeds: (groot)ouders die hun (klein)kinderen dit liedleven leren. Gewoon al vroeg een psalm- of liedboek cadeau doen –dan hebben ze iets fysieks om te koesteren– en van jongs af aan gaan zingen. Opdat waar wordt waarmee Jaaps liedboek besluit: „zo word’ door voor- en nageslacht/ uw naam de glorie toegebracht!”