Column: Heiligdom of huiskamer

beeld RD, Anton Dommerholt

Een kerkdienst is net een muziekstuk. Alleen: er is geen partituur. Een improvisatie is het ook niet: de uitvoerenden weten precies wat er van hen verwacht wordt. Bijvoorbeeld: tijdens een gebed of een preek is het stil en de sfeer wat gespannen (of juist lui en ingezakt). Als er ”amen” klinkt, begint iedereen als op commando te kuchen, te verzitten en te ritselen. Aan het eind van een dienst voel je de energie toenemen voordat iedereen weer naar huis mag: halverwege het slotlied verdwijnen de boekjes al in de tassen.

Al dit soort gewoontes is heel sfeerbepalend voor de liturgie, ik denk nog meer dan wisselende elementen zoals orgelspel, een preek of een lezing. Er zijn dan ook grote verschillen tussen kerken. In het algemeen kun je liturgieën van verschillende kerken goed typeren door te kijken of de kerk meer als een tempel of meer als een huiskamer gebruikt wordt.

Neem bijvoorbeeld gemeente 1. In deze gemeente is er wel wat geritsel en geschuif, maar de aanwezigen proberen het tot een minimum te beperken. Al voordat de dienst begint heerst er een wat gespannen stilte. Een kerkdienst is tenslotte een serieuze zaak en eerbied is het ideaal wat gedrag en houding betreft. De muziek is niet erg afwisselend omdat de gemeente weinig tolereert wat afwijkt van de bekende sfeer.

In gemeente 2 gaat het er heel anders aan toe: men vindt de sfeer van gemeente 1 helemaal niks. Hier bespreekt men op luide toon hoe het ook alweer zit met Jan van Piet van Klaas, en kinderen rennen enthousiast heen en weer. Ook tijdens een collecte of tijdens een iets langer voorspel van de organist is het bijzonder gezellig, zolang de organist maar niet te hard speelt. Meeleven met elkaar en gezellig koffiedrinken zijn essentieel voor een kerkdienst. Dit alles valt onder de merkwaardige noemer ”gemeente-zijn”: alsof dat niet een gegeven is, maar iets wat je kunt doen of nastreven.

Beide situaties kunnen erg vervelend zijn voor een buitenstaander: in gemeente 1 kun je je voelen alsof je krampachtig aan een vreemde sociale code moet voldoen, en in gemeente 2 kun je je voelen alsof je op een feestje bent waar je niemand kent en de mensen veel te hard praten.

Ik zou zeggen: zoek naar de gulden middenweg. Het liefst zou ik in een kerkdienst komen waar de sfeer ontspannen is. Er heerst een rustige en wat meditatieve sfeer, men groet elkaar vriendelijk. Er is ruimte om een paar woorden te wisselen, of juist om wat anoniemer te blijven. De organist speelt een mooi muziekstuk waar ik naar kan luisteren. Ik kan ook simpelweg even tot rust komen voordat de dienst begint. Kortom: een heiligdom én de plek voor Gods gezin.