Column: Eerherstel voor de voorzanger

beeld RD, Anton Dommerholt

In een hervormde gemeente in het westen van het land liet het orgel het onlangs tijdens de dienst ineens afweten. Plotsklaps deed het instrument niets meer. Tot grote schrik van de organist, neem ik aan. Hoewel, het was al eens eerder gebeurd, begreep ik. Niettemin, hilariteit natuurlijk. Gelukkig zat beneden in de kerk een andere organist die ook dirigent is. Deze nam de leiding van de zang over. En dat ging naar verluidt prima.

Iedereen weet dat a-capellazingen meestal probleemloos verloopt; mits er maar iemand is die de juiste begintoon kan aangeven en mits het maar geen onbekende psalm of nieuw lied betreft. Sterker nog, in sommige gevallen is de onbegeleide zang zelfs te verkiezen boven samenzang met begeleiding van een orgel. Wat kan een organist de gemeentezang ophouden en tegenwerken... En wat gaat het onbegeleide zingen eigenlijk soepel. Bij a-capellazang hoeft er in ieder geval niemand ingevlogen te worden om de gemeente te leren in cadans te zingen.

Dat roept de vraag op waarom we het orgel niet gewoon afschaffen en weer onder leiding van een voorzanger gaan zingen. Net als vroeger, toen het orgel niet mee mócht doen. Dat is echter weer net iets te snel geredeneerd. Immers, de geluiden uit de periode dat de voorzanger nog de hoofdrol vervulde bij de gemeentezang, liegen er niet om. De Amsterdamse predikant Henricus Geldorpius bijvoorbeeld stelt in 1644 dat het zingen doorgaans „loom, lam, slepende” gaat, „gelijk een schip in een rivier tegen den stroom wort opgetrokken.” En Jacobus Koelman signaleert in 1678 dat het zingen in de kerk „zeer vleeschlijk” gebeurt, „zo dat het in Godts ooren niet anders is, dan een gehuyl van Beeren, en Wolven (...).”

De reden dat het er in de 17e eeuw bij de gemeentezang vaak zó erbarmelijk aan toeging dat de roep om begeleiding door het orgel steeds luider klonk, was dat de gemeente de meeste melodieën niet kende. De schoolmeester –vaak tevens voorzanger– had niet voor niets de taak om met zijn klas doordeweeks te oefenen, zodat de kinderen zondags het voortouw konden nemen. Dat was het ideaal. In de praktijk zong de gemeente echter vaak lettergreep na lettergreep achter de voorzanger aan. Een van de redenen waarom het aannemelijk is dat er eigenlijk nooit ritmisch gezongen is, al stonden de melodieën altijd wél ritmisch in de psalmboeken.

Anno 2018 is de situatie natuurlijk veel rooskleuriger. De meeste gemeenten kunnen moeiteloos een groot deel van het psalmboek zingen. Dat biedt perspectief voor het eerherstel van de voorzanger. Leer de gemeente alle psalmen zingen en je kunt het orgel afschaffen. Dat zal tegelijk alle orgelhaters die op ledenvergaderingen rood aanlopen over de prijs van het nieuwe orgel, als muziek in de oren klinken.