Column: Doch zingen wij vooraf Psalm 136, alle verzen

beeld RD, Anton Dommerholt

Een van de verworvenheden van de Reformatie is ons psalmboek: alle 150 psalmen, berijmd in onze eigen taal, te zingen op melodieën die de eeuwen verduurd hebben. We kunnen er niet zuinig genoeg op zijn.

Toch zitten er ten minste twee schaduwzijden aan deze psalmberijmingentraditie. De eerste betreft het ‘versjeszingen’. Dat heeft niet zozeer te maken met wat mannen als Calvijn, Marot en Beza in de 16e eeuw met hun psalter bedoelden. Zij dachten in principe in héle psalmen. Alleen lange psalmen als 68, 78 en 119 werden uit praktische overwegingen in stukjes geknipt. Maar verder klonken hele psalmen, zo’n dertig strofen per dienst, in een halfjaar tijd het totale psalmboek.

Maar dan wat wij ervan gemaakt hebben. „We zingen Psalm 81 vers 9, 11 en 13.” Alsof het niet één lang citaat is. „We zingen Psalm 22 het laatste zangversje: „Zij komen aan...”” Alsof die ”zij” niet alleen vanuit vers 15 duidelijk worden. Of Psalm 63 vers 3: „Dan zou ik, voor Uw Godd’lijk oog”: niet te zingen zonder het voorafgaande couplet. Nog erger: Psalm 138 vers 3a en 2b. Want ja, het is toch jammer dat de dichter switcht van ”in God verblijd” naar de ”trotse zielen”. Op deze manier raken we wel erg ver weg van de dynamiek van de oorspronkelijke psalmen.

Tweede schaduwzijde: de interpretatie die in de berijming wordt gegeven. Psalm 77 is een berucht voorbeeld. Wie goed naar de onberijmde tekst kijkt, ziet dat de klacht van de psalmist doorgaat tot in vers 11: „Dit krenkt mij; de rechterhand des Allerhoogsten verandert.” En dan de wending: „Ik zal de daden des Heeren gedenken.” Maar wat zingen wij in vers 6: „Maar God zal verand’ring geven;/ D’ Allerhoogste maakt het goed;/ Na het zure geeft Hij ’t zoet.” De organist gaat in de tweede helft vol op het orgel, de gemeente zingt uit alle macht. Maar de betekenis van de oorspronkelijke psalm is helaas een andere...

We kunnen zeggen wat we willen van een project als ”Psalmen voor Nu”. Maar op ten minste één punt hebben die vertolkingen een voorsprong: er worden complete psalmen gezongen. Wie heeft ooit Psalm 104 in z’n geheel gezongen? Bij ”Psalmen voor Nu” komt-ie helemaal voorbij; zo’n tekst gaat ineens leven. Of neem Psalm 136. Prachtig lied. Een verhaal over Gods grootheid in schepping, uittocht en intocht. Met 26 keer dat machtige refrein: „Want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.” Zo’n psalm kun je natuurlijk niet opknippen. Hij moet in z’n geheel klinken, liefst in beurtzang, zoals oorspronkelijk bedoeld.

Ik weet wat de praktische bezwaren zijn tegen het zingen van hele psalmen. Maar elke verandering begint klein. Bij de predikant die héél Psalm 100 of 121 opgeeft, en bij Psalm 81 de Bijbeltekst erbij pakt. Een mens moet durven dromen in dit Reformatiejaar.