Column: De keuze is reuze

Zingen wordt in de hele christelijke kerk gedaan, maar wát we zingen verschilt nogal. Ook in Nederland: sinds in 1807 de eerste officiële kerkelijke gezangbundel verscheen, volgen officiële en minder officiële bundels elkaar in een steeds hoger tempo op. In het Nederlands Dagblad verscheen recent zelfs een beslisboom voor wie door de bomen het bos niet meer ziet. Wie durft nog een liedbundel uit te geven?

Zoals bij veel dingen is goede marketing de sleutel tot succes. Dat begint al bij de naamgeving. Voor namen van liedboeken geldt immers hetzelfde als voor namen van kerkgenootschappen: ze lijken op elkaar, zeggen weinig over de inhoud, en zijn verwarrend voor een buitenstaander.

Het simpelst is om het aantal liederen als titel te gebruiken. Zo publiceerde het kerkgenootschap dat zelf wel met een artikelnummer wordt aangeduid eens ”Negentig Gezangen”. Andere bundels zijn genoemd naar het beoogde effect (”Opwekking”), naar de bestemming van het zingen (”Hemelhoog”), of weerspiegelen een theologische opvatting van de auteurs (”Weerklank”). Als de alliteratie die je bedacht net niet mooi uitkomt, haal je gewoon een stukje woord weg (”Zangen van Zoeken en Zien”).

Pas wel op: soms staat de inhoud op gespannen voet met de titel. Zo is in de nieuwste editie van ”Op Toonhoogte” de toonhoogte van sommige liederen verlaagd. Titels als ”Psalmen voor Nu” en ”De Nieuwe Psalmberijming” vragen erom na verloop van tijd niet meer bruikbaar te zijn. Een mogelijke complicatie: veel mensen willen helemaal niets nieuws, maar houden het graag bij het vertrouwde. In die categorie valt de heruitgave van de hervormde bundel van 1938. Daarbij heeft de sobere maar stijlvolle vormgeving plaatsgemaakt voor een enigszins truttige bloemetjeskaft. Blijkbaar heeft deze (voor zijn tijd vooruitstrevende) bundel tegenwoordig meer een nostalgische waarde. Het wordt nog ingewikkelder. Wie een nieuwe bundel uitbrengt, wil zich onderscheiden, maar het resultaat neigt toch vaak naar eenheidsworst: aan het design van een bundel als ”Weerklank” is overduidelijk te zien dat die uit dezelfde tijd stamt als het Liedboek van 2013.

Echter: wie rondom een instituut als de kerk (dat van nature conservatief is) met z’n tijd mee wil gaan, zal altijd achter de feiten blijven aanlopen. De tijd van de papieren bundels is immers al voorbij.

Hoe dan ook, er zijn er vast die tussentijds nog een bundel met zangen uitgeven, hemelhoge verkoopcijfers en weerklank bij hun doelgroep zoeken en (misschien) zien.

Diederik Blankesteijn (Nijkerk) studeert orgel aan het conservatorium van Amsterdam en theologie aan de VU/PThU. Hij neemt als muziekcolumnist de plaats in van Hester van der Male.