Column: Applaus: waarom niet?

beeld RD, Henk Visscher

Na het concert barst het applaus los. De organist verschijnt bezweet op het orgelbalkon en neemt het geklap met stijlvolle buigingen in ontvangst. Hij verdwijnt weer achter de pijpen en zet een goede toegift in. Nogmaals gevolgd door daverend applaus.

In de reformatorische gezindte applaudisseren we zelden of nooit. We vinden het mensenverering. God dient de eer te krijgen. Toch is het niet nodig om je een vreemdeling te voelen bij een concert waar aan het slot wordt geklapt. Applaus is het geven en krijgen van complimenten. Niets anders dan positieve feedback van het publiek. Hoe groter de collectieve waardering van het gebodene, des te langer het applaus. Soms wordt het helaas te gek.

De kunstenaar mag de bedankjes in ontvangst nemen met een sierlijke buiging en soms een handgebaar. Al buigend stelt hij zich nederig en bescheiden op. Want buigen doe je voor mensen die je hoogacht. Wat is er dan mis met applaus? Waardering uitspreken en nederig zijn, dat hoort bij goede waarden en normen.

Soms is het achterwege laten van applaus beter, gezien de inhoud van de teksten en de sfeer van het werk. Om de luisteraar de inhoud van een passieconcert mee naar huis te laten nemen, kan het concert het beste in stilte eindigen. De bloemen voor dirigent en solisten moeten dan, voorzien van een hartelijk bedankje, maar onder vier ogen worden overhandigd. De verantwoordelijkheid voor het slot van een concert ligt primair bij de uitvoerenden.

Het ”Hallelujah” van Händel als toegift is alleen maar een entertainmentstuk: de handen moeten nog eens goed op elkaar. De zoveelste daverende toccata tijdens een zangavond of concert is ook niets anders dan het bewijs willen leveren dat je toch echt goed bent. Muziek maken voor het grootst mogelijke effect verlaagt de kunst tot suikergoed voor het publiek.

Genieten van kunst en muziek betekent genieten van de gaven die God aan mensen heeft gegeven. Daarom moet ook de kunstenaar verantwoord omgaan met applaus of met uitgesproken waardering. En niet alleen in de kunst. De omgang met succes is voor iedereen even moeilijk. We zoeken allemaal naar ons grote Babel dat wij hebben gebouwd.

De kunstenaar heeft tijdens een concert veel gegeven en mag een applaus daarom zonder gewetenswroeging in ontvangst nemen. Het maakt voor hem de cirkel van geven en ontvangen compleet. In een concertante setting is dat niet misplaatst. En aan het eind van een zangavond? Daar is een dankgebed gebruikelijk. We klappen makkelijker in het kerkgebouw van een gemeente die we ‘lichter’ achten... Na het concert én na de zangavond past een nederige buiging van de musicus: op de knieën voor God.