Castello Consort laat orgelmakerij Reil Italiaans orgel bouwen

Tekening van het Italiaanse orgel dat de firma Reil gaat bouwen. Het is de bedoeling dat het instrument uitbundiger versierd wordt en dat de luiken in 17e-eeuwse stijl worden beschilderd. beeld Castello Consort
5

Kamermuziek van rond 1600 klinkt het beste als je die uitvoert met een groot kerkorgel, vinden de musici van het Castello Consort uit Den Haag. Liefst een instrument naar Italiaans model. Maar waar vind je die? Het ensemble laat nu zelf een nieuw orgel bouwen.

Het Castello Consort ontstond vijf jaar geleden, vertelt trombonist Matthijs van der Moolen. De musici ontmoetten elkaar op het conservatorium in Den Haag. Hun gezamenlijke passie voor vroege kamermuziek verbond hen.

Met name de trombone was aanleiding om een ensemble te starten, zegt Van der Moolen. „Vier eeuwen geleden speelde in kamermuziek de trombone een belangrijke rol, met name in muziek die in Italië ontstond. Denk aan een componist als Dario Castello. Het instrument was in die tijd gelijkwaardig aan een viool. In latere kamermuziek verdwijnt de trombone echter. Het repertoire van rond 1600 wordt tegenwoordig vrijwel niet meer uitgevoerd.”

Het Castello Consort –de vaste kern bestaat naast de trombonist uit een violist en een basviolist/gambist– specialiseerde zich juist in deze 16e- en 17e-eeuwse muziek. Maar, dit repertoire werd destijds uitgevoerd met een groot kerkorgel, ontdekten de musici. Van der Moolen: „Tegenwoordig wordt de muziek van Bach steeds vaker met kerkorgel uitgevoerd. Maar oude kamermuziek wordt meestal gecombineerd met een kistorgel. Dat is natuurlijk handig bedacht en praktisch vanwege het vervoer. Maar een kistorgel is een 20e-eeuwse uitvinding; de klank van gedekte registers heeft niks met oude muziek te maken.”

Als het Castello Consort uitvoeringen gaf bij een historisch kerkorgel was het verschil direct hoorbaar, zegt de trombonist. „We musiceerden bijvoorbeeld in de kerk van het Noord-Hollandse Oosthuizen, waar een 16e-eeuws orgel staat. Maar dat is toch wat te direct en te hard. Kwamen we echter in Italië, dan merkten we dat de historische orgels daar heel geschikt zijn om mee samen te spelen.” Met name de klank van de open, metalen pijpen van de Principale (Prestant) zorgen voor een warmte die andere orgels missen. Van der Moolen: „Zo’n orgel is zachter, zangerig. Heel geschikt om te combineren met zangstemmen en instrumenten.”

Doedelzak

Gaandeweg ontstond bij de musici van het Castello Consort de wens om zélf over zo’n orgel te beschikken. Ze gaven daarom orgelmaker Reil uit Heerde de opdracht een nieuw volwaardig orgel naar Italiaans concept te maken, dat ook nog eens makkelijk verplaatsbaar is. Kosten: ruim 100.000 euro. Dankzij diverse donaties is het geld inmiddels bijna binnen. Van der Moolen noemt met name het Gieskes-Strijbis Fonds, dat een belangrijke bijdrage aan het ambitieuze project leverde.

Het orgel, dat in oktober opgeleverd moet worden, heeft een aantal speciale dingen. Zo bestaat 95 procent van het pijpwerk uit open, metalen pijpen. Alleen de langste pijpen –voor de laagste tonen– zijn van hout. Naast de basisklank van de Principale 8’ zijn er zes andere stemmen (waaronder een Regali en een Voce Umana) én een speciaal register: de Zampogna. Van der Moolen: „Die klinkt maar op één toon. Een harde toon, vergelijkbaar met een doedelzak.”

Het orgel heeft een middentoonstemming, waarbij alle tertsen helemaal zuiver zijn. Nadeel daarvan is dat je niet in elke toonsoort kunt spelen, omdat een aantal toonsoorten vals klinkt. Voor het nieuwe orgel is daar iets op gevonden, iets wat in de 17e eeuw in Italië heel gebruikelijk was: een aantal zwarte toetsen is dubbel aangebracht. Zo hebben de gis en de as –normaal dezelfde toets– allebei een eigen zwarte toets, waarbij de as wat kleiner is en erboven uitsteekt. Van der Moolen: „In het begin lastig te bespelen, maar dat went snel. Je kunt er mooie dingen mee doen.”

Verder is het de bedoeling dat een orgeltrapper de balgen van het instrument bedient. Er komt wel een windmotor, voor bijvoorbeeld de repetities. Maar bij uitvoeringen moet er getrapt worden. Van der Moolen: „Dat levert een heel ander soort klank op. Veel rustiger. Een klank die echt ademt. Dat geeft juist bij 16e- en 17e-eeuwse muziek, die nog heel sterk vanuit vocale muziek is gedacht, een extra dimensie.”

Virtuoos

Uiteraard gaat het Castello Consort het nieuwe orgel zelf gebruiken. De musici willen echter dat ook anderen de gelegenheid krijgen het instrument in te zetten. Daarom hebben ze de Stichting 17e-eeuwse Muziekinstrumenten in het leven geroepen, die de verhuur gaat regelen.

Of er publiek is voor Italiaanse kamermuziek? Van der Moolen: „Als je een poster aanplakt met kamermuziek van een Italiaanse componist, trekt dat minder publiek dan wanneer het om Bach gaat. Veel mensen die naar onze concerten komen hebben deze muziek dan ook nog nooit gehoord. Maar ze vinden het vaak erg leuk. Deze muziek is heel virtuoos en biedt veel uitdaging aan blazers en strijkers. Daarbij is er veel ruimte voor experimenten. Dat maakt het heel interessant.”

Meer informatie: orgel.castelloconsort.com