Beiaardiers bieden troost in crisistijden

Boudewijn Zwart: „Mensen zingen soms mee aan de keukentafel.”  beeld Dirk-Jan Breunissen.
3

Beiaardiers werken in tegenstelling tot veel collega-musici in deze crisistijd gewoon door. Ver verheven boven het publiek strooien ze hun klanken uit over stad of dorp. „Dat doet mensen goed. Als het aan sommige luisteraars ligt, spelen beiaardiers de hele dag.”

„Bos bloemen onder aan de toren deed me goed”

Wie: Beiaardier, organist en pianist Boudewijn Zwart.

Stadsbeiaardier van: Amsterdam, Apeldoorn, Barneveld, Bergambacht, Dordrecht, Ede, Gouda, Nijkerk, Schoonhoven, IJsselstein, Wageningen en Zeewolde.

Aantal bespelingen: „Ik verzorg wekelijks achttien bespelingen.”

Mooi werk? „Ik heb het mooiste vak van de wereld. Elke dag verwonder ik mij er nog over dat ik mensen blij mag maken met het spelen van prachtige muziek.”

Druk? „Ik heb er een weektaak aan. Dagelijks studeer ik een uur. Gelukkig speel ik makkelijk van blad en heb ik een stuk vrij snel onder de knie. Anders zou ik nooit zo veel bespelingen in een week kunnen geven. Ik houd nog tijd over om orgel en piano te spelen.”

Het is crisis: „Ik moest onlangs denken aan ”Het carillon” van Ida Gerhardt. In dit gedicht uit het oorlogsjaar 1941 staan de regels: „Toen streek over de gelaten een luisteren, een vleug van licht.” Datzelfde gebeurt nu. Veel mensen hebben steun aan wat beiaardiers doen.”

Meer reacties? „Het is overweldigend. Normaal gesproken krijg ik wekelijks twee reacties. Nu zijn er dat minstens honderd. Ze gaan over de gespeelde muziek of het zijn verzoeken. De verzoeken zijn divers: Bach, Beethoven, de Psalmen 27, 84 en 121, ”Blijf bij mij, Heer”, ”Jezus Overwinnaar”, ”Ik zal er zijn” en ”Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder”. Ik weiger nauwelijks verzoeken, maar toen ik onlangs zocht naar informatie over de popgroep Rammstein, besloot ik geen lied van hen te spelen. Met heavy metal heb ik niets. En bovendien, met 56 ton aan klokkenbrons speel ik in Dordrecht al genoeg heavy metal.

Het valt mij op dat mensen nu de crisis langer duurt vaker om vrolijke nummers vragen. Ik laat iedereen weten wanneer zijn of haar verzoek wordt gespeeld. Dan weten mensen wanneer ze extra op moeten letten. „We zaten aan de keukentafel te luisteren en hebben ”I will survive” meegezongen”, mailde iemand. Reacties komen soms uit onverwachte hoek. In Dordrecht koos ik ”Een Dortenaar blijft altijd zingen”. Dat blijkt het clublied van de plaatselijke voetbalvereniging te zijn. „Normaal gesproken zit ik zaterdagmiddag in het stadion, maar tegenwoordig luister ik dan naar de beiaardier.” Ik bereik dankzij de crisis dus nieuw publiek.”

Lastig om passend repertoire te kiezen? „Ik houd al rekening met bijzondere dagen zoals Kerst, Koningsdag en Bevrijdingsdag, en met blijde en droevige gebeurtenissen. Na de MH17-ramp in 2014 liet ik ”Erbarme dich, mein Gott” uit Bachs Matthäus Passion horen. Dat werd breed gewaardeerd. Na de brexit speelde ik variaties over het Engelse volkslied. In deze crisistijd zal ik niet snel iets luchtigs als ”Hop Marjanneke, stroop in ’t kanneke” of ”Onder moeders paraplu” spelen. Op de automaat van de beiaard in de toren van de Amsterdamse Westerkerk heb ik op het hele uur Psalm 43 en op de halve uren ”Blijf bij mij, Heer” gezet. Dat leverde een stroom aan reacties op: „Prachtig dat we dit nog hebben” en: „Dit troost mij en biedt mij hoop.””

U bent nog gewoon aan het werk. „Ik wist wel dat beiaardmuziek het publiek niet onberoerd laat, maar ik vind het toch bijzonder nu te merken hoe dergelijke klanken hen met elkaar verbinden en hen steunen. De kaasboer die op de markt in Barneveld staat, vertelde dat ik wat sommige klanten betreft de hele dag kan blijven spelen. Pas vond ik onder aan de toren in Wageningen een bos bloemen met een kaartje met de tekst ”Bedankt voor de mooie liederen”. Geweldig toch?”

„Vandaag de dag zal geen politicus er over denken om een beiaardier de laan uit te sturen”, meent Janno den Engelsman. beeld Dirk Jan Gjeltema

„Ik ben minder uitbundig”

Wie: Beiaardier en organist Janno den Engelsman (47) uit Bergen op Zoom.

Stadsbeiaardier van: Bergen op Zoom, Middelburg en Zierikzee.

Aantal bespelingen: „Wekelijks speel ik drie kwartier op elke toren. In de wintermaanden tweewekelijks. En iedere maand een keer in Halsteren, een plaats die onder Bergen op Zoom valt.”

Mooi werk? „Het is prachtig werk, want klokken bezitten een fascinerende klank. Ik sta in een ruim 400 jaar oude traditie en speel op beiaarden die alle een eigen karakter hebben. Soms bekruipt me het gevoel dat ik anoniem bezig ben, maar het tegendeel blijkt waar. Hoe hoog je als beiaardier ook in een toren zit, er ontstaat altijd verbinding met het publiek beneden. Mensen pikken op wat je doet. Dat blijkt wel uit de reacties op mijn spel via Facebook en via de mail. Als beiaardier leg ik contacten met allerlei mensen en instanties. Dat maakt mijn werk ook boeiend.”

Druk? „Gemiddeld ben ik zo’n drie dagen per week kwijt aan het opzoeken van partituren van verzoeknummers, aan arrangeren, studeren van nieuw repertoire, reizen, spelen en public relations. De laatste weken ben ik nog drukker, omdat ik meer verzoeken krijg dan normaal.”

Het is crisis: „Ja, er hangt voor mijn gevoel een zekere dreiging in de lucht. Mijn rol is belangrijker dan gewoonlijk. Mensen moeten op de been zien te blijven en daar mag ik een bijdrage aan leveren.”

Meer reacties? „Normaal gesproken circa twintig per week, nu wekelijks minstens zestig. Het publiek luistert intenser en spreekt vaker zijn waardering uit. Torenmuziek werkt samenbindend en biedt troost. De variatie in de verzoeken die binnenkomen, is enorm: psalmen en geestelijke liederen, liedjes uit Disneyfilms en musicals, smartlappen, liedjes uit de Top 40. Zowel Psalm 91 en het lied ”Als g’ in nood gezeten” uit de bundel van Johannes de Heer als de popsong ”California Dreamin’” uit de jaren zestig komen voorbij. Het opzoeken en arrangeren van mij onbekende liedjes kost me meer tijd dat het instuderen van een Bachwerk. Vrijwel alle reacties op mijn spel zijn positief. Iemand liet kortgeleden weten een gespeeld verzoeknummer te hebben opgenomen. Dat stimuleert mij enorm. Een moeder vroeg mij de beiaardbespeling naar een ander tijdstip te verplaatsen vanwege het slaapje van haar kind. Het is een van de weinige verzoeken die ik niet kon honoreren.”

Lastig om passend repertoire te kiezen? „Ja, want er moet aandacht zijn voor het verdriet van nabestaanden van mensen die overleden zijn door het coronavirus of die nog ernstig ziek zijn. Tegelijkertijd is het goed anderen wat op te vrolijken. Bij dat laatste doe ik vanwege de coronacrisis niet al te uitbundig. Klassieke werken vind ik uitermate geschikt om te troosten. Bach, omdat zijn muziek zo’n diepte heeft, en bijvoorbeeld werk van de Engelsman Purcell. Maar mensen voelen zich ook gesteund als ik een popnummer laat horen. Sowieso houd ik rekening met de plek waar ik speel. In het protestantse Middelburg kies ik bijvoorbeeld vaker psalmen, terwijl ik in het rooms-katholieke Bergen op Zoom eerder Marialiederen laat klinken.”

U bent nog gewoon aan het werk: „Gelukkig hoef ik zoals veel collega’s niet met een livestream vanuit huis te werken. Het kan verkeren. Tijdens de crisis in 2008 dreigde ik als beiaardier wegbezuinigd te worden, omdat het subsidiëren van beiaardcultuur niet tot de kerntaak van een gemeente zou behoren. Dankzij veel protesten vanuit de bevolking kon ik op mijn post blijven. Vandaag de dag zal geen politicus erover denken om een beiaardier de laan uit te sturen. Het carillon wordt afgestofd. Zo vroegen ook gemeentebestuurders mij of ik wilde blijven spelen in deze crisistijd.”

Gijsbert Kok: „Mijn spel valt meer op, omdat er minder verkeer is.”  beeld RD

„Niet alle muziek hoeft bij de crisis te passen”

Wie: Beiaardier en organist Gijsbert Kok uit Bodegraven.

Stadsbeiaardier van: Den Haag en Scheveningen. Vaste bespeler van de beiaarden in Voorschoten en Zoetermeer.

Aantal bespelingen: „Ik speel drie keer per week in Den Haag, twee keer in Scheveningen, wekelijks in Voorschoten en maandelijks in Zoetermeer. Het betreft bespelingen van een uur.”

Mooi werk? „Ik maak graag muziek. Het blijft een uitdaging om elke bespeling te zorgen voor een gevarieerd programma. Ik speel tenslotte niet alleen voor de mussen.”

Druk? „Hoeveel tijd ik per week kwijt ben aan de beiaard valt moeilijk te zeggen. Sowieso ben ik altijd in gedachten met mijn werk bezig. Als ik iets nieuws hoor, vraag ik mij af of deze muziek geschikt is om te spelen op de beiaard.”

Het is crisis: „Ik merk dat meer mensen beter opletten. Mijn spel valt meer op, omdat er minder verkeer is.”

Meer reacties? „Ja en nee. Ik krijg nu wekelijks een kleine tien reacties, een verdubbeling ten opzichte van de tijd vóór de crisis. Niet alleen vaste luisteraars, maar ook mij onbekende mensen laten iets van zich horen. Ene Joost schreef op Facebook: „Het carillon is de enige livemuziek die ik momenteel kan horen. Ik kijk er elke keer ontzettend naar uit. Dat jullie keuze zo divers is, maakt het luisteren extra leuk.” Op welke muziek gereageerd wordt, valt niet te voorspellen. Op Psalm 91 kreeg ik geen enkele reactie. Verrassend genoeg op een compositie van de niet zo bekende Pachelbel wel. Het is maar net wie er in de buurt van de toren is tijdens een bespeling. De ”Marche funèbre” van Chopin maakte veel los. De een raakte het diep in positieve zin. Een ander vond het werk te heftig, omdat het een begrafenismars is. Verzoeken in Den Haag bereiken me niet meer van deelnemers aan de torenrondleidingen, want die zijn stilgelegd. Wel krijg ik nog altijd via mail, Facebook of via via vragen van onder anderen omwonenden, expats en nabestaanden van mensen die aan het coronavirus zijn overleden. Kortgeleden bereikte mij een opmerkelijk verzoek: „Omdat ik thuis moet werken, voer ik er nu lange telefoongesprekken. Door uw spel kan ik de ander vaak moeilijk verstaan. Kunt u de bespelingen daarom bekorten? Ik moest hem teleurstellen.”

Lastig om passend repertoire te kiezen? „Met name de eerste weken van de crisis speelde ik vaker een psalm of een geestelijk lied. Daarnaast koos ik ondere andere voor de variaties over het lied ”Ach wie nichtig, ach wie flüchtig” van Böhm. Verder laat ik lichte muziek klinken, die gaat over vriendschap en hoop, een smartlap als ”Aan het strand stil en verlaten” en ”We zullen doorgaan”, een lied dat vrijwel alle beiaardiers de afgelopen tijd onder hun handen hebben gehad.

Als je wekelijks drie uur op dezelfde plek speelt, zoals in Den Haag, en pas na een halfjaar een stuk mag herhalen, is het niet te realiseren om telkens veel aandacht aan de coronacrisis te besteden. Maar mensen hoeven in mijn optiek ook niet per se muziek te horen die hierbij aansluit. Het is minstens zo belangrijk dat er mooie stukken klinken. Sowieso probeer ik altijd op de actualiteit in te spelen. Dat kan het weer betreffen, het overlijden van een bekende persoon, het kerkelijk jaar of de opening van een tentoonstelling in het Mauritshuis. Dit zorgt voor accenten binnen een bespeling.”

U bent nog gewoon aan het werk: „„Jij boft maar”, hoor ik van collega’s. Terecht, je zult maar zzp’er zijn en je inkomen missen.”