Bätzorgel (1835) lutherse kerk Paramaribo gerestaureerd

Het Bätzorgel in de Maarten Lutherkerk in Paramaribo. beeld Hans Mudde
2

Het historische orgel van Jonathan Bätz (1835) in de Maarten Lutherkerk in Paramaribo wordt gerestaureerd. Pels en Van Leeuwen uit ’s-Hertogenbosch gaat de werkzaamheden uitvoeren.

Dat meldt ds. Hans Mudde uit Rijswijk, die nauw betrokken is bij de Evangelisch-Lutherse Kerk in Suriname en bij de restauratie van het Bätzorgel in Paramaribo. Hij stelt dat het instrument „directe familie” is van het orgel in de lutherse kerk in Utrecht, dat op naam staat van Johan Frederik Witte en uit 1880 stamt.

De kerkenraad van de Maarten Lutherkerk in Paramaribo besloot onlangs tot een grote onderhoudsbeurt c.q. restauratie van het eenklaviers Bätzorgel (11 stemmen, aangehangen pedaal), na onder andere een rapport dat orgeladviseur Aart Bergwerff drie jaar geleden opstelde. Vanuit Nederland zijn behalve Bergwerff ook organist Peter den Ouden (Huizen) en adviseur Rudi van Straten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bij de restauratie betrokken. Van Straten publiceerde in 2014 een Inventarisatie Klinkend Erfgoed Paramaribo.

In 1741 werd in Paramaribo een lutherse kerk gesticht. Zes jaar later nam de gemeente een kerkgebouw in gebruik: de Maarten Lutherkerk. Op 31 januari 1831 tekende de Nederlandse firma Bätz een contract voor de bouw van een nieuw orgel. De kerk in Paramaribo brandde in de nacht van 3 op 4 september 1832 echter volledig af. Bätz-compagnon Witte was inmiddels met het orgel op reis naar Suriname en moest in januari 1833 onverrichterzake terugkeren naar Nederland. Nadat de kerk was herbouwd werd het instrument alsnog opgebouwd. Op 3 mei 1835 werd het in gebruik genomen.

In 1930 werd de dispositie van het instrument gewijzigd en uitgebreid door de firma Sanders. In 1966 werd het orgel gerestaureerd door de firma Flentrop.