Arvo Pärt: muziek met een spiritueel karakter

Arvo Pärt. Beeld Frits Selie Frits Selie

Onlangs woonde ik de uitvaartdienst bij van iemand die mij zeer dierbaar was. Bij het binnendragen van de kist klonk ”Spiegel im Spiegel” van Arvo Pärt. Deze tekstloze muziek raakte mij. Mijn emoties kregen als het ware een bedding. Wat is het bijzondere van deze componist uit Estland, die eerder deze maand 80 jaar werd?

Arvo Pärt wordt op 11 september 1935 geboren in Paide, een plaatsje op ongeveer 35 km afstand van Tallinn, de hoofdstad van Estland. Hij krijgt al op zijn zevende muzieklessen. Vanaf 1957 studeert hij aan het hoofdstedelijk conservatorium compositie.

Aanvankelijk werkt hij bij de omroep, maar intussen componeert hij verschillende werken die ook uitgevoerd worden. Vanuit de Sovjet-Unie krijgt hij echter zware kritiek omdat zijn muziek stoelt op de twaalftoonsmuziek van Arnold Schönberg. Ook laat hij zich beïnvloeden door Prokofjev en Sjostakovitsj, die in het Kremlin ook al geen beste naam hebben.

Crisis

Pärt komt door al deze tegenwerking terecht in een emotionele crisis, en gedurende tien jaar zwijgt hij als componist. In deze tijd treedt hij toe tot de Russisch-Orthodoxe Kerk. Hij verdiept zich in het gregoriaans en de (kerk)muziek uit de renaissance, met als gevolg dat hij een volledig nieuwe stijl ontwikkelt, door hem ”tintinnabuli” (klokken) genoemd.

Zijn eerste werk in deze stijl is ”Für Alina” voor piano, en daarin is precies te horen wat Pärt onder dit begrip verstaat. ”Für Alina” bestaat uit niet meer dan korte reeksen van twee, drie of vier akkoorden, die ijl in de ruimte lijken te zweven. Hoewel, het woord ruimte zal Pärt niet gebruiken, eerder ”stilte”. Zelf zegt hij daarover: „Stilte is als een vruchtbaar stuk grond dat wacht op onze creatieve daad, het zaad.” Maar stilte roept ook ontzag op, aldus Pärt. Wat dat laatste betreft, zou hij weleens gelijk kunnen hebben, gezien de moeite die veel mensen van nu met stilte hebben.

Zijn carrière gaat nu snel. Een breed publiek draagt hem op handen en dat roept natuurlijk vraagtekens op. De muziekwereld reageert nog steeds verdeeld op de wat esoterisch aandoende Pärtcultus. Sommigen vinden zijn muziek simpel, op het primitieve af, gemaniëreerd of traag. Pärt stelt echter hoge eisen aan de klank. Eén toon kan al muziek zijn, vindt hij, maar dan moet die toon wel schoon zijn en dat maakt het uitvoeren van zijn muziek lastig.

Vooral in Engeland heeft hij veel fans, dankzij het beroemde Hilliard Ensemble, dat zich zeer voor zijn muziek heeft ingezet. De opname dat het ensemble van Pärts ”Passio” (Johannespassie) maakte, is nog altijd onovertroffen.

Popartiesten

Maar niet alleen bij liefhebbers van klassieke muziek staat Pärt hoog genoteerd, ook popfans en zelfs popartiesten als REM-zanger Michael Stipe en de IJslandse zangeres Björk horen tot zijn bewonderaars. De oorzaak van Pärts populariteit ligt wat ingewikkelder dan de muziek doet vermoeden.

Het heeft allereerst te maken met de muzikale achtergrond. Pärt componeert absoluut tonaal, dus in een bepaalde toonsoort. Dat deden Stravinsky en Bartók overigens ook. Alleen schuurt Pärt vaak dicht aan tegen de middeleeuwse toonreeksen die wij uit onze psalmmelodieën kennen: dorisch, phrygisch, enzovoorts. Daarbij hanteert hij vaak een vrije, recitatief-achtige stijl die doet denken aan het gregoriaans.

En ja, dan raak je aan de wortels van de westerse muziek, vooral wanneer je niet provoceert met scherpe dissonanten of schokkende ritmes. Stukken als ”Wohlfahrslied”, ”Orient & Occident” en ”Fratres” liggen ondanks hun soms stevige samenklanken toch aangenaam in het gehoor. Doordat Pärts muziek bijna altijd een minimalistisch patroon volgt (zie kader), nestelt een muzikale gedachte zich snel in het gehoor.

De vorm waarin hij zijn composities giet, is bij Pärt soms heel eenvoudig. In ”Orient & Occident” (Oost & West) horen we beurtelings enkele vierstemmige akkoorden gevolgd door eenstemmige, soms eentonige frases, waarmee hij de complexe westerse cultuur aangeeft, tegenover die in het oosten. Door de ruimtelijke klank van het strijkorkest en het verrassende gebruik van rusten en dynamische verschillen krijgt de muziek iets dwingends.

Tijd en eeuwigheid

Een belangrijke factor bij de ontwikkeling van Pärts stijl is ongetwijfeld zijn bekering tot het christelijk geloof geweest. Niet dat hij daardoor zijn muziek een evangelische boodschap meegeeft. Het gebeuren heeft echter wel zijn denken over tijd en eeuwigheid gestuurd. Citaat uit een interview: „Voor ons is ”tijd” de tijd van ons leven. Het is tijdelijk. Tijdloos is de tijd van het eeuwige leven. Dat is eeuwig. Dit zijn weliswaar hoge woorden, die zijn als de zon waarnaar we niet direct kunnen kijken, maar mijn intuïtie zegt mij dat de menselijke ziel met beide verbonden is – tijd en eeuwigheid.”

Pärt weigert zich een mysticus te laten noemen. Maar zijn muziek heeft onmiskenbaar een spiritueel karakter en wil mensen inspireren. Tot wat? Daarover laat hij zich niet uit. Pärt noemt zich echter wel christen en ook schreef hij een respectabel aantal stukken voor kerkelijk gebruik of op christelijke teksten, zoals de Psalmen 51, 130 en 137, het Te Deum en het Magnificat (Lofzang van Maria).

Spiritualiteit moet in dit verband gezien worden als „een geleefde, gezongen vorm, een lied dat je vormt, dat je met je meedraagt” (Prosper van Aquitanië). Ik denk dat we Pärts geestelijke input in zijn muziek zo moeten interpreteren. Hij staat niet een bepaalde godsdienstige richting voor, maar ziet zich wel als een vertegenwoordiger van de westerse (christelijke) muziekcultuur.


Minimalisme

De zogenaamde ”minimal music” ontstond in de jaren 70 van de vorige eeuw en had als voornaamste kenmerken: herhaling (vaak van korte muzikale frases, met subtiele variaties gedurende een lange tijd) of stilstand (vaak in de vorm van lang aangehouden tonen), met daarbij een accent op consonante samenklanken en een vast tempo.


Nederlands Kamerkoor

In Nederland zet onder andere het Nederlands Kamerkoor zich in voor de uitvoering van de koormuziek van Arvo Pärt. In 2012 maakte het koor onder leiding van chef-dirigent Risto Joost een cd die helemaal aan Pärt is gewijd, met als hoogtepunt het Te Deum voor drie koren, piano, strijkorkest en tape.

Ter gelegenheid van de 80e verjaardag van de Estse componist brengt het Nederlands Kamerkoor van 30 september tot en met 8 november het programma ”Happy Birthday, Arvo Pärt”, met uitvoeringen in Amsterdam, Zwolle, Utrecht, Tilburg, Den Haag, Den Bosch en Groningen. Dirigent is de Est Tõnu Kaljuste, die van 1998 tot 2000 chef-dirigent van het Nederlands Kamerkoor was.

Meer informatie: www.nederlandskamerkoor.nl