Arjan Versluis geniet van ‘zijn’ orgel in Gorinchem

Arjan Versluis begint op 1 maart als organist van de Grote Kerk in Gorinchem. „De positieve reacties van veel gemeenteleden na invalbeurten in de afgelopen maanden deden mij goed." beeld Cees van der Wal​
2

De brede glimlach die regelmatig op het gezicht van Arjan Versluis verschijnt, spreekt boekdelen. Hij is dankbaar en blij met zijn benoeming tot hoofdorganist van de Grote Kerk in Gorinchem. „Ik hoop dat kerkgangers door mijn spel dichter bij God komen.”

Een grote broek wil Arjan Versluis (40) niet aantrekken: „Op zondag ben ik maar een schakel in het grote geheel.”

video1

Volgens de speelman bestond er veel belangstelling voor de post in Gorinchem. Een deel van de sollicitanten werd uitgenodigd voor proefspel voor een jury, die uit Gerrit Christiaan de Gier, Jan Hage en Bas de Vroome bestond. Daarna speelden enkelen een kerkdienst op het drieklaviers Bätz/Witteorgel uit 1853, dat veel pijpwerk uit het eerdere orgel uit 1761 bevat. Uiteindelijk hadden twee kandidaten een gesprek met een commissie van de gemeente, waarna de keus op Versluis viel. Op 1 maart start hij.

video2

Waarom solliciteerde u?

„Na het overlijden van Jan Bonefaas in 2004 werd in 2009 Gerben Budding benoemd. Ik heb toen niet gesolliciteerd. Na het vertrek van Gerben naar de Goudse Sint-Jan vorig jaar zijn in Gorinchem veel organisten ingevallen. Ook ik kreeg het verzoek om enkele diensten te spelen. De eerste keer, op zondag 7 oktober, deed mij veel. Ik genoot van het orgel en de goed zingende gemeente.

Tijdens het koffiedrinken na de dienst stapten veel gemeenteleden op mij af. Ze zeiden dat ze hadden genoten van het expressieve orgelspel en van de diversiteit aan improvisatiestijlen. In de week erna kreeg ik mails met soortgelijke reacties. Sommige mensen vroegen mij te solliciteren. Ik heb weinig gesolliciteerd in mijn leven, omdat ik het als organist van de Grote Kerk in Sliedrecht goed naar mijn zin heb. Alleen in 2010 schreef ik op de vacature in de Sint-Maartenskerk in Zaltbommel. Toen is Hugo Bakker benoemd.”

Wat gaf nu de doorslag?

„De reacties van kerkgangers, het prachtige orgel, de mooie stadskerk én de prediking. Er zijn weinig gemeenten met een Gereformeerde Bondssignatuur waar je zo’n fraai historisch instrument tot je beschikking hebt.”

Op Facebook noemde u de procedure lang en intens.

„De sollicitatietermijn sloot op 15 november en pas op 24 januari mocht ik mijn benoeming wereldkundig maken. Het proefspel was een spannende aangelegenheid, ook omdat ik het toen druk had met het geven van concerten en een lezing. Sowieso zijn mijn dagen goed gevuld met lesgeven in mijn woonplaats Hardinxveld-Giessendam aan circa negentig orgel- en pianoleerlingen.

Tijdens het proefspel moest ik een stuk van Bach en een werk uit de Franse romantiek spelen. Ik heb gekozen voor Bachs ”Fuga sopra il Magnificat” BWV 733 en voor de poëzie van het ”Cantabile” van César Franck. De zwelkast kwam toen goed van pas.”

Er werd ook een improvisatie gevraagd?

„Ik moest een koraal met vier variaties over Psalm 75 improviseren en daarnaast meditatief orgelspel verzorgen over gezang 13b uit het Liedboek voor de kerken, ”D’Almachtige is mijn Herder en Geleide”.

Bij Psalm 75 koos ik voor acht variaties in 18e-eeuwse stijl. Afwisselend klonk de melodie in sopraan, alt, tenor en bas of koos ik voor een manualiter bewerking of een fuga. Ik heb geprobeerd het orgel in al zijn facetten te laten klinken. Bijvoorbeeld in een registratie met de Trombone 8’ als uitkomende stem in het pedaal, de Fagot 16’ in de linkerhand en de Dulciaan 8’ als begeleiding in de rechterhand. Of de Carillon III als sopraan, de Trompet 4’ van pedaal als alt en Dulciaan 8’ als tenor en bas in de linkerhand.

Er valt zóveel te kiezen. Ik ben na de hernieuwde kennismaking nog meer van dit instrument gaan houden. Dit orgel is een grote kleurdoos. Het klinkt briljant en fris in een preludium van Bach en fijnzinnig en verstild in romantisch repertoire. Van die poëzie heb ik dankbaar gebruikgemaakt bij de improvisatie over ”D’Almachtige is mijn Herder en Geleide”. Dit lied verklankt Psalm 23. In de uitbeelding van de rust en de stille wateren kwam ik uit bij een impressionistische klankschildering met af en toe een uitstapje naar de vroegmoderne klankwereld van Messiaen.”

Hoe gaat u uw functie invullen?

„Ik zit niet op de orgelbank om te laten horen hoe goed ik al dan niet ben, maar ik behoor zoals iedere christen volledig op God te zijn gericht. Tegelijkertijd streef ik naar kwaliteit. Ik wil dienend en creatief zijn ten aanzien van de tekst, de melodie en de gemeente. Ik hoop dat kerkgangers mede door mijn bijdrage aan de eredienst verder geleid worden op hun weg met de ontzagwekkende en genadige God. In de lofprijzing en in het kennen van Hem.

Voor en na de dienst zal ik vaak orgelliteratuur spelen, zoals een preludium van Böhm, koraalvoorspelen van Buxtehude of een sonate van Mendelssohn. Gelukkig zijn de kerkgangers in Gorinchem het nodige gewend. Toch wil ik ervoor waken dat het orgelspel over hun hoofden heengaat. Daarom wordt in de weekbrief opgenomen welke literatuur er in de dienst zal klinken.

Tijdens een invalbeurt in Gorinchem heb ik na de preek in impressionistische stijl geïmproviseerd over het bekende opwekkingslied ”Wees stil voor het aangezicht van God”. Je kon een speld horen vallen.”

U gaat alle diensten spelen?

„Ik ben aangesteld als organist van de Grote Kerk en speel er in principe alle diensten. Wekelijks maakt de Gereformeerde Bondsgemeente ’s morgens gebruik van de Grote Kerk en tijdens de winterperiode ook één keer per maand in de middag. Tijdens de zomer kerkt deze gemeente er twee keer per zondag.”

Soms zijn er ook andere diensten.

„Af en toe maakt ook het Open Pastoraat gebruik van de Grote Kerk. Als christen sta ik met een positieve welwillendheid tegenover andere stromingen en wil ik ook hen dienen. Al ben ik het niet met het soms vrijzinnige gedachtegoed eens. Tegelijkertijd waardeer ik de ethische kant, de aandacht voor het milieu en sociale gerechtigheid.”

Hoe gaat u het orgel promoten?

„Ik wil tijdens concerten een breed repertoire laten horen. Naast Noord-Duitse barokmuziek, onder andere werken van Franck en misschien eens een grote Regerfantasie. Dat laatste zal ik meestal overlaten aan collega’s die dit heel goed kunnen. Sowieso kost het instuderen van complexe partituren veel tijd door mijn progressieve oogziekte waarbij het hoornvlies wordt vervormd. Al kan ik de sinds enkele jaren dankzij speciale lenzen gelukkig beter lezen dan voorheen.

Jaarlijks zal ik ten minste één concert zelf verzorgen en daarnaast mogelijk markconcerten in de zomer organiseren. Verder hoop ik bij te dragen aan het opzetten van een concertserie.

Graag motiveer ik jongeren in de gemeente om zelf te musiceren, bijvoorbeeld door samen met hen een muzikaal moment te verzorgen tijdens het koffiedrinken na de kerkdienst. Ook het uitnodigen van schoolklassen of bewoners van een zorgcentrum is een optie.”