Minder over, meer met moslims spreken

Christelijke omgang met moslims
De Rotterdamse al-Nasr-moskee. Foto ANP ANP

Wie oprechte belangstelling toont voor moslims, komt tot verrassende ontdekkingen. Praat als christen daarom meer met moslims, dan over hen, stellen drs. R. J. A. Doornenbal en drs. J. Beukema.

Het is vrijdag 1 april. Een primeur in Nederland: een dertigtal christenen bezoekt het vrijdaggebed in de Rotterdamse al-Nasr-moskee. Het betreft studenten van de opleiding godsdienst pastoraal werk van Christelijke Hogeschool Ede. In deze voormalige hervormde Mathenesserkerk in Rotterdam Delfshaven gaat de bekende imam El-Moumni voor.

Na een uitleg van de voorzitter over de keuze om voor het eerst een groep niet-moslims te ontvangen bij het vrijdaggebed en vervolgens een aansporing tot gastvrijheid van de imam zelf, zijn ook de kritische gelovigen het ermee eens: wij moeten deze bezoekers gastvrij ontvangen.

Dicht opeengepakt luisteren vervolgens ruim 2000 moslims naar zijn even krachtig als plastisch voorgedragen schilderingen van hel en hemel. Toegang tot het domein der genietingen verkrijgen zij die zich houden aan de voorschriften van Allah, zoals trouw en vergevingsgezindheid in je huwelijksrelatie.

Na afloop van deze islamitische evenknie van een zondagse kerkdienst lopen tientallen gelovigen naar ons toe. Breed lachend schudden ze onze handen, een enkeling breidt zijn armen uit ter spontane omhelzing. Ook de imam knoopt een praatje aan, met een schare devote volgelingen om hem heen. De dames onder ons -allen met hoofddoek- loopt El-Moumni overigens straal voorbij. We krijgen uitnodigingen om thee te blijven drinken, of bij iemand thuis couscous te eten.

Grot
Eerder tijdens deze week waren we niet minder hartelijk ontvangen door (onder meer) Turkse moslims in de Mevlana-moskee, Marokkaanse studenten van vereniging Ettaouid en door een Turkse hoogleraar filosofie aan de Islamitische Universiteit, die een lans brak voor democratie.

Na afloop hebben we studenten gevraagd naar wat deze week voor hen had betekend. Eén studente reageerde -enigszins geparafraseerd- als volgt: „Ik heb het gevoel dat ik tot nu toe in een grot heb geleefd!” Haar beeld van de islam en van moslims bleek ingrijpend te zijn bijgesteld, in positieve zin. Veel van de studenten hebben vergelijkbare ervaringen opgedaan. Niet alleen de gastvrijheid van de moslims maakte indruk. Het was vooral hun oprechte, daadkrachtige vroomheid en de parallellen tussen de islamitische en de christelijke geloofsbeleving die zorgden voor veel meer begrip voor en zelfs affiniteit met moslims.

Dit bracht overigens niet met zich mee dat de Persoon en het werk van Jezus Christus werden gerelativeerd, integendeel zelfs. De verschillen tussen islam en christelijk geloof kwamen eveneens scherp in het vizier.

Samaritanen
Waartoe wij christenen willen oproepen, is om minder over en meer met moslims te praten. Wie oprechte belangstelling toont voor moslims, komt tot verrassende ontdekkingen, is onze ervaring. Bij nadere kennismaking blijkt ”de” islam eigenlijk niet te bestaan, evenmin als ”het” christendom. De meerderheid van hen die wij hebben gesproken, draagt de democratische rechtsstaat een warm hart toe en streeft naar goed burgerschap. Artikelen en boeken die suggereren dat ”de” islam een dodelijke bedreiging vormt voor de westerse democratie zijn te ongenuanceerd en weinig constructief. De Heere Jezus ging juist met hen in gesprek die door de gevestigde geestelijkheid in zijn tijd werden gevreesd, geminacht en gemeden, zoals de vrouw uit Samaría.

Voor wie vandaag in Jezus’ voetsporen wil treden, ligt er de uitdaging de dialoog aan te gaan met de ’Samaritanen’ van onze tijd.

De auteurs zijn docenten aan de opleiding godsdienst pastoraal werk van de Christelijke Hogeschool Ede.