Weerman Jan Visser: Extreem is het nieuwe normaal

Gevolgen klimaatverandering
Weerman Jan Visser ziet het weer in Nederland veranderen. „We moeten wennen aan anderhalve graad warmer weer.” beeld Pieter Bliek

Door klimaatverandering wordt het weer steeds grilliger en extremer. „We moeten op zoek naar het nieuwe normaal. Normaal weer bestaat niet meer”, meent weerman Jan Visser (63).

„Na de Siberische koude van januari 1987 lijkt het alsof er iemand met z’n tengels aan de thermostaat heeft gezeten.” Met drie extreem zachte winters op rij van 1988 tot 1990 merkte de bevlogen weerman uit Purmerend voor het eerst dat er wat aan het veranderen was. „In de jaren negentig ging het nog een beetje op en neer. In 1997 werd zelfs een Elfstedentocht verreden. Maar sinds 2000 is het weer in war.”

Hobby

De autodidact heeft geen opleiding tot meteoroloog gevolgd. „Ik heb van mijn hobby mijn beroep gemaakt. Uiteindelijk liep mijn liefhebberij uit op radiopraatjes, het schrijven van weerberichten voor onder meer Trouw en het Noordhollands Dagblad, en een eigen website.”

Vissers fascinatie voor het weer begon al op jonge leeftijd. „Rond m’n zesde, voor zover ik me kan herinneren.” Hij genoot een gereformeerde opvoeding. „Ik moest in 1964 met mijn ouders mee naar een kerstdienst. Het sneeuwde gigantisch. Ik heb alleen maar door het raam naar buiten zitten kijken.”

Terwijl zijn leeftijdgenootjes voetbalden, liep Jan over de dijk van het eiland Marken –waar hij is geboren en getogen– de wolken te bestuderen. In zijn tienerjaren verzamelde Jan weerkaartjes uit De Telegraaf. „Die kwamen bij de buren vandaan, want mijn ouders lazen Trouw.”

Maar hij ploos ook het weerbericht in Trouw door. „Ik raakte gefascineerd door het weerbericht van Hans de Jong. Hij is mijn grote voorbeeld. Ik vond zijn manier van schrijven mooi. De Jong en Jan Pelleboer zijn de pioniers geweest van de popularisering van het weerbericht. Ze waren bevlogen.”

Buienradar

Visser aarzelde geen moment toen de redactie van Trouw hem vroeg het weerbericht van zijn grote voorbeeld over te nemen. „Van 1987 tot 2009 heb ik dat met veel plezier gedaan.” Hij schrijft ook weerberichten voor Buienradar, presenteert het weerbericht op radio-omroep KRO en geeft per seizoen een twintigtal lezingen. „Maar dat laatste vanwege corona eventjes niet.”

Dertien jaar geleden begon hij de website janvissersweer.nl, waarop hij elke ochtend het weerbericht plaatst. De site trekt elke maand zo’n 130.000 bezoekers. Visser plaatst er dagelijks de ”foto van de dag” bij. Die krijgt hij per e-mail toegezonden van trouwe bezoekers. „Sommige mensen sturen twintig tot dertig foto’s per dag.”

Visser staat niet alleen bekend om zijn beeldende schrijfstijl, maar ook om zijn kennis van de meteorologie. „De feiten moeten kloppen, anders moet ik het achteraf corrigeren. Ik houd er niet van om zomaar wat te roeptoeteren over het weer, zoals je in bepaalde kranten en op websites ziet.”

Bekende uitspraken als ”kraamkamer van depressies” en ”vorst op klomphoogte” komen bij hem vandaan. „Het is een eer wanneer je merkt dat andere meteorologen deze termen van je overnemen. Dat betekent dat je wordt gezien. Daar ben ik best een beetje trots op.”

Verontrustend

De bevlogen weerman heeft de statistieken al die jaren goed bijgehouden. „Of je nu voor of tegen klimaatverandering bent, je kunt niet ontkennen dat er een hockeystickpatroon in de temperatuurcurve zit. En het wordt alleen maar verontrustender. Kijk maar naar de warmte in Siberië en Californië of die enorme hitte in Griekenland, Turkije en op de Balkan dit voorjaar. En wat te denken van Israël? Daar werden in mei al temperaturen van 48 graden geregistreerd. En dan die grote droogte in ons eigen land? Voor het derde opeenvolgende jaar valt er veel te weinig neerslag. Februari daarentegen was met 148 millimeter de al-ler-nat-ste februarimaand ooit. Het klimaat wordt extremer. Het is een gekkenhuis.”

De weerman vraagt zich hardop af of er weer eens een maand komt waarin er gemiddeld over het land 60 tot 70 millimeter neerslag valt, met gemiddelde temperaturen voor het jaargetijde. En dan het enorme aantal uren zonneschijn. „Dit voorjaar is onvoorstelbaar. We hebben de zonnigste lente ooit gehad; die kan zich meten met de top van zonnigste zomers. Dat is ongelooflijk. Extreem lijkt het nieuwe normaal te worden.”

De lente komt beduidend vroeger en wordt ook steeds warmer, maar tegelijkertijd is er een toename te zien in het aantal dagen met late en zware nachtvorsten. „We hebben dit voorjaar meer vorst gehad dan in de winter: zes vorstdagen.” Tijdens de ijsheiligen (11-15 mei) zakten de temperaturen in het noordoosten op klomphoogte (10 centimeter boven de grond) tot -7 à -8 graden. En op waarnemingshoogte (1,5 meter boven de grond) kwam het daar tot 3 graden vorst. „Fruittelers moeten hiermee leren dealen. Dit is ook het nieuwe normaal.”

Visser schrijft dit met name toe aan de droogte en de positie van hogedrukgebieden, waardoor er schone lucht vanuit het noorden kwam. „Die schonere lucht komt vooral door de coronacrisis.” Maar of het door corona vaker tot nachtvorst is gekomen, durft de weerman niet hardop te beweren.

De Nederlandse winters worden steeds zachter. „De teneur is dat zachte winters de hele winter zacht blijven, terwijl koude perioden totaal ontbreken. En daarna wordt het meteen mooi weer. De afgelopen winter is daar een voorbeeld van.”

De zachte winters beginnen al in december. „In december 2015 leek het alsof april al op de stoel zat.” Toch denkt Visser dat er incidenteel nog weleens een winter kan komen die flink uitpakt. „Als alle stukjes van de meteorologische legpuzzel op de goede plaats terechtkomen, staan we nog wel een keertje op de schaatsen.” Ook bestaat er een kleine kans op een Elfstedentocht. „Kijk maar naar 1997. Je hebt twee à drie weken vorst nodig. Maar dan moet het wel goed koud worden en er mag geen sneeuw vallen.”

Orkaan

Het aantal zware stormen neemt af, constateert Visser. Dat komt volgens de weerman doordat de polen opwarmen. „Door de wereldwijde opwarming zijn de verschillen tussen de polen en de tropen kleiner geworden. Hierdoor is de stroming op de oceaan minder krachtig. De wind kan hierdoor wat gaan afnemen.”

Het totaalaantal orkanen neemt ook niet echt toe, maar het aantal krachtige orkanen wel. Dat komt door de opwarming van de oceanen. „Het water van de Golf van Mexico is nog nooit zo warm geweest: 2 tot 3 graden hoger dan normaal”.

Een ander fenomeen van klimaatverandering is het uitblijven van de zogenoemde Europese moesson. „Dat is een reactie van de Atlantische Oceaan op een veel te warm Europees vasteland. Dat zagen we voorheen begin juni, wanneer er lange tijd hoge temperaturen waren geweest. Dan ontstonden er depressies als reactie op de warmte op het vasteland. Maar die zijn verdwenen. Net als de schaapscheerderskou half juni. Het is nu alleen maar: zon, zon en nog eens zon.”

Visser meent dat er vanwege de standaard hogere temperaturen een nieuwe definitie van een hittegolf moet komen. „Dertig graden is leuk, maar dat is het tegenwoordig ieder jaar. In het nieuwe normaal zou je van een officiële hittegolf kunnen spreken wanneer het zo veel dagen meer dan 35 graden is.”

Kurkdroog

Niemand kan ontkennen dat het weer steeds grilliger wordt. „Juni was kurkdroog, maar juli kletsnat – voor de natuur was dat een zegen.” Klimaatverandering hoeft niet ieder jaar tot extreme weersverschijnselen te leiden. „De ene zomer wel en de andere zomer niet.”

Hij verwijst naar de zomers van 2003 en 2018, met hoge temperaturen en veel zon. Toen gebeurde er relatief weinig qua heftige weersverschijnselen. „De andere zomer is er meer onstabiliteit met meer en zwaardere buien en grotere hagelstenen. De toename van heftig onweer valt mij als onweerliefhebber een beetje tegen. Maar het aantal plensbuien waarbij er in één keer 30 tot 40 millimeter valt, neemt wel beduidend toe. Extreme droogte en hitte afgewisseld door zware buien zullen vaker voorkomen.”

Visser is van mening dat normaal weer zoals we dat in ons klimaat gewend zijn, niet meer bestaat. „We moeten op zoek naar het nieuwe normaal. We moeten gaan wennen aan steeds extremer weer. Net zoals we moeten wennen aan de anderhalvemetereconomie, moeten we wennen aan het 1,5 graad warmere weer.”

Grilligheid wordt het nieuwe normaal. „Juli 2006 was de warmste julimaand ooit. Daarop volgde de natste augustus ooit met veel wateroverlast. Dat is wat ons te wachten staat.”