Professor: Robot uit kikkercellen overschrijdt nog geen grens

Een supercomputer bedenkt een vorm en de onderzoekers bouwden dat na. beeld University of Vermont
3

Een supercomputer maakte het bouwplan. Wetenschappers construeerden vervolgens met kikkercellen de eerste levende ‘robot’.

De Amerikaanse onderzoekers van Tufts University en de University of Vermont maakten hun vondst maandag wereldkundig in het onlinetijdschrift PNAS.

Tot veel bijzonders zijn deze biologische machines van een paar millimeter groot nog niet in staat. Ze kunnen kruipen en samen een vloertje aanvegen. Veel snelheid zit er nog niet in.

Robot

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen en ververs dan de pagina.

De wetenschappers ontwierpen de zogeheten xenobot vanaf de basis. Ze bouwden die vervolgens op door cellen van de Afrikaanse klauwkikker (Xenopus laevis) als legoblokjes te combineren. Op termijn willen ze dit proces volledig automatiseren. Ze laten kunstmatige intelligentie een biologische robot bedenken. Een 3D-printer bouwt hem vervolgens op met levende cellen.

„De xenobot betreft een nieuwe klasse artefacten van levende, programmeerbare organismen”, zegt onderzoeksleider Joshua Bongard, robotica-expert van de University of Vermont. „Zoals een boek wordt gemaakt van houtvezel, maar zelf geen boom is.”

Medeonderzoeker Michael Levin van Tufts University voorziet allerlei nuttige toepassingen van de xenobots. „We kunnen ze straks dingen laten doen waarvoor andere machines niet geschikt zijn. Zoals schadelijke stoffen of radioactieve besmetting opruimen. Of microplastics in de oceanen verzamelen. Of plaque wegschrapen in slagaders.” Een voordeel van de xenobot is dat hij zichzelf kan repareren en biologisch afbreekbaar is als hij na een dag of zeven doodgaat.

Of de Amerikanen hiermee een ethische grens overschrijden? Dat vindt Henk Jochemsen, emeritus hoogleraar christelijke filosofie van Wageningen University, lastig om te zeggen. „Een xenobot beschikt niet over traditioneel leven: hij heeft geen stofwisseling en kan zich niet voortplanten. Er is wel sprake van biologisch leven. Maar dat onderscheid wordt wel flinterdun.”

Zolang het blijft bij het knutselen met cellen, vindt Jochemsen deze ontwikkeling niet direct problematisch. „Cellen zijn niet heilig, ook menselijke cellen niet.” Maar een ethische grens wordt wel overschreden als er een zelfstandig wezen uit de 3D-printer rolt. „Zeker als het mensachtige wezen betreft die als gebruiksvoorwerp worden ingezet. Of die dan ook een ziel heeft? Ik zou het niet weten. Wat bedoel je dan met ziel.”

Wanneer deze techniek leidt tot het doorbreken van biologische grenzen, bijvoorbeeld door mengwezens of chimaera’s samen te stellen uit DNA van mens en dier, wordt de ”symbolische orde” waarmee we het leven interpreteren doorbroken, vervolgt Jochemsen. „Dat ervaren mensen als een bedreiging. In sciencefictionfilms daarover ligt altijd iets van een waarschuwing. Dat is iets wat we zeker zullen moeten doordenken.”