Prof. Clevers voert felle strijd tegen kanker

Clevers. beeld Henk Visscher
3

Kanker is elk jaar de doodsoorzaak van duizenden mensen. Minder zichtbaar is dat er ook steeds betere middelen beschikbaar komen om de ziekte te bestrijden. En dat steeds meer mensen genezen van kanker.

Hans Clevers (61) is een bekend gezicht binnen het internationale kankeronderzoek. In de wandelgangen wordt gefluisterd dat de sympathieke hoogleraar moleculaire genetica nog weleens voorgedragen zal worden voor de Nobelprijs voor Geneeskunde. Feit is dat kankeronderzoek als een rode draad loopt door de wetenschappelijk loopbaan van Clevers; en dat hij de nodige successen heeft geboekt met zijn internationale onderzoeksteams op het Hubrecht Instituut van de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) en het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie in Utrecht.

„Overal ter wereld hoor ik mensen met ontzag spreken over het niveau van het Nederlandse medisch onderzoek.” Clevers wijst hiervoor met name naar de rol van KWF Kankerbestrijding en van KiKa, die veel geld ophalen dat vervolgens wordt besteed aan het meest interessante onderzoek.

Decennia van wetenschappelijke inspanningen hebben er nog niet toe geleid dat de medici kanker als ziekte kunnen genezen, heel anders dan bijvoorbeeld aids. Het kankeronderzoek kwam van de grond in 1972, 1973, toen de Amerikaanse president Nixon aan kanker de oorlog verklaarde. „Het was net zoiets als het plan om een man op de maan te zetten: we investeren een paar miljard en we lossen het op.”

Bijna niemand wist bij de start van de ”war on cancer” hoe een cel op moleculair niveau werkt, vervolgt Clevers. „Om kanker te begrijpen is dat wel een vereiste. De helixstructuur van DNA was toen al zo’n vijftien jaar bekend, maar de DNA-code is pas na 2000 opgehelderd. Het gaat om zo’n 20.000 genen, maar in de code zit veel meer verstopt dan alleen de genen, die maar 1 of 2 procent van de code uitmaken. De basisprincipes van de celdeling begonnen we rond 1990 pas te begrijpen. Dat gaf ons inzicht in wat er misgaat bij kanker: cellen blijven zich delen.”

Uitzaaiing

Kanker kan spontaan ontstaan, maar ook door bestraling, infectie of chemische stoffen. Die introduceren fouten in de genetische code. Wetenschappers ontdekten de zogeheten oncogenen oftewel erfelijke kankergenen.

Een kankercel onderscheidt zich van een normale cel doordat hij ontregeld is. „Een normale cel blijft keurig zitten waar hij zit. Kankercellen missen een rem op hun celgroei. Ze kunnen zich ongebreideld delen en door het lichaam gaan zwerven. We noemen dat de metastase of uitzaaiing.”

Rond 1990 kwamen de eerste kankertherapieën beschikbaar. „Een kankercel is net iets gevoeliger voor het gif van de chemokuur dan een gezonde cel. Je hebt daarom geen chemotherapie zonder ernstige bijwerkingen.”

Chemotherapie werd voor het eerst toegepast op kinderen met leukemie in Boston. Clevers noemt het resultaat opzienbarend. „Normaal gesproken leidt acute leukemie binnen enkele dagen tot het overlijden van de patiënt. Maar met een combinatie van drie of vier middelen genas 10 tot 15 procent van de kinderen. Inmiddels is dat opgeschroefd naar 80 procent.”

Deze klassieke chemotherapie maakt nauwelijks gebruik van de kennis waar kanker vandaan komt. Het resultaat van de middelen wordt proefondervindelijk vastgesteld: werkt het of werkt het niet tijdens de eindeloze testen op proefdieren en patiënten.

Naarmate mensen ouder worden, ontstaan er in het DNA steeds meer overschrijffoutjes. „Daarvan doet 99,99 procent er niet toe. Maar als je oud genoeg wordt, zal er wel ergens een foutje optreden waardoor kanker ontstaat. Van veel van deze foutjes weten we nu welk type kanker ze kunnen veroorzaken.”

Een goed voorbeeld is dat van chronische myoloïde leukemie (cml), somt de hoogleraar op. „Van de 100 patiënten met cml hebben er 95 hetzelfde foutje in hun DNA, het zogeheten abelson-gen. Daarvoor is een middel ontwikkeld met de naam Gleevec. Het pakt precies dat ene foutje aan. Dat noemen we een magic bullet: het middel maakt onderscheid tussen de kankercellen en andere cellen. En de patiënten genezen. In Nederland gaat het om 250 patiënten per jaar.”

Deze leukemievariant ontstaat door één foutje in de DNA-code en één geneesmiddel lost dat op. Maar die vlieger gaat lang niet altijd op. Tumoren die ontstaan in een bepaald weefsel door meerdere, soms wel duizenden foutjes zijn niet zo eenvoudig te bestrijden. Het gaat bijvoorbeeld om darmkanker, borstkanker of prostaatkanker.

Teleurstelling

„Als je een van die foutjes aanpakt met een bepaald middel, reageert de tumor niet, of misschien een halfjaartje. Vervolgens wordt de tumor resistent en is dan niet meer gevoelig voor het medicijn. Dat is eigenlijk de grote teleurstelling van de reguliere kankerbestrijding. Chemokuren werken tijdelijk goed, maar de tumoren komen daarna vaak terug”, weet Clevers.

In het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie lezen medewerkers momenteel van iedere patiënt de DNA-code van de tumor af en de volledige code van de patiënt zelf. Dat aflezen kost 300 euro en duurt één nacht. De analyse van de 3 miljard DNA-letters kost vervolgens wat meer tijd.

„De afgelopen tien jaar zijn er zo duizenden kankerpatiënten gesequenced: borstkanker, darmkanker, alvleesklierkanker en longkanker. We dachten: als we al die foutjes in kaart brengen en we ontwikkelen voor al die defecten geneesmiddelen, dan is kanker de wereld uit. Momenteel hebben we voor 95 procent van de foutjes niets.”

Er bestaat inmiddels wel een onlinecatalogus waarin Clevers’ team foutjes kan herleiden tot een specifieke kankersoort. „Zien we een afwijking, dan denken we: hé dat foutje kon weleens wat betekenen. Dat was twintig jaar geleden echt ondenkbaar.”

Veelbelovend zijn de resultaten van het inzetten van het lichaamseigen afweersysteem in de kankerbestrijding. „Pionier Jim Allison uit de Verenigde Staten liet eind jaren 90 zien dat het immuunsysteem van muizen darmkankercellen kan herkennen en opruimen. Dat was een totaal onverwacht succes, maar bijna niemand geloofde dat.”

De methode werd in eerste instantie getest op uitbehandelde patiënten met een melanoom, een buitengewoon kwaadaardige, zwarte huidtumor. „Bij de eerste poging was bij 10 tot 15 procent van de patiënten de tumor verdwenen. En die mensen zijn echt genezen.”

Er lopen momenteel 4000 à 5000 onderzoeken naar het effect van medicijnen die het immuunsysteem activeren. Immunotherapieën lijken niet alleen effectief tegen melanomen maar ook tegen darmkanker, longkanker en niertumoren. Clevers: „Eigenlijk is deze vorm van geneeskunde niet anders dan wat we al bijna twee eeuwen doen met vaccins en antibiotica.”

----

Hans Clevers

Prof. dr. J. C. Clevers (61) is als hoogleraar moleculaire genetica verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht en de Universiteit Utrecht. Hij is groepsleider bij het Hubrecht Instituut en wetenschappelijk directeur van het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie.

Daarnaast is Clevers honorary professor aan de Chinese Central South University in Changsha.

Hij was van juni 2012 tot mei 2015 president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Als wetenschapper ontving hij diverse prestigieuze prijzen en onderscheidingen. Hij werd benoemd tot chevalier in het Franse Legion d’Honneur en ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

----

Om te onthouden

* Prof. Hans Clevers zoekt met tientallen slimme mensen naar manieren om kanker te genezen. In sommige gevallen zijn die gevonden.

* Een groot probleem is dat de meeste kankersoorten ontstaan door een veelheid van foutjes in de erfelijke code. Ze laten zich daardoor niet eenvoudig bestrijden. Veel kankersoorten zijn daardoor moeilijk te genezen.

* Een nieuwe manier om kanker aan te pakken, gaat via het eigen immuunsysteem van de patiënt. De resultaten van de duizenden wetenschappelijke onderzoeken hiernaar zijn veelbelovend.

----

Drie stellingen

1. Geloof speelt geen enkele rol in de uitoefening van mijn beroepspraktijk.

„Ik ben in Brabant katholiek opgegroeid. Halverwege mijn jeugd nam ik daar afstand van. Ik geloof niet meer in God, maar wel in de waarde van de mens en in de waarde van het leven.

Mijn vrouw komt van de Veluwe, en ik ken dus de zwaardere protestantse hoek erg goed. We hebben onze kinderen bijvoorbeeld laten dopen. De christelijke waarden en normen spreken mij enorm aan. Maar ik geloof niet in God, een schepping of het paradijs. Dat ligt allemaal wat ver weg bij wat ik doe. Maar dat is wel de levensovertuiging van de westerse wereld. Die beïnvloedt mijn humanistisch denken heel sterk.”

2. Een Bijbelgetrouw christen loopt tegen spanningsvelden aan wanneer deze werkzaam is mijn vakgebied.

„Dat is zonder meer waar. Wereldwijd bestaan er enorm grote verschillen tussen opvattingen over bijvoorbeeld stamceltherapie, kiembaan- en gentherapie, waarmee we foutjes in de DNA-code kunnen herstellen. Die behandelingen raken aan de basis van de schepping. Of het leven.

Ik denk dat wij uiteindelijk technisch alles kunnen wat de natuur ook kan. Mijn vakgebied heeft zich de laatste dertig jaar enorm snel ontwikkeld en het gaat alleen maar sneller. Elk technologisch probleem dat wordt aangepakt, wordt ook opgelost. De gereedschappen waar de evolutie zich in de natuur van bedient, kunnen wij beter en efficiënter inzetten als we ze begrijpen. De natuur doet ergens bijvoorbeeld duizend jaar over, met een techniek als CRISPR/Cas9 passen we het DNA in één nacht aan in het lab. En je hebt hetzelfde resultaat.”

3. Ik kijk als wetenschapper met mijn eigen levensbeschouwelijke bril naar mijn vakgebied.

„Jazeker. Ik denk dat het vakgebied waarin je werkt en wat je daarin bereikt, wordt bepaald door je persoonlijke interesses en je drijfveren. Of je de kansen die je krijgt ook benut, hangt helemaal af van hoe je in het leven staat.

De techniek om perfecte, lange, blonde kinderen te maken, komt beschikbaar. Er zijn nog honderden dingen te bedenken waarin je het leven kunt manipuleren of modificeren. Wat wil je wel, wat wil je niet? Wij zijn wetenschappers, maar ook burgers; willen wij onze kinderen een wereld aanbieden waarin dat allemaal moet kunnen?”