Migraine behandelen: gat in de schedel of een pillendoos

Tot in de zeventiende eeuw waren schedelboringen heel gebruikelijk. beeld Museum dr. Guislain

Het overkomt in Nederland 2 tot 2,5 miljoen volwassenen: plotseling opkomende, eenzijdige hevige hoofdpijn. Geluid en licht verergeren de pijn. Als hamerslagen beuken ze op het hoofd; ze veroorzaken duizeligheid, misselijkheid en braken. Er zit niets anders op dan stil in bed te blijven liggen. Soms dagenlang.

Vaak worden rode wijn, stress, menstruatiehormonen en zuurstofgebrek aangewezen als boosdoeners. In de helft van de gevallen is gevoeligheid voor migraine echter ook genetisch bepaald. Kinderen van ouders die er last van hebben, lopen 70 procent kans om ook migraine te krijgen. Dat heeft te maken met het zogeheten Treskgen, waardoor het lichaam het CGRP-eiwit aanmaakt. Dat eiwit laat de gevoelszenuwen op hol slaan.

Maar dat wisten mensen in de prehistorie nog niet. Archeologen hebben schedels opgegraven met cirkelvormige gaten. Die zouden zijn geboord om de hoofdpijn van migrainepatiënten te verlichten. Boze geesten in het hoofd moesten daardoor ontsnappen. De schedelborende medicijnmannen konden wellicht niet voorkomen dat de patiënt zelf de geest gaf.

De Babyloniërs pakten migraine wat subtieler aan. Ze noemden het „een ziekte van het hoofd” die zou „flitsen als de bliksem”, en die gepaard ging met misselijkheid en braken. Bezweringen moesten soelaas bieden. Of ze ook hielpen? Een patiënt maakte wel goede kans om deze behandeling te overleven.

Migraine dankt haar naam aan de term ”hemicrania”, wat ”aan één kant van de schedel” betekent. Die is afkomstig van de beroemde Grieks-Romeinse arts Galenus (129-199). Een migrainepatiënt had volgens hem te veel gele gal. De hoofdpijn zou ophouden als de patiënt gal braakte.

Pas vanaf de zeventiende eeuw schoeiden artsen de migrainebehandeling op een meer wetenschappelijke leest. Volgens de Amsterdamse arts Nicolaes Tulp (1593-1674) ontstond migraine door te veel bloed in het hoofd. De Londense arts Thomas Willis (1621-1675) meende dat bloed in de bloedvaten van het hoofd stagneerde. Dat zou het kloppen veroorzaken.

Pas de laatste decennia is bekend dat migraine-aanvallen worden veroorzaakt door het zogeheten CGRP-eiwit. Migrainepatiënten reageren veel heftiger op het eiwit dan andere mensen. Het CGRP-eiwit zet de gevoelszenuwen in het gezicht, de hoofdhuid en de hersenvliezen op scherp. Signalen worden aanzienlijk versterkt doorgegeven aan de hersenen. Een geluidje of licht veroorzaakt zo intense hoofdpijn.

Met deze kennis hebben wetenschappers recent twee –nu nog erg dure– medicijnen gepresenteerd: erenumab en fremanezumab. Beide stoffen voorkomen dat het CGRP-eiwit zich hecht aan gevoelszenuwen. Er bestaat een enorme markt voor deze pillen. Wereldwijd kunnen zo’n 1 miljard mensen er baat bij hebben. Het kan over de hele wereld elk jaar een schadepost door verlies van 30 miljoen werkzame jaren voorkomen.