Middeleeuwse chirurgijn meet patiënten nieuwe neus aan

Chirurgijn Tagliacozzi was zijn tijd vooruit met plastische chirurgie.  beeld Wikimedia, Houghton Library, Harvard University
2

Wie in de middeleeuwen ziek was, deed er verstandig aan geen gediplomeerde arts te laten komen. Nietsdoen was veiliger dan de gruwelijke methode van aderlating en het innemen van laxeermiddelen.

De succesvolste geneesheren in de middeleeuwen zijn opmerkelijk genoeg de chirurgijnen, vaak ook barbier of slager van beroep. De professionele artsen kijken op hen neer: chirurgijnen zijn maar gewone ambachtslieden. Ze laten een bloederige aderlating dan ook het liefst aan hen over.

Door hun kennis van snijwonden leren chirurgijnen dat ze voor de genezing ervan niet moeten vertrouwen op de eeuwenoude wijsheid van de Grieken dat een wond eerst een poos moet rotten voordat de genezing kan intreden. Ze ontdekken dat de Griekse wondheelkunde vooral heel goed werkt om lelijke littekens te veroorzaken. In andere gevallen sterven lichaamsdelen af door gangreen, of krijgen de patiënten levensbedreigende wondkoorts.

Steriele urine

Chirurgijnen pleiten ervoor om wonden schoon te maken met wijn, ze vervolgens te laten drogen en daarna helemaal af te sluiten met een schoon verband. Als er geen wijn beschikbaar is, werkt verse, steriele urine ook om de wond te reinigen. Zo raapt een chirurgijn de afgehakte neus van iemand op na een duel, urineert erop en zet die met succes terug op het gezicht van het slachtoffer.

Ook medische innovaties komen uit de koker van de chirurgijnen. In de vijftiende eeuw lukt het Italiaanse chirurgijnen met huidtransplantaties derdegraadsbrandwonden te genezen. En aan het einde van de zestiende eeuw past de Italiaanse arts Gaspare Tagliacozzi (1545-1599) met succes rhinoplastie (neuscorrectie) toe op een syfilispatiënt. De geslachtsziekte syfilis komt in die tijd vaak voor. Soms rot daardoor de neus van de patiënt weg. Tagliacozzi reconstrueert de neus van zijn patiënt volledig met behulp van weefsel uit andere ledematen.

Edelman

De Italiaanse chirurgijn heeft niet altijd succes. Zo verliest een edelman uit Brussel in een duel zijn neus. Hij voelt er niet veel voor om zich in zijn arm te laten snijden voor een nieuwe neus. Tagliacozzi lost het op met een nieuwe vorm van plastische chirurgie. Hij haalt een stukje huid uit de arm van zijn bediende. De arm van de bediende wordt aan het gezicht van de patiënt vastgebonden. Na enige tijd snijdt de chirurgijn de bediende weer los van zijn meester. De operatie verloopt zoals gebruikelijk.

Een jaar later overlijdt de bediende echter door een oorzaak die niets met de operatie te maken heeft. Op hetzelfde moment begint de nieuwe neus van de edelman weg te rotten. Niet lang daarna valt hij er af. Het brengt Tagliacozzi tot de conclusie dat de neus op een of andere manier met de bediende verbonden blijft: wanneer hij sterft, sterft de neus dus ook. Hoe modern zijn plastische chirurgie ook lijkt, deze conclusie is dan weer typisch middeleeuws.