Kleine uitvindingen die het kantoor hebben veranderd

beeld iStock
5

Kleine uitvindingen maakten de afgelopen decennia het leven op kantoor een stuk gemakkelijker. Niemand plakt, naait en rijgt nog documenten en pagina’s aan elkaar met lijm en draad. Nieten gaat veel sneller. Andere populaire uitvindingen begonnen als mislukking.

Paperclip

Wat is een kantoor zonder paperclips? De in typische vorm gebogen staaldraadjes zijn zo’n normaal en voor sloddervossen noodzakelijk onderdeel van ons leven dat het nauwelijks voorstelbaar is dat ze er ooit níét zijn geweest. Toch was het pas in 1867 dat de Amerikaan Samuel B. Fay als eerste een vinding patenteerde die leek op de paperclip van tegenwoordig.

Het in een driehoek gebogen metaaldraadje was bedoeld om kaartjes aan stoffen te bevestigen, zonder de stof te beschadigen. Een van de namen waaronder zijn vinding werd verkocht was ”clinch”, wat vastklinken betekent.

Het inzicht dat je er ook vellen papier mee bij elkaar kon houden kwam pas een paar jaar later, maar toen was er dan ook geen houden meer aan. Tientallen ‘uitvinders’ gingen aan de slag met de metaaldraadjes om de ideale paperclip te ontwikkelen.

Zo kwam Erlman J. Wright in 1877 met een clip om krantenpagina’s bijeen te houden, de ”newspaperclip”. Sommige paperclips, zoals de ”eurekaclip” uit 1894 (van plaatmetaal) en de ”spring clasp” (1893), vertoonden opvallende gelijkenissen met haarspelden. De Noor Johan Vaaler kreeg in 1899 en 1901 patent op de rechthoekige ”Vaaler-paperclip”, waarvan de uiteinden parallel liepen langs de lange zijde.

Uiteindelijk was het George F. Griffiths in 1927 die met de ”gem” kwam, een gebogen metaaldraad in de vorm van twee bijna complete ovale ”loops”. Dit bleek de paperclip die aansloeg en we gebruiken hem bijna honderd jaar later nog steeds. Het geheim ervan zit in de bochtstructuur en de lengte, waardoor de papieren bij het op- en afschuiven van de clip niet beschadigen.

De vorm van de paperclip is zo bekend dat hij zelfs als algemeen beeldmerk in gebruik is. Iedereen die bijlagen meestuurt met e-mails gebruikt daarvoor het paperclipicoontje.

Nietmachine

Voordat de nietmachine bestond plakten, naaiden en regen onze voorouders documenten en pagina’s aan elkaar met lijm en draad. De Franse koning Lodewijk XV (1710-1774) was de eerste trotse bezitter van een speciaal voor hem, handgemaakt apparaat dat kon nieten. Daarvoor gebruikte hij, naar horen zeggen, exclusieve gouden en met edelsteentjes bezette nietjes. In elk nietje stond de Franse lelie van het koninklijk hof gegraveerd.

Omdat papier pas in de negentiende eeuw op grote schaal werd gebruikt (en de behoefte aan iets om het samen te binden dus klein was), duurde het na Lodewijk nog bijna zeventig jaar, tot 1841, er voor het eerste patent op een nietmachine zou worden aangevraagd, door de Amerikaan Samuel Slocum.

Met de ”machine om pinnen in papier te drukken”, zoals Slocum zijn vinding noemde, was nieten nog een zwaar karwei. George W. McGill maakte het met zijn stapler (letterlijk ”nietmachine”) in 1866 al een stuk eenvoudiger. Het ene deel sloeg de gaatjes in het papier en de hamer op het andere deel sloeg vervolgens het T-vormige nietje erdoor. Maar ook hierbij gold dat het apparaat slechts één nietje per actie aankon; je moest telkens een nieuw nietje in het apparaat stoppen.

Twee jaar later kwam Charles Gould met een machine die een stukje ijzerdraad afknipte, het omboog tot een U-vorm en in het papier drukte: het begin van het moderne nietje.

Nog eens veertig jaar later kwam er voor het eerst een nietmachine waarin (vanaf 1923) meerdere aan elkaar geplakte nietjes tegelijk konden worden geladen. Ze werden met een drukveer op hun plek gehouden. Díé vinding bood de mogelijkheid om bijvoorbeeld tijdschriften en kranten in hoge oplagen mechanisch van nietjes te voorzien.

Aan de nietmachine zoals die op onze bureaus staat, is na 1930 vrijwel niets meer veranderd. Het hamertje met een opening waardoor het nietje gaat, het veertje dat ervoor zorgt dat er telkens een vers nietje onder de hamer ligt, en het voetje waarin, door de uitsparing, het nietje naar binnen buigt; aan zo’n ingenieus mechaniekje valt simpelweg niets meer te verbeteren.

Schaar

De schaar is wel het fossiel onder de huis-tuin-en-keukenuitvindingen. Vondsten hebben uitgewezen dat de Egyptenaren al rond 1500 voor Christus scharen hadden. Het gebruik breidde zich daarna snel uit. Tot in de middeleeuwen bestonden scharen nog uit één stuk en waren van ze ijzer of brons. Om te kunnen knippen zat er een verend deel tussen de snijbladen.

Tegenwoordige bestaan scharen uit twee meshelften die dicht over elkaar heen bewegen. De schuifspanning zorgt, in combinatie met de scherpte, voor een soepele knip. Dat de schaar het al bijna 3000 jaar uithoudt en ook vandaag nog onmisbaar is op talloze gebieden – het al dan niet elektrisch knippen van de heg, het haar, verband, nagels, tapijt, blik en papier – maakt het tot een van de belangrijkste uitvindingen ooit.

Post-it

De uitvinding van de zelfklevende notitieblaadjes, vijftig jaar geleden, zal tot in lengte van dagen worden aangehaald als dé briljante mislukking: een ogenschijnlijk onsuccesvol project dat later dé kantoortopper van de eeuw bleek.

Het grote geheim achter het succes van de Post-it is de niet-kleverige lijm, maar de uitvinder ervan, dr. Spencer Silver, zag die in eerste instantie als een mislukking. Immers, het lijmlaagje had maar weinig kleefkracht en liet gemakkelijk los. Jammer, maar helaas. En dr. Silver stortte zich op andere zaken.

Een paar jaar later bedacht een collega van Silver, Art Fry, die lid was van een presbyteriaans koor, dat de lijm misschien bruikbaar was om de bladwijzers in zijn gezangenbundel op hun plek te houden.

Vervolgens vroeg hij zijn collega’s de blaadjes met de lijm te testen, en toen die notities begonnen te maken en ze her en der op kasten en deuren plakten, was de Post-It geboren.

De zwakke kleefkracht van de lijm is te danken aan een paar duizend microscopisch kleine lijmbolletjes, die niet uitdrogen door een dunne laag uitgeharde lijm aan de buitenkant van elk van die bolletjes. Elke keer als een notitieblaadje ergens wordt opgeplakt, barsten er een paar lijmbolletjes open. Pas als alle bolletjes op zijn, plakt de Post-it niet meer.

tweeluik Handige uitvindingen

In de afgelopen 200 jaar is de wereld drastisch veranderd. Naast grote technologische innovaties zijn er ook kleinere, die ons dagelijkse leven hebben vergemakkelijkt. Deel 1: het kantoor.