Insecten in de val

Proefopstelling van de insectencameraval. Insecten worden door de gele kleur en het (UV-)licht aangetrokken en op de gevoelige plaat vastgelegd. beeld Kees van Reenen
5

„Hier staat het prototype van onze cameraval”, wijst dr. Theo Zeegers van EIS Kenniscentrum Insecten. Op een heldergeel geverfd houten bord van zo’n 40 bij 50 centimeter is een lampje gericht. Ernaast staat een kastje opgesteld met een automatische fotocamera die elke tien seconden een opname maakt van insecten die voorbij zoemen en fladderen.

Beeldherkenning neemt een hoge vlucht. Niet alleen grote techniekbedrijven maken er gebruik van. Sinds kort wordt automatische beeldherkenning ook toegepast voor het op naam brengen van planten en dieren, vooral insecten.

De biologen van EIS maken gebruik van ObsIdentify, „een applicatie voor Android”, vertelt Zeegers. „Inmiddels kun je er dag- en nachtvlinders, wantsen, vliegen en planten mee op naam brengen, en de wespenversie hopen we komende winter af te hebben. Dezelfde techniek gebruiken we nu voor vaste camera’s waarmee we langdurige inventarisaties van vliegende insecten uitvoeren. Een wereldprimeur.”

De camera’s worden ontwikkeld door een samenwerkingsverband van EIS, Naturalis, de Radboud Universiteit, Cosmonio Imaging BV, de Vlinderstichting en waarneming.nl. Een van de vijf proefopstellingen staat in Noordwijk op het terrein van Staatsbosbeheer. Veilig binnen het hek, want volgens Zeegers is anders de kans op diefstal groot.

Vanaf de openbare weg mag het licht bij de camera niet te zien zijn. Dat licht is nodig om als het donker is nachtvlinders en dergelijke te lokken, zodat het werk ook ’s nachts kan doorgaan.

Overdag worden vliegende insecten aangetrokken door de gele kleur van het bord. Ze strijken erop neer en vliegen even later weer verder. Als het meezit zijn ze binnen dat tijdsbestek gefotografeerd. Een kleine computer gaat meteen met de beelden aan de slag om de gefotografeerde insecten te tellen en op naam te brengen.

Techneut

Laurens Hogeweg werkt aan de techniek hierachter. „Het eerste prototype draaide deze zomer bij mij in de tuin. Ik ben een techneut en wist niet eens wat een wants was, maar sinds ik hieraan werk zie ik regelmatig wantsen.”

Hij legt uit hoe de beeldherkenning werkt. „Door het aanleggen van een foto-archief per soort kun je een beeldherkenningsprogramma leren welke naam bij welk plaatje hoort. Dit wordt onder meer toegepast in zelfrijdende auto’s en vertaalprogramma’s. In Zuid-Afrika zijn er al wildcamera’s die hiermee werken.”

Inmiddels kan het dus ook voor insecten. „Afhankelijk van hoe herkenbaar een insect is heb je gemiddeld zo’n 200 foto’s nodig voor een betrouwbare determinatie. Die foto’s zijn te vinden op waarneming.nl; daarop staan ruim 10 miljoen foto’s, aangedragen door duizenden natuurwaarnemers. Dat is tamelijk uniek in de wereld.”

Infrarood

In het bos loopt een ree voorbij, wijst boswachter Mark Kras, die hier Staatsbosbeheer vertegenwoordigt. „Die kun je met een gewone cameraval vastleggen, die een foto maakt zodra de infraroodcamera een warmtesignaal ontvangt.”

De insectencamera is in die zin dus geen cameraval, omdat hij doorlopend fotografeert. Hogeweg vervolgt: „In de afgelopen vijf jaar heeft zich in de beeldherkenning een revolutie voltrokken. De moderne beeldherkenningssoftware is zelflerend: je hoeft geen kenmerken meer te in te voeren, alleen foto’s. De computer ontdekt zelf aan de hand van de foto’s welke kenmerken belangrijk zijn.” In dit geval dus insectenkenmerken: grootte, vorm, kleur, pootjes, voelsprieten…

Smartphone

Tot voor kort werd al dit uitzoekwerk gedaan door specialisten en was het buitengewoon tijdrovend. Nu kan er doorlopend geteld worden, en door iedereen die ObsIdentify op zijn smartphone heeft geïnstalleerd. Hogeweg spreekt van „democratisering.”

Hij haast zich eraan toe te voegen dat de techniek de mens niet overbodig maakt. „Het systeem geeft een waarschijnlijkheidspercentage bij een gevonden naam; in moeilijke gevallen moeten specialisten er alsnog naar kijken, maar het saaie bulkwerk doet de computer voor ze. Verder zijn er soortgroepen die niet aan de hand van een foto op naam gebracht kunnen worden. Aantalsontwikkelingen kunnen we straks echter veel beter volgen.”

Kras voegt eraan toe: „Elke op waarneming.nl ingevoerde foto helpt het systeem te verbeteren. Bovendien leert het publiek steeds beter met welke wezens we op aarde samenleven.”

Verfsoort

Volgens Zeegers moet er nog gekeken naar details zoals verfsoort, brandpuntsafstand van de camera en de voeding. „Deze draait op 220 volt, maar buiten in de natuur moeten ze op zichzelf kunnen werken met behulp van een zonnepaneel. Daar wordt het apparaat duurder van, maar we willen het ook voor particulieren betaalbaar houden. De ambitie is dat er volgend jaar minstens honderd draaien door het hele land. En dat ze dan zo lang mogelijk blijven staan, want pas na een jaar of tien kun je echt iets zeggen over de vraag of de insecten in aantal achteruitgaan, en zo ja hoe snel.”

Dat is nu van groot belang, benadrukt hij. „De zandhommel bijvoorbeeld kwam veertig jaar geleden vrij algemeen voor in landbouwgebied, nu nog slechts in twee natuurgebiedjes. Als de politiek de achteruitgang van de natuur wil keren is bijsturen niet voldoende. Het is aan de wetenschap om dat duidelijk te maken.”