Hydrofoon maakt jacht op onderzeeër tot een succes

Een onderzeeboot loopt na een geslaagde jacht de haven binnen. beeld ANP, Bert Hansen

Tot aan de Eerste Wereldoorlog wordt er anderhalve eeuw geëxperimenteerd met onderzeeërs. Tijdens de oorlog ontpopt deze zich als een gevreesd wapen. Regelmatig worden er schepen tot zinken gebracht.

Voor de Britse marine wordt 22 september 1914 een inktzwarte dag. Een Duitse onderzeeër valt voor de Nederlandse kust drie Britse kruisers aan. In een uur tijd gaan ze ten onder. In totaal laten 1459 Britse zeelui daarbij het leven.

Er moet een antwoord komen op de dreiging van onder de waterspiegel. Dat antwoord is op dat moment al in de maak. De Canadees Reginald Fessenden vindt in 1914 de hydrofoon uit. Het is een apparaat waarmee onder water geluiden kunnen worden opgevangen. Een latere versie van de uitvinding maakt het mogelijk om te horen waar het motorgeluid van een onderzeeër vandaan komt.

In 1916 wordt voor het eerst met een hydrofoon een Duitse onderzeeër gelokaliseerd. Het gevolg is dat onderzeeboten tot zinken kunnen worden gebracht. Met de dieptebom, ook al een vondst uit de Eerste Wereldoorlog. In 1916 wordt daarmee voor het eerst een Duitse onderzeeër vernietigd. De gevreesde dieptebom kan zo worden afgesteld dat hij op een bepaalde diepte onder water ontploft.