De uitvinder van het wiel was misschien wel een Drentse boer

De wielen die zijn opgegraven in het Drentse veen liggen in het Drents Museum in Assen.  beeld Drents Museum

Ineens was het er, het wiel. Niet alleen in Mesopotamië dook het op, ook aan de Indus in Pakistan, in de Kaukasus, Polen, Slovenië, Zwitserland én in Drenthe. Min of meer gelijktijdig op verschillende plaatsen in de wereld. Alsof het in de lucht hing.

Eerst waren het zware, massieve wielen, rond 2600 voor Christus kwamen de spaakwielen. Vooral voor lichte, wendbare strijdwagens. Aanvankelijk werd het loopvlak slijtvast gemaakt door het te verhitten. Later kreeg het een bronzen of ijzeren band, die nog maar 100 jaar geleden werd vervangen door een luchtband met een rubberen loopvlak.

Over de uitvinding van het wiel zijn boekenplanken vol geschreven. Zo zou de mythische koning van Athene, Erichthonios, de bedenker van het wiel zijn. Althans volgens Hartmann Schedel in 1493. De Duitse humanist had bij Vergilius gelezen dat de Griekse koning de wagenrennen had uitgevonden, dus die conclusie was snel getrokken. Maar Schedel had de plank behoorlijk misgeslagen.

Kleitablet

Latere historici meenden dat het wiel is uitgevonden door een beschaving die op zijn minst het schrift kende. Mesopotamië gooide hoge ogen. In Uruk was een kleitablet gevonden met daarop een Sumerisch teken dat op een wagen lijkt. De conclusie? Het wiel moest door een Babyloniër zijn uitgevonden. Maar de feiten weerspreken ook dat idee.

Want rond de Duitse stad Oldenburg troffen archeologen een uitgebreid wegennet van tientallen wegen aan, dwars door het veen. Ze dateerden het op 4500 voor Christus. Bij Bronocice in het zuiden van Polen vonden ze een vaas uit het midden van het vierde millennium voor Christus. Verder zijn overal in Europa wagensporen, complete massieve wielen en assen gevonden, die volgens de archeologen even oud zijn als de afbeelding op het kleitablet uit Uruk.

Oudste wiel

Tot de oudste wielen ter wereld behoren twee platte, houten schijven van ongeveer een halve meter hoog. Ze zijn afkomstig uit het Drentse veen. Het ene wiel is opgegraven bij Ubbena en het andere bij Nieuw-Dordrecht. Beide zijn ongeveer 4500 jaar oud.

De ontwikkeling van het wiel stond niet op zichzelf. Archeologen vermoeden dat wagens met massieve wielen werden getrokken door tamme ossen.

Het lijkt erop dat verschillende volken wereldwijd beschikten over gemeenschappelijke kennis over het wiel en het houden van rundvee. De gangbare theorieën over de verspreiding van de volkeren op aarde bieden hiervoor nauwelijks een verklaring.

Puzzelstukjes

Maar wanneer de eerste elf hoofdstukken van de Bijbel hierbij worden betrokken, vallen de puzzelstukjes beter op hun plek. Noach moet over veel kennis hebben beschikt om de ark, een groot zeewaardig vaartuig, te bouwen. Mogelijk heeft hij ook de kennis van het wiel meegenomen naar de nieuwe wereld van na de zondvloed. Vanuit de vlakte van Sinear hebben alle volkeren zich na de spraakverwarring verspreid over de hele aarde. Is het gewaagd om te veronderstellen dat ze ook de kennis van het wiel hebben meegenomen naar hun latere woonplaats?