Bekend als de man van de halve graad

Topwetenschappers
Guus Velders, man van halve graad. beeld Sjaak Verboom
2

Klimaatwetenschapper Guus Velders geniet ervan om te werken in het krachtenveld tussen wetenschap en politiek. Hij is –als de man van de halve graad– het levende bewijs dat je als individu directe invloed kunt uitoefenen op het terugdringen van klimaatverandering.

Van probleem naar probleem. Zo kun je de afgelopen vijftig jaar binnen de klimaatwetenschappen omschrijven, aldus Velders „In 1974 toonden de Amerikaanse wetenschappers Mario Molina en Sherwood Rowland aan dat cfk’s (chloorfluorkoolstoffen, MK) de ozonlaag aantasten. Cfk’s zijn inmiddels al jaren verboden.

Het aanpakken van luchtvervuiling gaat nog verder terug. Sinds de industriële revolutie zijn er tonnen aan steenkolen verstookt. Dat zorgde voor hoge concentraties aan fijnstof en zwavel in de lucht. Een krachtig voorbeeld is de grote smog in Londen in 1952. De smerige dampen lagen als een verstikkende deken op de stad. In een paar dagen tijd stierven er 4000 mensen en werden tienduizenden mensen ziek. Ik heb eens foto’s gezien van de opening van de hoogovens in IJmuiden door koningin Juliana. In een reportage werd opgemerkt: „Kijk eens hoe mooi de schoorstenen roken.” Want dat stond in die tijd voor welvaart. Bij rokende schoorstenen hebben we nu een minder rooskleurig beeld. Aan die bijstelling hebben de klimaatwetenschappen bijgedragen.

Verder had je de problematiek rond verzuring in de jaren 70. En natuurlijk begon er in de jaren tachtig, negentig aandacht te komen voor klimaatverandering.”

U noemt vooral problemen. Deze tak van wetenschappen lijkt zich niet zozeer bezig te houden met concrete producten?

„Dat is een juiste analyse. Klimaatwetenschappen zijn probleemgedreven. Een probleem –zoals luchtvervuiling of klimaatverandering– vormt de aanleiding voor wetenschappelijk onderzoek. Vervolgens ontvouwt zich een compleet vakgebied dat theorie ontwikkelt.”

Wat zijn mijlpalen in dat onderzoek?

„Allereerst op het gebied van de techniek. Zoals het enorme waarnemingsnetwerk dat is aangelegd. Satellieten houden de aarde en de atmosfeer continu in de gaten en produceren enorme hoeveelheden data. Dankzij die techniek hebben we informatie van gebieden waar we normaal amper kwamen, zoals op de oceanen. Een andere technische vooruitgang zijn de computermodellen waarmee we werken. Die helpen ons enorm met het analyseren van data en het maken van prognoses. Denk aan de weersverwachting. Een andere belangrijke stap voorwaarts vormt de internationale samenwerking in ons vakgebied. Je doet onderzoek zeker niet meer alleen. Die samenwerking blijkt onder meer uit de assessmentrapporten die de laatste decennia verschijnen. Dergelijke rapporten bevatten een bundeling van alle kennis rond een bepaalde problematiek. Wetenschappers publiceren dus niet enkel losse artikelen meer, maar schrijven samen. Bekend zijn de rapporten van de IPCC (klimaatpanel VN, MK), maar je hebt ze ook rond luchtvervuiling en verzuring of het gat in de ozonlaag. Zelf ben ik betrokken bij vierjaarlijkse rapporten over het laatstgenoemd probleem”

Wat merkt de gewone man van deze ontwikkelingen?

„Vroeger gebruikten we haarlak en deodorant met cfk’s, die bestaan nu niet meer. Er zitten nu andere stoffen in spuitbussen, hoewel je dat als consument natuurlijk niet direct merkt.

Achter auto’s zien mensen geen roetpluimen meer, omdat uitlaten zijn uitgerust met roetfilters. Je ziet ook geen vieze rookpluimen uit fabrieken meer. Nu komt er vaak alleen nog waterdamp en natuurlijk het onzichtbare CO2 uit.

En wat te denken van de weersverwachtingen? Die gingen vroeger tot maximaal twee dagen vooruit. Dankzij computermodellen gaan verwachtingen nu tot vijf of tien dagen vooruit.”

U werkt bij het RIVM. Hoe verhoudt wetenschap zich met politiek voor u?

„De politieke relevantie van mijn onderzoek is noodzaak. Wij krijgen opdracht vanuit verschillende overheden om uit te zoeken hoe het bijvoorbeeld zit met de luchtkwaliteit. Dat de regering of politieke partijen wat met je rapporten doen, geeft voor mij een extra dimensie aan het werk. Je houdt daar zelfs rekening mee bij het opschrijven van je conclusies. Pure wetenschappers vinden dat heel vervelend. Ik vind het zelf juist interessant. Je onderzoek is geen papieren exercitie, maar je hebt maatschappelijke impact.”

U onderzocht de rol van het Montrealprotocol bij het tegengaan van klimaatverandering. Wat waren uw bevindingen?

„Het Montrealprotocol uit 1987 zorgde voor een verbod op cfk’s om zo de ozonlaag te beschermen. Al sinds 1998 draai ik als hoofdauteur mee bij het maken van rapporten over de stand van zaken rond het protocol.

Tot 2006 gingen die rapporten puur en alleen over de ozonlaag. Ik zat in juli 2006 samen met de andere auteurs van het rapport in een berghut in Zwitserland. We kwamen op het idee om de impact van het protocol op klimaatverandering te berekenen. De cfk’s die werden teruggedrongen waren immers broeikasgassen. Uit ons onderzoek met als richtjaar 2010 bleek het effect van ‘Montreal’ vijf à zes keer groter dan het Kyotoprotocol. Terwijl dat laatste protocol nota bene bedoeld is om klimaatverandering tegen te gaan. Samenvattend: het onbedoelde effect van Montreal was groter dan het bedoelde effect van Kyoto.

Ons artikel leverde direct wat op. Bepaalde vervangende stoffen –de hcfk’s– werden in 2007 versneld verboden. De trigger: klimaatbescherming. Van een collega-wetenschapper begreep ik dat men met mijn artikel heeft zitten zwaaien in het Witte Huis.”

Er volgde nog meer geruchtmakend onderzoek?

„We namen de opvolgers van de cfk’s, de hfk’s (fluorkoolwaterstoffen, MK), onder de loep. Hoewel deze stoffen de ozonlaag niet aantasten, wisten we dat ze sterke broeikasgassen waren. In een artikel in 2009 berekenden we dat bij toenemend gebruik van hfk’s, deze in 2050 tussen de 10 en de 20 procent zouden bijdragen aan klimaatverandering.

De eerste keer dat het onderzoek ter sprake kwam op een internationale top was het binnen tien minuten van tafel. Landen zeiden: „Dit hoort bij het klimaatverdrag.” Montreal richt zich officieel alleen op ozonlaagbescherming. Wat volgde was een jarenlange lobby om ook hfk’s aan pakken. Ik wilde beleidsmakers informeren. Lang niet alle wetenschappers zouden die stap zetten. Ik vond het belangrijk.”

En toen kwam de top van 2016 waar u de bijnaam ”de man van de halve graad” aan hebt overgehouden?

„Dat was in Kigali, Rwanda. Ik had mijn laptop bij me en zat achter in de zaal. Er kwamen twee amendementen op tafel over het uitfaseren van hfk’s. Het springende punt tussen de voorstellen zat hem in de snelheid van uitfaseren. Tijdens het vergaderen heb ik beide amendementen zitten doorrekenen. Overigens hoefde ik die berekeningen niet uit te voeren, maar ik deed het gewoon. Zo kon ik de besluitvormers van informatie voorzien. Mijn boodschap was: het verschil tussen de twee amendementen leek politiek wel gewichtig, maar voor de atmosfeer maakte het op de lange termijn weinig uit. Beide zorgden tot maximaal een halve graad minder opwarming in 2100. Er zat maar een paar honderdsten verschil tussen. Die analyse hielp om het akkoord tot stand te brengen.”

Hoe staat het inmiddels met de ozonlaag?

„De maatregelen zijn geslaagd. Daarom wordt het Montreal Protocol het meest succesvolle milieuverdrag genoemd. Alle landen van de wereld hebben het ondertekend. En dat is uniek. De VN pronkt dan ook met de ”universal ratification”. Het gebruik van cfk’s is met 95 procent gedaald. De concentratie van alle ozonlaag aantastende stoffen in de atmosfeer daalt zelfs iets. Verder zien we dat de ozonlaag niet meer dunner wordt. Er zijn indicaties van een voorzichtig herstel. Dat herstel op zich laat wachten komt doordat cfk’s soms wel 50 tot 100 jaar blijven rondzweven in de atmosfeer.”

Voor welke actuele uitdagingen staat u?

„Dan gaat het toch om het klimaat. Er moeten maatregelen genomen worden. Het is niet meer de vraag of we voldoende weten over het probleem. Want het is zonneklaar dat de mens voor een groot deel verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde. De vraag is hoe we klimaatverandering kunnen tegengaan en hoe we ons ertegen moeten wapenen. De wetenschap dient oplossingen te bedenken en te onderzoeken.

Ik denk ook dat de wetenschap een rol heeft om de noodzaak om in te grijpen bij iedereen onder de aandacht te brengen. Zelf zou ik vooral het schadelijke effect van klimaatverandering voor de gezondheid willen benoemen. Het medische tijdschrift The Lancet becijferde onlangs dat tegenwoordig wereldwijd zo’n 157 miljoen meer mensen last hadden van hittegolven dan in 2000. Gezondheid raakt mensen direct. Bij het gat in de ozonlaag zag je politici in actie komen toen de link tussen minder ozon en een toename van huidkanker helder werd.”

Guus Velders, man van halve graad. beeld Sjaak Verboom

Guus Velders

Prof. dr. ir. Guus Velders (1964) is senior wetenschappelijk onderzoeker luchtkwaliteit en klimaatverandering bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Per april 2017 is hij hoogleraar luchtkwaliteit en klimaatinteracties aan het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek Utrecht (IMAU) van de Universiteit Utrecht. Van 2006 tot en met 2010 was Velders werkzaam bij het Milieu en Natuurplanbureau (MNP), wat later het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) werd. Door het gezaghebbende Amerikaanse TIME Magazine werd Velders in 2017 gerangschikt bij de honderd invloedrijkste personen op aarde. In 2016 stond zijn naam op een lijst van Nature met de tien belangrijkste wetenschappers.

----

Om te onthouden

  • De aard- of geowetenschappen omvatten een hele serie vakgebieden. Zo richten ze zich niet alleen op gesteenten (bijvoorbeeld geologie), maar ook op de atmosfeer en het klimaat (bijvoorbeeld klimatologie).
  • Chloorfluorkoolstoffen –meestal kortweg cfk’s– zijn chemische stoffen die dienen als koelmiddel (voor bijvoorbeeld koelkasten) of drijfgas (in spuitbussen).
  • In 1974 ontdekten twee Amerikanen dat deze stof de ozonlaag aantasten.
  • De ozonlaag is een beschermende schil rond de aarde. Deze laag met het gas ozon bevindt zich in de lucht op ongeveer 15 en 50 kilometer hoogte.
  • De stof ozon beschermt het leven op aarde door een deel van de schadelijke zonnestralen te filteren.
  • Chloorfluorkoolstoffen (cfk’s) breken ozon af tot zuurstof en vernietigen dus de beschermende ozonlaag.
  • Opvolgers van cfk’s –hcfk’s en hfk’s– hebben minder of geen effect op de ozonlaag, maar zijn sterke broeikasgassen, waarmee ze fors bijdragen aan klimaatverandering.
  • Dankzij onderzoek en lobbywerk van Guus Velders zijn ook hcfk’s en hfk’s uitgebannen.
  • Het akkoord uit 2016 om hfk’s uit te bannen is inmiddels geratificeerd en is sinds 1 januari dit jaar van kracht.

----

Drie stellingen

1. Geloof speelt geen enkele rol in de uitoefening van mijn beroepspraktijk.

„Bij mij speelt geloof geen rol. Maar mijn principes, drijfveren en wereldbeeld doen dat wel. Zo zou ik niet willen meewerken aan onderzoek naar kernenergie. Mijn drijfveer bij wetenschapsbeoefening is in het kort: de wereld goed achterlaten voor mijn zoon. Daaraan wil ik een bijdrage leveren met mijn kennis en ervaring. ”

2. Een Bijbelgetrouw christen loopt tegen spanningsvelden aan als deze werkzaam is in mijn vakgebied.

„Het zou kunnen, tenminste als ik de christelijke levenshouding goed interpreteer. Als je heel sterk de Bijbel volgt, zou je kunnen denken dat de problemen die we als mens veroorzaken het plan van God zijn. Als je dan doorredeneert, zou je geen maatregelen tegen bijvoorbeeld klimaatverandering hoeven te treffen.

Maar als je uitgaat van rentmeesterschap, dan hoeven er geen onoverkomelijke spanningsvelden te zijn rond klimaatwetenschappen. Dan wil je de aarde fatsoenlijk achterlaten.”

3. Elke wetenschapper kijkt met zijn eigen (levensbeschouwelijk gekleurde) bril naar zijn vakgebied.

„Ja, dat denk ik wel. Dat gebeurt impliciet. Je merkt dat vooral in de keuze van de onderwerpen voor je onderzoek. Niemand zei mij onderzoek te doen naar hfk’s en klimaatverandering. Toch ben ik dat gaan uitzoeken. Dat deed ik vanuit mijn eigen drijfveer. Uiteraard blijf ik daarbij trouw aan de wetenschap. Getallen en resultaten die er uit komen benader ik objectief.”