Solowandelaar: Iedere zaterdag trek ik de natuur in

Wandelaars
Jan-Simon Huijser. beeld RD, Henk Visscher

Op de fiets ga je te hard. Wandelend zie je meer. Dan vallen je ineens dingen op waar je normaal geen aandacht voor zou hebben. Voor Jan-Simon Huijser (45) uit het Gelderse Renkum is dat dé reden om te voet de natuur in te trekken.

„Afgelopen zomer zat ik tijdens een wandeling op een bank brood te eten. Opeens kwam er een konijntje dichtbij. Ik legde brood voor hem neer onder de bank en na lang aarzelen kwam hij het opeten toen ik wegging. Dat zijn kleine dingen waar ik ontzettend van kan genieten.”

Zijn wandelhobby begon vorig jaar met de bekende NS-wandeling van Boxtel naar Oisterwijk. Op aanraden van vrienden trok Huijser, in het dagelijks leven bankier, er een zaterdag voor uit. Sindsdien is hij verkocht. Nu maakt hij iedere zaterdag wandelingen van minimaal 15 kilometer. Bijna altijd alleen. „Heerlijk ontspannen. En fysiek voel ik me stukken fitter, ik heb haast nooit meer last van rugpijn.”

Hij wandelt vaak op de bonnefooi. Alleen als het weer stabiel is, zet hij van tevoren een route uit op zijn mobiel of kiest hij een NS-wandeling. „Maar net zo vaak volg ik mijn eigen voorkeur. Als er ergens een mooi dorp in de buurt is, dan loop ik daarheen. En als het koud is en de tegenwind snijdt in mijn gezicht, dan wandel ik gewoon de andere kant op.”

Ieder weekend reist hij per trein naar de gekozen beginplaats van zijn wandelroute. „Het voelt voor mij wat dubbel om van de natuur te gaan genieten door er met de auto naartoe te rijden.”

Huijser bezoekt ook niet-traditionele wandelprovincies als Groningen en Friesland. „Die zijn niet zo populair bij wandelaars omdat er weinig voorzieningen zijn en het erg vlak is, maar het voordeel is wel dat het er heerlijk rustig is.”

Begin december liep hij nog door het Friese dorp Jorwerd. „Ik wilde er graag een kijkje nemen vanwege het boek ”Hoe God verdween uit Jorwerd” van Geert Mak. In een uitgestorven en mistig dorp liep ik langs de kerk. Boven de zijdeur hing een bord waarop stond ”Welkom zondaar, God wil uw Vader zijn”. Toen dacht ik: God is helemaal niet weg uit Jorwerd.”

Hij bezichtigt graag kerken tijdens zijn wandelingen. Af en toe speelt hij er orgel. „Maar dat spreek ik altijd van tevoren af. Mensen zitten er niet op te wachten dat je zomaar komt binnenlopen, en ik sjouw liever niet voor niets met zware orgelboeken in mijn rugzak.”

Onderweg maakt hij regelmatig een praatje met andere wandelaars die hij tegenkomt. „Dan wisselen we tips uit over leuke routes. Zo heb ik al verschillende wandelingen ontdekt.”

Een route is niet snel mislukt voor Huijser. „Als het regent, pak ik mijn geheime wapen de paraplu erbij. Of ik maak de route wat korter en zoek zo snel mogelijk een treinstation op om weer naar huis te gaan. Ik ga mezelf niets opleggen.”

Dit is het eerste deel van een zevendelige serie over wandelaars.