Situatie Pakistaanse christenen in Thailand „hartverscheurend”

Imran Gill uit Dronten deelt voedselpakketten uit aan Pakistaanse vluchtelingen in Thailand. beeld Imran Gill
6

Kinderen die niet naar school kunnen, gezinnen die vastzitten in een detentiecentrum en mensen die sterven vanwege gebrek aan medische zorg. De Pakistaanse voorganger Imran Gill uit Dronten ontmoette hen tijdens een bezoek aan Thailand. In de Thaise hoofdstad Bangkok bezocht hij christenvluchtelingen.

Zijn ogen vullen zich regelmatig met tranen, als Gill (39) terugblikt op zijn twaalfdaagse bezoek aan Thailand, afgelopen maand. Zelf kwam hij in 2013 als vluchteling naar Nederland. Lange tijd woonde Gill met zijn vrouw Zakia (34) en hun zonen Eliah (8) en Jeremiah (2) in het azc in Dronten. Sinds december hebben ze een woning in dit dorp in Flevoland.

Drie dagen per week gaat Gill naar school om de Nederlandse taal te leren. Op zondag kerkt hij met zijn gezin bij evangeliegemeente Shekinah in Dronten of gaat hij zelf voor in diverse gemeenten in het land. Zijn zomervakantie benutte hij voor een deel om gevluchte landgenoten in Thailand op te zoeken.

Vrienden hielpen Gill het geld voor zijn vliegticket bij elkaar te krijgen. Ook leverden giften van mensen uit de kerk en andere bekenden, waaronder de opbrengst van een sponsordiner, 4000 euro op om vluchtelingen praktische hulp te bieden.

Wat bracht u ertoe om naar Thailand te gaan?

„Ik hoorde van de zeer moeilijke omstandigheden van broeders en zusters in Thailand. Zo ontmoette ik een Pakistaans gezin dat in eerste instantie naar dat land was gevlucht. Dit gezin is op uitnodiging van Nederland, met een vluchtelingenstatus, hierheen gekomen. Zij vertelden hoe zwaar de Pakistaanse christenvluchtelingen het in Thailand hebben. Ik kreeg het verlangen om hen op te zoeken.”

Hoe komen Pakistaanse christenen in Thailand terecht?

„Alle christenen in Pakistan hebben te maken met vervolging of discriminatie, alleen de mate waarin verschilt. Christenen worden beschouwd als tweederangsburgers, ze krijgen alleen de slechtste banen. Soms lopen ze letterlijk gevaar te worden gedood, bijvoorbeeld als ze, net als de bekende Asia Bibi die al jaren in de gevangenis zit, worden beschuldigd van blasfemie. Twee mannen voor wie dit geldt, heb ik in Thailand ontmoet.

Veel Pakistanen willen voor hun veiligheid weg uit hun land. Het is bijna onmogelijk om naar Amerika of Europa te vluchten. Wel kunnen ze met een toeristenvisum naar Thailand reizen. Daar willen ze asiel aanvragen. Dit land geeft echter geen verblijfsvergunning aan vluchtelingen. Slechts enkelen krijgen via de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, in Thailand de status van vluchteling. Zij moeten dan wachten op herplaatsing in een ander land, via de UNHCR. In afwachting daarvan beschouwt Thailand hen als illegaal.

Als mensen geen vluchtelingenstatus krijgen en hun visum verloopt na drie maanden, zijn ze eveneens illegaal. De meesten kunnen een verlenging van hun visum niet betalen.”

In wat voor omstandigheden trof u de vluchtelingen aan?

„De situatie is hartverscheurend. Ik heb in twaalf dagen zo’n 150 gezinnen ontmoet. Na aankomst in Bangkok ben ik meteen naar de plek gegaan waar Pakistaanse vluchtelingen wonen. Ik wilde niet in een hotel verblijven, geen geld uitgeven voor eigen luxe. Dan zou ik de pijn van de mensen niet voelen.

De Pakistaanse christenen krijgen geen opvang. Ze zitten in een gebouw waar elk gezin –soms zes, soms acht personen– één kamer met balkon huurt, voor omgerekend zo’n 75 euro per maand. Ze mogen niet werken en hebben dus geen inkomsten. Broeders en zusters in Amerika en Europa bieden hun financiële steun. Intussen zijn ze continu bang dat ze worden opgepakt en, als ze illegaal zijn, in de gevangenis belanden.”

Hoe is de situatie in de gevangenis?

„Ik heb ruim honderd mensen gesproken die in een detentiecentrum in Bangkok zitten. Elke ochtend ging ik ernaartoe. Nadat ik geregistreerd was, moest ik mijn telefoon achterlaten en ging ik naar de bezoekersplek. Ik stond voor een traliehek. Daarachter was een smal pad waar bewakers heen en weer liepen. En daar weer achter stonden de mensen, ook achter een hek. Onder die omstandigheden kon ik met hen praten.

In het detentiecentrum zitten mannen in een grote, overvolle ruimte met een open toilet bij elkaar. Vrouwen en kinderen hebben hun eigen afdeling. De omstandigheden zijn vreselijk inhumaan. Het enige eten wat de mensen krijgen, is gekookte rijst en komkommersoep. Velen zijn ziek, lijden bijvoorbeeld aan tbc, maar kunnen geen medicijnen betalen. Ik ontmoette een man wiens vrouw –een dertiger– vorig jaar in het detentiecentrum is overleden. Een ander vertelde dat zijn broer met hartklachten daar is gestorven.

Thailand wil de mensen terugsturen naar Pakistan, maar eerst moeten ze een groot bedrag betalen omdat ze illegaal zijn. Dat kunnen ze niet opbrengen, waardoor sommigen nu al enkele jaren in het detentiecentrum zitten.”

Hoe overleven de Pakistaanse christenen in die omstandigheden?

„Hun dagelijks gebed is dat God een Mozes wil zenden om hen uit hun gevangenschap te bevrijden. Dat is hun enige hoop. Een enkele keer mag er iemand weg uit het detentiecentrum. Een Amerikaanse christen die in Thailand woont, is bijvoorbeeld privésponsor voor enkele kinderen die daardoor uit de gevangenis zijn gekomen. Hun ouders zitten nog wel vast.”

Wat kon u voor de mensen betekenen?

„Ik zei direct: Ik geef jullie geen valse hoop. Mensen beloven soms van alles, maar er komt niets van terecht. Dat wil ik niet. Mijn boodschap was: Ik hoorde van jullie lijden en pijn en ik kom, zoals Jezus in Mattheüs 25 van ons vraagt, als broeder in Christus op bezoek.

Ik probeerde hen met woorden uit de Bijbel te bemoedigen, bad met mensen en bood praktische hulp. Met een geldig visum mag je eten naar de gevangenis brengen. Elke nacht kookte ik voor honderd mensen. Als ik om halfzeven ’s ochtends naar het detentiecentrum ging, nam ik dat mee: rijst, kip, Pakistaans brood.

’s Middags bezocht ik gezinnen buiten het detentiecentrum. Van het geld dat ik vanuit Nederland meekreeg, stelde ik voedselpakketten voor bijna 150 gezinnen samen. Een deel van de giften besteedde ik aan dringende aanvragen voor medicijnen. Een van de mensen die ik bezocht en met wie ik heb gebeden, was een vrouw met een nierziekte. Een paar dagen geleden kreeg ik een telefoontje uit Thailand dat ze is overleden.”

Wat raakte u het meest?

Geëmotioneerd: „De situatie van de kinderen. Ze hebben geen toekomst. Naar school mogen ze niet. Ouders geven hun zelf wat les. Ook voor de kinderen is er gebrek aan medische zorg. Eén dag heb ik speciaal met de jongens en meisjes doorgebracht. Ik vroeg hen: Wat zouden jullie willen eten? Hun antwoord was: Oom, kunnen we een ijsje eten? Toen ik dat hoorde, moest ik huilen. Deze kinderen zijn blij met zo iets eenvoudigs als een ijsje, terwijl ik in Nederland zie dat kinderen soms halve ijsjes weggooien. Ik heb met hen gebeden, we hebben met elkaar ijs gegeten en zijn met dertig kinderen naar een zwembad geweest. Die dag zag ik een lach op hun gezichten.”

Kunt u terug in Nederland nog iets voor uw landgenoten in Thailand betekenen?

„In Thailand heb ik tegen de mensen gezegd: Als ik weer in Nederland ben, zal ik mijn best doen om jullie stem te laten horen, zodat mensen weten onder welke omstandigheden jullie leven, voor jullie kunnen bidden en misschien kunnen helpen. Als christenen zijn we het lichaam van Christus. Het lijden van onze broeders en zusters in Thailand mag ons niet onberoerd laten. Zij bidden elke dag om een Mozes. Ik bid hier met hen mee.

Ook ben ik met mensen uit de Shekinahgemeente in Dronten bezig een stichting op te richten die we Dove Foundation gaan noemen. Ik hoop dat dit deze maand rond komt. De duif in de naam is een teken van vrede, hulp en de Heilige Geest. In Thailand heb ik een team samengesteld van mensen die daar de hulpverlening kunnen coördineren.

Ons doel is 200 mensen te vinden die voor 50 euro per maand een gezin in nood in Thailand willen ondersteunen. Mijn vrouw en ik leggen hiervoor als eerste 50 euro per maand van onze uitkering opzij. Daarmee kunnen we het verschil maken in het leven van een gezin in Thailand.

Tijdens spreekbeurten roep ik mensen op om mee te doen. Sommigen eten geregeld buiten de deur. Dat kost minimaal 50 euro per keer. Mijn vraag aan hen is: Eet elke maand één keer minder in een restaurant en help van dat geld broeders en zusters in nood.”

Dit is het eerste deel van een tweeluik over mensen die als vluchteling naar Nederland kwamen en hulp bieden aan landgenoten in nood.

Lees ook: ”Ik bid elke dag voor Nederland en voor de IND” (RD, 11 mei 2016)

Vervolging christenen in Pakistan

Pakistan telt ruim 196 miljoen inwoners van wie een kleine minderheid –bijna 4 miljoen– christen is. Op de ranglijst christenvervolging van Open Doors steeg Pakistan dit jaar van de zesde naar de vierde plaats. Open Doors wijst erop dat er veel radicale islamitische groeperingen in Pakistan zijn, onder andere IS en de taliban. „De cultuur islamiseert sterk door de rivaliteit tussen deze groepen. Christenen en andere minderheidsgroeperingen moeten vrezen voor aanslagen. Politici en leiders die het voor hen opnemen, worden zelf bedreigd en mogelijk vermoord”, aldus Open Doors.

Kerken hebben te maken met veel aanvallen, signaleert de organisatie die opkomt voor vervolgde christenen. De blasfemiewet verbiedt elke uiting tegen de islam en kan tot de doodstraf leiden. „Verder zien we terroristische aanvallen op christenen, moord en huisuitzettingen. Vrouwen en meisjes lopen risico op ontvoering, verkrachting en een gedwongen huwelijk. Pakistan heeft daarmee de hoogste geweldsscore.”

De UNHCR (vluchtelingenorganisatie van de VN) kan niet zeggen hoeveel Pakistanen er in Thailand asiel hebben aangevraagd. „We hebben ongeveer 106.447 vluchtelingen onder de UNHCR-zorg in Thailand uit verschillende landen, maar geven geen details over één specifieke groep”, aldus een woordvoerder. Geen enkele vluchteling krijgt toestemming om permanent in Thailand te blijven. De mogelijkheden om erkende vluchtelingen via de VN-organisatie in een ander land te plaatsen zijn „zeer beperkt.”